James Hunt: het leven van de F1-coureur

Hij hield niet van gezag, wel van drank, sigaretten en vrouwen. En hij was snel, heel snel

James Hunt

De Brit James Simon Wallis Hunt (29 augustus 1947 – 15 juni 1993) startte bij McLaren in 1976, in wat later een nogal turbulent seizoen zou blijken. Daarover zo meer. Hij reed drie seizoenen voor McLaren – van 1976 tot en met 1978, waarna ie naar het team van Walter Wolf Racing zou overstappen om in 1979 z’n helm aan de wilgen te hangen. Al had een terugkeer naar McLaren niet veel gescheeld.

Hunt zou nog één race doen

Want in 1980 zat het team van McLaren met een probleem: hun jonge, nieuwe coureur Alain Prost had z’n pols gebroken tijdens de trainingen voor de GP van Zuid-Afrika en was niet fit genoeg om aan de GP van de Verenigde Staten te beginnen. McLaren benaderde Hunt voor een tijdelijke comeback van één race: dat wilde Hunt wel doen, als er een miljoen dollar voor betaald zou worden.

De belangrijkste sponsor van McLaren, Marlboro, voerde de onderhandelingen en bood de helft, maar James Hunt was ondertussen gaan skiën en brak daarbij een been. Einde plan. En Hunt zou nooit meer in de Formule 1 terugkeren. Maar terug naar het seizoen van 1976.

James Hunt was de man met vele persoonlijkheden

James Hunt droeg vele persoonlijkheden in zich. Ze waren stuk voor stuk authentiek en natuurlijk, en op een of andere manier waren ze allemaal vervlochten in die lange, voorovergebogen man met zijn warrige blonde haardos, die met z’n ietwat ongecoördineerde tred en een grijns op zijn getekende gezicht op je afstapte. Meestal had hij een glas in één hand en een sigaret – of iets sterkers – in de andere.

Hij zat op een public school en was een getalenteerd sporter, zó temperamentvol dat hij weleens een dreun uitdeelde. James was ook een (groot) liefhebber van vrouwelijk schoon en had het niet zo op conformisme. Hij kwam in de Formule 1 terecht dankzij Lord Alexander Hesketh en een groepje Britse excentriekelingen die hun F1-team vanuit een statig pand bestierden. Veel onorthodoxer kon het niet worden.

Hunt en McLaren waren tot elkaar veroordeeld

Alistair Caldwell, destijds teammanager van McLaren, vertelde hoe ze aan James Hunt kwamen. ‘Hij werd ons opgedrongen, we hadden geen keus. Hij belde ons en zei: “Ik denk dat ik dé Grand Prix-coureur voor jullie ben.” En wij zeiden: “Ja, je zult wel gelijk hebben.”

Maar mevrouw Hesketh had het gehad met die kerel van haar die al het geld erdoorheen joeg en ze trok de stekker uit het Hesketh F1-team. Wij raakten Emerson Fittipaldi kwijt, die zijn eigen team oprichtte. Dus opeens hadden we geen coureur meer, en James had geen team. We waren tot elkaar veroordeeld.’

McLaren liet James z’n ding doen

Gedurende het jaar 1976 wakkerde James Hunt, een held die het gewone leven was ontstegen, de Brits-nationalistische gevoelens aan door het op te nemen tegen Niki Lauda en Ferrari. Het Groot-Brittannië van het midden van de jaren zeventig, aangeslagen door hardnekkige sociale problemen, wilde verleid worden door een beeld van wat het land eens was geweest.

James werd de grote verleider. Lord Hesketh omschreef hem als ‘het soort kerel met wie je rustig op tijgerjacht ging omdat hij bekwaamheid combineerde met moed’. Teddy Mayer, in 1976 baas van McLaren, zei: ‘James was een snelle coureur, maar hij wist ook dat het gevaarlijk was. We lieten hem z’n gang gaan, en ik denk dat hij dat ook zo wilde. Hij was nogal een eigenheimer en je kon hem wat betreft de gevaren zeker niet op andere gedachten brengen.

Anderzijds kon je ook niet tegen hem zeggen dat hij niet moest rijden. Het was altijd zíjn beslissing.’ Dodelijke ongelukken in de Formule 1 waren in die tijd geen zeldzaamheid. In de vier jaar die James Hunt in de F1 tot dan toe actief was, waren Roger Williamson, François Cevert, Helmuth Koinigg en Mark Donahue al om het leven gekomen.

James Hunt vs Niki Lauda

De media wilden echter dat er een soort hernieuwde ‘Battle of Britain’ op de Grand Prix-circuits zou worden uitgevochten. McLaren en Hunt, voor Engeland, tegen de Duitstalige Lauda met Ferrari – ook bah, want Italiaans. Dat moest deze rebel wel even winnen. De levensstijl van Hunt voedde zijn rebelse imago.

Hij leefde als een popster, verscheen zonder pardon op blote voeten op het vliegveld en rookte allerhande ondeugend spul. Hij was getrouwd met een oogverblindende blondine, Suzy, maar in de aanloop van de tweede GP in 1976, in Zuid-Afrika, ging die ervandoor met acteur Richard Burton. Het boeide Hunt ogenschijnlijk weinig, want die scheiding kostte hem geen cent.

Het seizoen van 1976

Het seizoen 1976 dan. Lauda won de eerste race in Brazilië en in Zuid-Afrika wist hij Hunt de zege te ontfutselen. De toon was gezet: de berekenende Lauda, heersend wereldkampioen, versus Hunt, de keiharde en soms uitermate gedreven coureur. Tegen de tijd van de Britse Grand Prix op Brands Hatch was Hunt al bijna een mythische figuur: James had gewonnen in Spanje, Lauda in België en Monaco, Hunt weer in Frankrijk.

Voor de start op Brands Hatch had Lauda 55 punten, Hunt 26. De Brit bevond zich in een klassieke positie: die van de uitdager. Toen James Hunt na de eerste, afgebroken start door de officials gediskwalificeerd dreigde te worden, leek het publiek massaal in opstand te komen en bij de politie kreeg men het even heel benauwd. Maar uiteindelijk versloeg Hunt Lauda, en opnieuw ging het publiek uit z’n dak.

De GP van Japan

Lauda kreeg het roemruchte ongeluk met de vuurzee tijdens de Duitse Grand Prix (de race na Brands Hatch). Italië was de plek van Lauda’s heroïsche terugkeer. Hunt schreef Nederland en Canada op zijn naam en verkocht bij die gelegenheid een wedstrijdcommissaris een opdoffer. Hij won ook de Grand Prix van de VS, waar Lauda derde werd.

En toen restte alleen nog de Grand Prix van Japan. Lauda stond op dat moment op 68 punten, James Hunt op 65. De race op het circuit van Mount Fuji, zo’n 100 kilometer van Tokio, verliep chaotisch vanwege het noodweer. Lauda, zich maar al te zeer bewust van zijn eigen sterfelijkheid toen zijn Ferrari door de aquaplaning van bocht naar bocht gleed, hield het na twee ronden voor gezien – te gevaarlijk.

De Battle of Britain

Maar James Hunt ging vastberaden door. De baan droogde op en zijn regenbanden kregen het zwaar te verduren. Hij dacht dat het team hem naar binnen zou roepen, maar zij dachten dat alleen híj kon beslissen wanneer, en dat een eventuele pitstop het wereldkampioenschap in gevaar zou brengen. Verbeten volbracht hij de laatste paar ronden, om als derde over de streep te gaan.

Aanvankelijk wist hij niet dat hij derde was geworden en wilde hij met zijn eigen team op de vuist, terwijl zij hem ervan probeerden te overtuigen dat hij het gered had. En toen was de mythe compleet: James Hunt was wereldkampioen. In een McLaren. De Battle of Britain was wederom gewonnen.

James Hunt in een reclamevideo

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws