Achter de schermen: producer Andy Wilman

Ik was even verbaasd als iedereen toen ik Jeremy’s column in Top Gear Magazine las nadat de laatste serie was afgelopen (die je hier kunt lezen). Die waarin hij schreef: ‘O, we hebben net zes programma’s gedaan waarin we in stretch limousines zaten en onzin lulden, een paar tractors in de vernieling hebben gereden, een slechte spaceshuttle hebben gebouwd, geen enkel zinnig autofilmpje hebben gemaakt en we desondanks acht miljoen kijkers hadden, dus wat nu?’
 
Ik wist dat hij met die vraag worstelde, maar ik praatte er niet met hem over. Wij zijn Britten, wij praten alleen over onzin en het weer, en zodoende wist hij niet dat ook ik ergens mee worstelde.
 
Ons dilemma: wat moeten we doen? Praten over auto’s en vier miljoen kijkers trekken, of slap ouwehoeren en acht miljoen kijkers trekken? Dat is een goede vraag, omdat we aan de ene kant inderdaad een autoprogramma hebben, en aan de andere kant zijn we egoïstische televisiemensen die alles doen voor de kijkcijfers. We wisten dat we de vraag zouden moeten beantwoorden – welke kant moesten we op?
 
Die kant hebben we gevonden. We waren het er allemaal over eens dat acht miljoen kijkers proberen te blijven halen, onzin zou zijn – een fata morgana achterna jagen, naar de hoeren gaan als je bezopen bent. Het Top Gear-publiek bestaat uit een paar miljoen mensen die van auto’s houden, en nog een paar miljoen bonuskijkers, mensen die zeggen: auto’s interesseren me geen moer, maar Top Gear vind ik lachen.
 
De menselijke natuur van televisiemakers fluistert tegen ons dat we de bonuskijkers moeten zien vast te houden: ze zijn goed voor onze kijkcijfers en goed voor onze ego’s – zoals tongen met een meisje dat jou aanvankelijk niet zag staan – en de voldoening is enorm omdat je mensen hebt geïnteresseerd in iets waarin ze eigenlijk niet zijn geïnteresseerd.
 
Maar als we die kant op waren gegaan, waren we gek geworden. De bonuskijkers willen een filmpje dat nog maller is dan dat over de spaceshuttle, of eentje dat nog idioter is dan dat over de limousines, en juist dat houdt een keer op. Binnen een jaar of twee zouden we zonder materiaal zitten.
 
Wat we dus hebben gedaan, is terugkeren naar het gebied waarop we ons echt thuis voelen, dus in essentie zijn we teruggevallen op auto’s. Je hoort wel eens een popgroep zeggen: Dit keer wilden we alleen een gitaar, een bas en een drumstel en geen drie jaar doen over een nieuwe plaat, maar twee weken. Zoiets dus.
 
Het hoofdfilmpje van het eerste programma, waarin ze in drie lichtgewicht-superauto’s op zoek gaan naar de lekkerste weg ter wereld, is daar een goed voorbeeld van. We laten zien dat we op ons gemak zijn als we het over auto’s hebben.
 
Weet je? Heimelijk hoop ik toch op de bonuskijkers, degenen die eigenlijk alleen kijken als we een exploderende raket in de aanbieding hebben, omdat dit filmpje het autoniveau overstijgt. De filmkwaliteit is beter dan ooit, en de kijker kan er flink om lachen als het drietal bekvechtend door de Alpen trekt. Het heeft een emotioneel einde. Uiteindelijk kunnen we met een autofilmpje als dit miljoenen kinderen en volwassenen een leuke zondagavond bezorgen, we kunnen ervoor zorgen dat de mensen die op maandagochtend vroeg naar school of werk moeten hun weekeinde lachend afsluiten.
 
Denk dus niet dat we hebben ingeleverd op ambitie, taaiheid of vitaliteit, of ons ineens na negen jaar ouder voelen. We doen ons best als nooit tevoren. De Botswana-film, een special van een uur, is spectaculairder dan alles wat we eerder hebben gedaan. Het amfibie-vervolg is beter dan ik durfde hopen. De 24-uursrace is simpelweg een soap, en wat de Veyron tegen de Eurofighter betreft, weet ik dat er op  You Tube al een illegaal filmpje is gesignaleerd, maar wacht even met je mening tot je het origineel ziet. Ik haat You Tube en internet soms; waarom kan niemand meer gewoon wachten op de verrassing? Die wordt er alleen maar lekkerder door.
 
Gisteravond heb je kunnen kijken. Ik weet dat er geen acht miljoen mensen gekeken hebben – ik weet dat ons voorgaande seizoen – met Richards crash – krankzinnig was. Maar zelfs als sommige mensen afhaken door op commerciële zenders naar vreselijke bagger te gaan kijken, denk ik dat er nog steeds genoeg mensen zullen kijken die niks met auto’s hebben. Waarom ik dat denk? Omdat ik iedere kijker een leuke, vermakelijke en vrolijke avond garandeer.
 
Mijn conclusie is dat Top Gear het beste televisieprogramma ter wereld is, en dat er niks boven ons drietal gaat.
 
Andy Wilman
Producer Top Gear

Ps. Hieronder nog wat beelden van de komende serie

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken