Toyota Supra (A70) vs Supra (A90)

Dezelfde naam, alleen is de een iets Duitser dan de ander

Is dat een Supra?

Eh, ja. Dankzij een hoofdrol in de eerste van (te) veel Fast & Furious-films is de A80-generatie van de Toyota Supra een van de meest herkenbare auto’s ter wereld. Maar diens voorouders, de auto’s die de naam Supra op de kaart zetten, kregen en krijgen maar nauwelijks aandacht. Neem de Toyota Supra A70. Toyota verkocht in bijvoorbeeld het VK achttien (!) keer zo veel A70’s als A80’s, maar veel waardering heeft hij eigenlijk nooit gekregen.

Wat is er mis mee?

Niet veel, vinden wij. De naam Supra dateert uit de jaren zeventig, te beginnen met de A40. De A70, de eerste Supra die op een eigen, achterwielaangedreven onderstel stond, kwam in 1986 naar Europa. Net als de A60 daarvoor en de A80 daarna was ie z’n tijd een beetje vooruit. Zo had de A70 onder meer een ophanging met dubbele wishbones (voor een deel van aluminium, om gewicht te besparen). Ook elektronisch instelbare schokbrekers, met drie verschillende standen, waren een optie.

Hoe rijdt die nieuwe ook alweer?

Supra’s zijn in essentie GT’s, maar in de loop der jaren zijn ze almaar sportiever geworden. De A90 van vandaag de dag hangt er een beetje tussenin. Met z’n kalme weggedrag en stille cabine is ie op lange afstanden beter dan een Porsche Cayman. Maar z’n wielbasis van 2.470 millimeter en z’n progressieve, uitgekiende besturing zorgen ervoor dat ie ook wendbaar en snel is, en dat je vertrouwen in ’m durft te stellen. Dat gezegd hebbende zijn er wel wat probleempjes. De transmissie is maar net snel genoeg voor een sportauto en de motor, hoewel sterk en soepel, ontbeert karakter en fascineert nauwelijks. Daarbij voelt ie aan als een BMW, maar dat is geen verrassing, gezien z’n ingewanden.

En de Toyota Supra A70?

De A70 paart een 3.0 zescilinder turbo aan een automaat, net als de nieuwe versie. Maar hij is veel meer een GT – en dan eentje met zeer soepel weggedrag, een lekkere automaat met koppelomvormer en een verfijnde motor. Hij voelt niet snel aan in de moderne zin des woords – de manier waarop ie accelereert, is bepaald niet explosief of abrupt. De turbo komt er, naar wat in de jaren tachtig gebruikelijk was (hoi Porsche 911 Turbo, we hebben het tegen jou), vrij geleidelijk in en de motor houdt zichzelf ook bij hogere toerentallen in toom. Behoorlijk zen allemaal. Het zicht naar buiten is goed – de nieuwe auto voelt in vergelijking aan als een schoenendoos. De stoelen zijn erg comfortabel en zelfs na 200.000 kilometer en drie decennia komt deze (nog altijd netjes standaard uitziende) auto uitstekend in elkaar gesleuteld over. De besturing is goed van gevoel en gewicht, maar de remmen zijn matig. Hij is dan ook een beetje een dikkerdje.

De Toyota Supra A70 voelt vast niet aan als een BMW?

Correct, en dat is belangrijk. De A70 heeft een heel eigen karakter en heeft in de verste verte niets Duits over zich. De nieuwe auto is dynamisch heel sterk, en we zijn blij dat hij a) bestaat, en b) de terugkeer van een iconische naam heeft bewerkstelligd. Maar we rouwen nog altijd om het verlies van z’n Japanse inborst.

Reacties
  1. Aernoudt zegt op 5 juni 2020 om 08:25:

    A70 was er ook met handbak; niet alleen als automaat (zoals het nu in de text staat lijkt het alsof de A70 altijd met automaat is, maar dat is gelukkig niet zo!)

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
Magazines