Autotest: Audi Q7 3.0 TFSI 333 pk

Net als de titelfiguur uit Roald Dahls klassieke kinderboek ‘De GVR’ lijkt ook de Audi Q7 groot en eng. Terwijl ie eigenlijk best lief is.
 
Zo snel als grote SUV’s populair werden, zo snel worden ze verguisd. Hier in het land zonder bergen of modder vindt men ze namelijk toch een beetje griezelig. Zeker nu de benzineprijzen weer de pan uit rijzen, en iedere zelfbenoemde wereldredder het nodig vindt om deze auto’s te bekrassen met boomtakken of te bekogelen met suikervrije rijsttaarten. De Volkswagen Groep en consorten zagen dit al een beetje aankomen, en hebben zich daarom gehaast om hun mastodonten een vriendelijker karakter mee te geven. De Volkswagen Touareg werd kleiner, en zelfs de Porsche Cayenne kun je tegenwoordig met hybride-aandrijving krijgen.
 
Audi’s Q7 bleef echter een beetje achter. Goed, hij kreeg wat lichtgevende mascara rond z’n koplampen, maar dat deed weinig om de sandalendragers te sussen. De reus moest afvallen, en zijn dieet zou bestaan uit minder brandstof. Daarom heeft de Q7 vanaf nu een ingrijpend gewijzigd motorenpalet. Zo werd de 3.0 TDI lichter, schoner en zuiniger, en komt er tevens een Clean Diesel-versie met start/stop-systeem voor de echte milieufreak. Ook de achtcilinder 4.2 TDI is niet meer zo vies als ie ooit was.
 
Op benzinegebied zijn de 3.6 V6 en de 4.2 V8 verdwenen. In hun plaats komen twee varianten van Audi’s 3.0 TFSI-zescilinder met turbo én supercharger, die we al kennen uit onder andere de A6 en de S4. We reden de sterkste versie met 333 pk, die maar liefst 15,7 procent zuiniger is dan de oude 4.2.
 
Daarmee houdt het niet op. Zo is er een nieuwe achttraps-automaat, die goed is voor een brandstofbesparing van 4 procent en voortaan standaard in elke Q7 ligt. (Behalve in de V12 TDI, want die zou ‘m levend verscheuren.) Zelfs het quattro-systeem is aangepakt: het is nu 30 kilo lichter en maakt de auto nog eens 6 procent zuiniger. Ook hergebruikt de auto voortaan zijn remenergie om de accu bij te laden. Dat scheelt wrijving in de motor, omdat een permanent werkende dynamo niet nodig is.
 
Behoorlijk verfijnd dus, die nieuwe Q7. Maar denk niet dat ie daardoor minder lomp is geworden. Op de bergachtige wegen rond Ingolstadt danst en deint de enorme auto nog altijd vrolijk door de bochten. Een beetje onbeholpen, als een reus die tussen de flatgebouwen doorstapt en daarbij probeert niets kapot te maken. Hij heeft zijn omvang tegen, maar hij doet zijn best. Over het tempo hebben we in ieder geval niets te klagen; in de zwakkere versie van de 3.0 TFSI (met 272 pk) merk je dat de auto niet alles geeft wat ie kan, maar met deze sterke variant hou je weinig te wensen over.
 
Ja, de Q7 is groot, ruim en niet hybride, dus mensen die graag banden lek steken, zien ‘m liever gaan dan komen. Maar hij bedoelt het allemaal niet zo slecht. Met verse, doorontwikkelde aandrijflijnen pakt ie de procentjes winst waar het kan. Onder de streep kun je daarmee in een auto van dit formaat misschien wel meer bewerkstelligen dan met een paar accu’s en een elektromotortje, zeker als je het totale productieproces in acht neemt.
 
De Q7 is een goedzak, maar sommigen oordelen nu eenmaal snel over reuzen. Laat ze eens een kinderboek lezen, daar kunnen ze nog wat van leren.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken