Chris Harris: er zijn te veel supercars

Verzadiging is de vloek van de supercarwereld. En dan heeft onze Chris het niet over de uitbundige lakkleuren

Foto('s): Alex Penfold/Rowan Horncastle/SOCPorsche 911 GT2 RS McLaren 720S
Porsche 911 GT2 RS McLaren 720S

Toen ik wat jonger was, en minder relaxt, en nog weinig perspectief op het leven had, toen kon ik mezelf enorm opwinden als ik niet in iedere nieuwe supercar had gereden. Twintig jaar geleden, toen ik nog bij Autocar werkte, was ik diep bedroefd als een collega de lancering van de 360 Modena mocht doen. Het was fear of missing out op een niveau dat ik maar weinig heb gezien onder gewone stervelingen. Nu ik dat zo opschrijf, verklaart dat een en ander uit mijn verleden en besef ik dat professionele hulp misschien nog steeds op zijn plaats zou zijn. Maar ik meen het: ik onderbrak vakanties, sloeg uitnodigingen voor etentjes af – ik deed alles om er maar voor te zorgen dat ik Meneer Supercar was.

Een paar weken geleden zat ik te praten met een collega toen hij begon over de Lamborghini Aventador SVJ. Ik voelde geen steek in mijn ziel, noch kromp mijn maag ineen. Hij vertelde dat het vooral een slecht rijdende auto was op de openbare weg, en dat de mensen die ’m kopen geen smaak hebben, en zonder dat ik ermee heb gereden, was ik het met hem eens. Ik voelde me niet eens rot omdat ik er niet in heb gereden. Die apathie heeft zich sinds een poosje meester van me gemaakt. Ik geloof dat ik het punt heb bereikt waarop ik kan lezen of horen over een nieuwe super- of hypercar en er dan mijn schouders over kan ophalen.

Chris Harris is een hypocriet

Ja, ik ben een hypocriet. Ik heb in mijn leven enorm veel reclame gemaakt voor onlogische, zinloze snelle auto’s omdat ik altijd een zwak heb gehad voor de mensen erachter, voor de verhalen, de faillissementen, het faden van de remmen, het geluid. Maar er bestaat zoiets als te veel van het goede, en wat ooit een zeldzame, begerenswaardige marktplaats was, verzuipt nu door de dagelijkse aankondigingen dat er alweer een andere variant van een supercar verschijnt; terwijl die supercar zelf pas drie weken oud is.

Als je iets heel erg niet-speciaal wilt maken, maak er dan te veel van, en verkoop het aan de verkeerde mensen. De bazen van Burberry en Fred Perry kunnen daar vast prima over mee praten. Er zijn simpelweg te veel dure auto’s tegenwoordig. De makers zoeken naar zo veel mogelijk winst in zo weinig mogelijk tijd, alvorens de elektrische clusterbom hen straks onvermijdelijk treft, en veel van hen zullen op termijn niet overleven. Neem het Ferrari van na de beursgang: dat moet zoveel mogelijk staal aan de man brengen, dus is er nu de F8 Tributo met de 488 Pista-motor, nog voordat veel van de mensen die een Pista hebben gekocht en betaald die geleverd hebben gekregen – ondanks het feit dat ze waarschijnlijk eerst een Lusso kochten om überhaupt in aanmerking te komen voor het privilege om een Pista te mogen kopen (toch een grapje van paar ton of zo). De Ferrari-modellencyclus verandert dezer dagen sneller dan je met je ogen kunt knipperen, en de fabriek spuwt nu meer auto’s uit dan de markt kan absorberen.

Porsche is al even schuldig, al heeft dat bedrijf een schaalvoordeel en een groter modellengamma. En het komt niet elke twee weken met weer een nieuwe, zinloze hypercar. Zinloos? Jazeker, deze auto’s zijn compleet nutteloos. Als morgen de buitenaardse wezens landen en je ze moet uitleggen wat een hypercar is, zo dat ongeveer zo gaan: ‘Jep, bedrijven besteden miljarden aan de ontwikkeling van machines zodat ze zeer hoge snelheden kunnen halen, en vervolgens worden ze vooral gebruikt om luidruchtig mee door stadscentra te kruipen zodat andere mensen auto’s nog meer gaan haten.’

Of is Chris Harris zuur?

Misschien begin ik gewoon een zure ouwe bok te worden? Dat heb ik overwogen, waarna ik rondvraag deed bij anderen en bleek dat dat niet het geval is. Mensen die ik ken die deze auto’s kopen, hebben er ook genoeg van. Restwaardes zakken in elkaar als puddingen, de mogelijkheden om ze te gebruiken op de openbare weg worden minder, en geassocieerd worden met de idioten die in zilver gewrapte, stationair gillende exemplaren voor het stoplicht staan, dat wil al helemaal niemand.

Diep vanbinnen houd ik nog steeds van deze auto’s – het is alleen jammer dat je ze overal tegenkomt. Als je elke dag een fles Mouton Rothschild drinkt, vergeet je al snel hoe speciaal die wijn eigenlijk is. Het is een duidelijk signaal dat de supercarmarkt over z’n top is wanneer je in centraal Londen meer opvalt in een nieuwe Insignia dan in een tonnen kostende Italiaan met vleugeldeuren.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws