Alpine A110 (2019) vs Alpine A110 (1976)

De nieuwe A110 is een stuk retrodesign ten voeten uit. Ontmoet z’n lichtgewicht inspiratiebron

Alpine A110
Alpine A110

Hebben jullie een speelgoedauto op de foto gezet?

Zo voelt ie wel een beetje aan, ja. Herinner je je nog die kinderautootjes van vroeger, die buiten bij de friettent stonden? En hoe hard je je schenen stootte als je daarin ging zitten? Nou, er zal je een déjà vu overvallen als je in de klassieke Alpine A110 plaatsneemt en de pedalen stuk voor stuk in probeert te trappen, in plaats van alle drie tegelijk.

Hij weegt ook vast niks?

Inderdaad, hij komt maar tot 790 kilootjes. Ongeveer iedere autojournalist op aarde riep over de nieuwe Alpine A110 dat die een frisse verschijning was. Een waar toonbeeld van een lichtgewicht auto. Maar zie je ’m naast z’n 300 kilo lichtere voorvader staan, dan komt de jongeling ineens wat vadsig en te technologisch beladen over. Dat neemt niet weg dat laatstgenoemde een glorieus voorbeeld is van hoe je auto’s slank en simpel houdt. Een bezoekje aan z’n opa zorgt ervoor dat je ziet waar z’n styling vandaan komt, al zijn de luchtin- en -uitlaten verplaatst – terecht, want de motor is ook van de achterkant naar het midden gekomen.

En hoe verhouden de prestaties zich tot elkaar?

De oude Alpine A110 was er in allerlei uitvoeringen. Deze Berlinette 1600 SX had een bescheiden 94 pk, waar de nieuwe Alpine met turbo 250 pk heeft. De oude A110 had een ietwat lastige handgeschakelde vijfbak. De nieuwe doet het met een zeventraps automaat met flippers, waardoor opa wat lastiger op snelheid te krijgen is. Maar hij voelt zeker niet sloom aan. Vanwege z’n verwaarloosbare gewicht en de bobslee-achtige zitpositie achter het stuur heb je al snel het idee dat je behoorlijk indrukwekkende snelheden haalt.

Hij is dus vermakelijk om te rijden?

Yep. Een intense, zweterige toestand waarin je linkerbeen vrijwel meteen verkrampt. De geringste aanraking van het stuur heeft een enorm effect op je rijlijn, en op een hobbelige weg moet je je handen allebei stevig aan het stuur houden om niet meteen een greppel in te duiken. Auto’s uit de jaren zeventig stonden nooit bekend om hun geweldige remmen, maar met zo weinig gewicht dat tot stilstand hoeft te worden gebracht, bijten deze behoorlijk hard. Elk deel van de auto vraagt erom te worden gebruikt en volop te worden gereden, en grijp je ’m echt bij z’n nekvel, dan geniet hij dubbel. Er lange afstanden mee rijden zou een hel zijn, maar voor de Rally van Monte-Carlo mag je ons toch ’s nachts wakker maken.

Maar de nieuwe is comfortabeler?

Nogal ja, wat dacht je. Waar z’n exterieur een flagrante kopie is van het origineel, voelt het interieur uniek aan. De enige verwijzing naar het verleden zijn de digitale klokken in de Normal-modus. Vreemd genoeg niet in de Sport- of Race-stand. Er is veel ruimte, hoe lang of breed je ook bent. En dankzij de klimaatcontrole heb je geen last van hitte of wasem.

De Alpine A110 rijdt ook lekker, toch?

Hoewel hij dus wat makkelijker in de omgang is, is hij minstens even leuk op een mooie weg. Hij hopt even vrolijk over slecht wegdek als de Berlinette, alleen zoekt hij minder snel het zwerk op. Hij is, om kort te gaan, een van de allerbeste sportauto’s die je momenteel kunt kopen. Ook in de nieuwe wil je meedoen aan de Rally van Monte-Carlo. Alleen rijd je er in deze versie ook dwars door Frankrijk naartoe. De nieuwe A110 is een stuk retrodesign op z’n allerbest. Met dank aan z’n inspiratiebron.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws