Cobra en XK120: te heet gewassen

Is het een grote vent in een kleine auto of een kleine auto met een grote vent? Of is het gewoon heel veel lol met 8 pk?

Mijn collega is een echte ouderwetse heer. Hij knoopt elke ochtend zijn gulp dicht. Zet binnenshuis zijn hoed af. En in de afgelopen drie maanden heeft hij maar één keertje gevloekt, en dan nog niet meer dan een gefluisterd ‘potdorie’. Vandaag gaat hij gekleed in een leren jack dat nog van zijn vader is geweest, en als er een dame in de buurt zou zijn, zou hij de deur voor haar openhouden en haar in geen geval ongevraagd bepotelen.

Hij is ook een dwaas. Waar ik hier vandaag ben gekomen om op een beheerste en cultureel verantwoorde wijze wat te toeren in een paar klassiekers, heeft hij een glibberig hoekje gevonden waar hij ongegeneerd aan het slippen is. Zulk onoorbaar gedrag past een heer natuurlijk niet, en zeker niet achter het stuur van een pensioengerechtigde Jaguar. De XK120 was immers ooit de snelste productieauto ter wereld en zou daarom met respect en prudentie moeten worden behandeld, zoals men oude mensen met respect behandelt. De manier waarop hij de auto gebruikt, geeft simpelweg geen pas.

Ik hoop dat zijn pet van zijn kalende kruin zal waaien. En dat gebeurt ook. Dat komt omdat zijn hoofd nogal hoog boven de voorruit is gepositioneerd en daardoor bloot staat aan een stevige bries, dus halverwege de startbaan van Dunsfold verliest hij zijn pet – die vervolgens naar de aarde dwarrelt als het laatste herfstblad van een tak. Net goed. Want hoewel zijn oude Jaguar eigenlijk helemaal geen Jaguar is, en ook niet oud, verdient de auto wel degelijk dezelfde dosis respect.

Als je de gave hebt om perspectief te zien, zal je op de foto’s bij dit artikel zijn opgevallen dat de auto ook nogal aan de kleine kant is, net zoals mijn AC Cobra met de witte strepen. Dat komt omdat ze allebei miniatuurversies zijn van hun grotere broeders – schattige, kleine pygmee-auto’s met een verkleinde carrosserie en knusse cabines waarin precies genoeg ruimte is voor een volwassen mens. En in plaats van hun traditionele dikke motoren doen deze klassiekers in zakformaat het met 110 cc eencilinders die je normaliter vindt onder een vlot Honda-scootertje. Ze hebben allebei ongeveer 8 pk. Moedig voorwaarts.

Ze hebben een heuse ophanging en Brembo-schijfremmen, en bandjes die om 10 inch kleine velgen liggen – dezelfde afmeting als de wielen hadden van de oorspronkelijke Mini, hoe ongeloofwaardig dat ook mag klinken. Ze hebben allebei een drietraps sequentiële transmissie die met de achterwielen is verbonden door middel van een ketting – ook van een scooter. Ze zijn gemaakt door het in Vietnam opererende, maar door Britten gerunde Harrington Specialist Vehicles, en ze worden in het VK verkocht door Pocket Classics. De prijs is zo’n 16.000 euro voor de Cobra; voor de XK ben je circa twintig mille kwijt.

Helaas mag je er niet mee op de openbare weg, daarom zijn we naar de vaste TopGear-baan gekomen, waar een storm aan de haal lijkt te willen gaan met onze stropdassen. Ik weet dat omdat de mijne ontsnapt is en nu in mijn gezicht fladdert. De oplossing zou zijn om voorover te buigen en de rand van mijn hoofddeksel op de bovenkant van de voorruit te laten rusten, wat er enerzijds tamelijk dom zal uitzien maar anderzijds zal het de eerste keer in de racegeschiedenis zijn dat een pet gebruikt zal worden als een stuk actieve aerodynamica, eigenlijk net als de stroomlijn die bij F1-wagens wordt toegepast. Ik buig dus voorover en voel me een uitvinder.

Je zit in het midden met je benen aan weerszijden van de transmissietunnel, met een voet op elk pedaal, alhoewel de pedalen geen pedalen zijn maar de ijzeren staven die je ook aantreft in een kart (in feite zijn dit ook karts, maar dan met een chique omhulsel). Er is geen koppeling. De stoel is uitgevoerd in gerimpeld leer, het houten stuur voelt koud aan in je handen, en de versnellingspook bevindt zich tussen je benen. Je bedient hem door hem naar voren te duwen als je wilt opschakelen en naar achteren als je terug wilt schakelen.

Ik zit nu in de XK, die verbazingwekkend veel geluid maakt als je de sleutel omdraait en de motor start – iets tussen een grote grasmaaimachine en een klein propellervliegtuig in. Met een kloink valt ie in z’n eerste versnelling, en we zijn onderweg. Het duurt even voor ie op stoom is, maar op z’n grens, in z’n drie, is ie een heus wapen. Nee, echt. Je kunt het asfalt met je handen aanraken, zoals je het water kunt aanraken als je in een sloepje zit. Maar dat beveel ik niet aan, want bij 65 km/u verlies je dan wel meteen je vingertoppen.

Vanuit de bestuurdersstoel kun je zelfs beide uiteinden van de auto aanraken waardoor het een van de weinige auto’s ter wereld is die je met de hand zou kunnen wassen zonder uit te stappen. Dat komt goed uit, want ik wil ook helemaal niet uitstappen. Begrijp me niet verkeerd: ik wil niet gaan doen alsof we deze auto testen zoals we normale auto’s testen, want dat zou absurd zijn, maar ik wil wel even vertellen dat je veel grip hebt en als je spint, val je er niet uit ondanks een totaal gebrek aan veiligheidsriemen. De besturing is tamelijk scherp. En je kunt vrijwel iedere bocht plankgas nemen, wat me een enigszins euforisch gevoel geeft. Al voel ik me nog aanzienlijk euforischer wanneer ik in een bocht van het gas ga en een fikse dosis overstuur voor mijn kiezen krijg.

We geven de twee autootjes fors op hun falie, niet echt het gedrag van twee heren, en dan besluiten we toch de tijden maar eens op te gaan nemen om te weten te komen hoe rap ze onze baan bedwingen. Je zou kunnen denken dat ze allebei de langzaamste voertuigen zijn die ooit een rondje op Dunsfold hebben gereden, maar dan vergeet je dat Richard Hammond hier ooit een tijd klokte in een pedaal-aangedreven Porsche: 18 minuten en 37 seconden. Dus tenzij ze zonder benzine komen te staan (met tanks van 1,5 liter is die kans levensgroot aanwezig), moeten ze sneller kunnen zijn.

Over nu naar mijn collega in de Cobra, die om de een of andere reden een stuk levendiger aanvoelt dan de XK. Na de gebruikelijke ‘drie, twee, een, start’, gaat hij er als een speer vandoor, voorovergebogen en wel.

Tegen de tijd dat hij bij de Hammerhead aankomt, was de Pagani Huayra – momenteel de snelste auto ooit op onze TopGear-baan – al gefinisht. Naar blijkt, had de bestuurder van de Pagani al kunnen parkeren en een kop thee kunnen drinken als de mini-Cobra het circuit na drie minuten en zeven seconden heeft gerond. Veel sneller dan Hammonds skelter, maar wel met enige afstand de langzaamste auto die ooit op benzine onze ronde heeft gereden. Dat maakt natuurlijk allemaal niets uit, want je mag met deze auto nou eenmaal niet de openbare weg op, en dus administreren we z’n tijd niet.

Bovendien raken we van het padje en moeten we de draad van ons verhaal blijven volgen. We kwamen vandaag ons bed uit om een eindje te tuffen op het Engelse platteland, niet om banden te laten kermen en rookwolken te creëren. Zoals een verstandig man me ooit voorhield: ‘Een echte heer zou zich schamen als zijn daden niet overeenkomen met zijn woorden.’ (Confucius, TopGears favoriete Chinese filosoof, wordt schandalig weinig geciteerd op autowebsites. Tot vandaag althans.) En je zal moeten toegeven dat hij gelijk had.

Dus, geachte collega, gedraag je en stop met slippen en glijden. We moeten onze reputatie naleven. En waar is je pet?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken