Suzuki Jimny: hartenbreker

De Suzuki Jimny steelt je hart. Om het in één en dezelfde moeite door in duizend stukken te breken...

Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny
Suzuki Jimny

Ach gossie. Kijk nou. Wat een ongelooflijk lief autootje. Stoer, maar dan op een manier die zo vertederend is dat ie onmiddellijk je hart steelt. Het bestaat domweg niet dat ie je niets doet. Zolang je een hartslag hebt en je lichaamstemperatuur ergens grofweg rond de 37 graden Celsius bivakkeert, tenminste. Je wordt acuut overvallen door pure autoliefde. Liefde die, gezien de nooit-kapotgaan-reputatie van Suzuki zomaar eeuwigdurend zou kunnen zijn. Dan is er echter één voorwaarde: ga er niet in rijden. Doe het niet. Echt niet. Want daardoor verandert je idee over de Suzuki Jimny op nogal drastische wijze. En niet ten goede.

Hoezo dat?

De Suzuki Jimny is, in alle objectiviteit, een nogal beroerde auto. Zo schattig als ie eruitziet, zo tergend genadeloos trekt hij het bloed onder je nagels vandaan als je erin rijdt. De lijst met minpunten is vrij eindeloos. Zo is hij nogal langzaam. Om niet te zeggen dat hij niet vooruit te trappen is. Om de acceleratie van 0 naar 100 km/u te meten, ben je het best bediend met een zandloper. Voor een gemiddelde inhaalactie kun je er maar beter een scheurkalender bij pakken.

Is dat erg?

Nee, op zich niet. Niet iedereen is verzot op scheuren en er is verder ook niets in de Jimny dat je daar naar doet verlangen. Wat wél erg is, is de onvoorstelbare bak herrie die het Playmobil-autootje erbij produceert. Het turboloze 1.5’je gilt er bij een normale snelwegsnelheid van 100 km/u al 3.000 toeren per minuut tegenaan. Mag je 120 km/u? Gefeliciteerd: dan draait ie 4.000 tpm. Wil je dan nog wat van de radio horen, dan zul je die op standje ‘live concert van Megadeth’ moeten zetten. En je stapt, ongeacht de afstand die je hebt afgelegd, doodmoe uit. Niet te doen. Je zou Suzuki willen smeken om een zesde versnelling, maar die is er niet. En de Jimny mag dan zijn opgebouwd uit Lego-plastic en flinterdun plaatstaal (vraag maar aan EuroNCAP…), plek voor enig isolatiemateriaal was er kennelijk niet. Gezien die hoge toeren is het ook al niet verwonderlijk dat de Jimny niet echt zuinig is. Althans, 1 op 11 – wij waren niet onder de indruk.

Hè, balen. Rijdt het verder een beetje, zo’n Suzuki Jimny?

Eh… nee. De besturing is zó indirect dat je het stuur minimaal een halve slag moet draaien wil er überhaupt iets van een koerswijziging optreden. De demping is vrij stevig en de wielbasis natuurlijk heel kort. Neem drempels of andere obstakels (afgewaaide twijgjes enzo) dus vooral heel rustig, want je stuitert alle kanten op. De vering is daarentegen extreem soepel. Het ding helt in bochten over als Michael Jackson in Smooth Criminal. Een beetje zijwind maakt een snelwegrit haast tot een hachelijke onderneming – je blijft corrigeren, en zwalkt van links naar rechts als een ongeneesbare WhatsApp-verslaafde.

Jeetje… Maar verder is ie toch wel in orde?

Mwoah, ook al niet echt. Als gezegd: het hele interieur bestaat uit het soort plastic waarvoor enge zeebeesten doodsbang wegzwemmen. Als er een beetje zon schijnt, spiegelt het spul voor de meters zó erg dat je nooit zult weten hoe hard je rijdt. Geen ramp, want té hard rij je nooit (kan helemaal niet), maar hinderlijk is het wel. Heb je last van ongewenste vriendschappen of, erger nog: stalkers? Neem ze mee voor een ritje en zet ze op de achterbank. Je kunt er al nauwelijks komen, en door de kaarsrechte leuningen en ‘kussens’ die de naam niet verdienen, is het er niet uit te houden. Je ziet ze dus gegarandeerd nooit meer terug. Een andere bron van irritatie: het systeem dat waarschuwt voor dingen vóór je die je mogelijk niet gezien hebt. Het is er kennelijk van overtuigd dat je prima kunt rijden als je blind bent, want het waarschuwt voor álles. Oh, en wil je hem gebruiken voor de boodschappen? Wen dan maar aan een dieet van diepvriespizza’s. Twee, passen er in de bagageruimte. Als je ze op hun kant zet.

Hoe? Kan? Dit?

Doodsimpel. De Suzuki Jimny is een terreinauto. Pur sang. Kijk maar eens goed: hij pretendeert ook helemaal niets anders te zijn. We zijn zo gewend geraakt aan bluf-SUV’jes dat we vergeten zijn dat er ook zoiets bestaat als een échte kleine terreinauto. Haal ‘m ván de weg en het is waarschijnlijk de beste auto die je kunt kopen. Dan wíl je die besturing, die demping en vering. Dan ben je blij dat je modder zo uit het interieur kunt hogedrukspuiten. Dan doen hoge toeren bij hoge snelheden er niet toe, want je rijdt altijd langzaam. Dan heb je zelfs lage gearing tot je beschikking. Dán komt ie volledig tot zijn recht. Maar in Nederland, zeg: in de Randstad, heb je er geen bal aan.

Ik schrik hier een beetje van…

Wil je echt schrikken? Mag je raden wat ie kost. Onze versie, de duurste, met navi en DAB-radio enzo, kost je op één euro na 30 mille. Wil je er een automaat in? Dat kan: acht mille (8!) extra. Nou komt dat vooral door ons fijne CO2-belastingsysteem, dus daar kan Suzuki verder niet zo veel aan doen. Nou ja, ze zouden er natuurlijk een fatsoenlijke, moderne, zuinige motor in kunnen leggen. Maar dat doen ze natuurlijk niet alleen voor dat CO2-hysterische landje, ver weg in Europa. Waarom zouden ze ook? De Jimny is in Japan al voor de komende twee jaar uitverkocht. In Engeland hebben ze al vierduizend bestellingen binnen terwijl niemand de auto nog in het echt heeft gezien. Nederland? Waar ligt dat dan..?

En toch wil ik hem!

Wij ook! Na elke martelrit stapten we uit, klikten hem op slot, liepen naar de voordeur, keken nog even om en smolten meteen weer. Och gossie. Kijk ‘m nou. Kom maar hier – even een knuffel omdat we net zo gemeen tegen je hebben gedaan. Niet meer huilen hè, gaan we zo weer een stukje rijden. Of misschien ook wel niet.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Nieuwste van TopGear

Autonieuws