Bentley Bentayga op zoek naar goud

‘s Werelds meest luxe SUV is niet goedkoop, dus trekken we naar Californië op zoek naar goud. Veel goud

Ik ben op zoek naar drie gouden tennisballen, of vijf gouden eieren. Maakt niet uit welke van de twee. Waarom? Omdat goud momenteel wordt verhandeld voor 1.103 euro per troy ounce (de rekeneenheid voor goud: ruim 31,1 gram), en dus heb ik 204 troy ounces (6,3 kilo) nodig om de Bentley Bentayga te kopen – nog zonder bpm. Met een dichtheid van 19,3 g/cm3 is dat het equivalent van het volume van drie tennisballen, ofwel een forse omelet. De opties zitten er ook nog niet bij. Als ik de roterende Breitling Tourbillon-dashboardklok erbij wil bestellen, moet ik de dubbele hoeveelheid goud zien te vinden.

Daarom ga ik op bezoek bij Jim. Jim heeft zijn leven gewijd aan het zoeken en vooral het vinden van het edelmetaal. Hij weet er alles over, en is eigenaar van American Prospector Treasure Seeker. Dat is de grootste gouddelversbenodigdhedenwinkel in zuidelijk Californië. De grootste hoeveelheid goud die Jim en zijn vrouw Sue ooit op een enkele dag aan de aarde hebben onttrokken, is elf gram, en zij weten wat ze doen. Onder Jims supervisie heb ik mezelf twee dagen gegeven, in en rond Palm Springs, om zijn persoonlijke record in een aantal duizendvouden te overtreffen, terwijl mijn enige materiaal een goudachtig gekleurde Bentayga is, en een vleugje optimisme uit de Oude Wereld.

Waarom ga je met Jim op pad?

Ik vertrouw Jim vanwege twee zaken. Ten eerste: omdat de eerste self-made miljonair in de Californische goudkoorts van 1848 Samuel Brannan was. Dat was een man met visie. Toen Brannan hoorde dat een zaagmolenaar, James Marshall, grote stukken goud had gevonden aan de oevers van de American-rivier bij Coloma, 800 kilometer ten noorden van waar we ons nu bevinden, sprong hij niet op zijn paard om er zijn zakken te gaan vullen. In plaats daarvan kocht hij elke spade, schop, houweel, zeef en pan die hij kon vinden. Hij begon daarmee een winkel – in afwachting van de 190.000 zogeheten 49’ers die een jaartje later hun geluk kwamen beproeven in de Golden State. Het is inmiddels 160 jaar later, maar Jim weet dat er geld te verdienen valt aan de goudzoekers. Niet aan het spul zelf. Ten tweede: Jim heeft een geweldige snor.

De fotograaf en ik komen aan bij de winkel in Temecula. Het is een uur ten zuidwesten van Palm Springs, waar Jim en Sue meteen naar buiten komen stappen om de Bentley – als de kip met de gouden eieren – te inspecteren. Sue springt direct achter het stuur en begint het leer te aaien. Jim plaatst zijn handen op zijn heupen en zegt: ‘Wat zei je dat ie kostte?’ In dollars zoiets als 230.000, zeg ik, voor ongeveer 600 pk. ‘Hoo-wee! Nou, daar heb je wel wat klompjes voor nodig. Zien?’

Jim grijpt een zakje dat op de passagiersstoel van zijn pick-up ligt, en haalt er een met gel gevulde tube uit die een klompje ter waarde van 1.000 dollar bevat – zo’n beetje ter grootte van mijn duim.

Ik sta paf: goud is pure schoonheid. Ik ben geneigd het van hem af te pakken om mezelf een vliegende goudzoekstart te geven. Ik realiseer me dat dat van kortetermijndenken zou getuigen.

Vastbesloten om het op de oorspronkelijke 49’er-manier te doen, stap ik de winkel binnen en koop een plastic zeefpan, een spade en bezwijk bijna voor de verleiding om iets te kopen dat de, eh, ‘nugget sucker’ heet.

Hoe gaan jullie het goudzoeken aanpakken?

‘Bij de kreek traceren we de perfecte plek – daar waar snelstromend water af wordt geremd’


We bespreken ons plan voor de komende dagen. Jims grootste zorg is niet dat ik geen ervaring of behendigheid op dit terrein bezit, maar dat de Bentley het terrein niet zou aankunnen. Die zorg deel ik met hem, maar ik verzeker Jim ervan dat ie een ruiger hart heeft dan z’n uiterlijk doet vermoeden, en stel voor dat we ons op de dag van vandaag concentreren. Vandaag zullen we de rivieren van Californië onveilig maken en vooral plunderen, en Jim kent de perfecte plek: de Cajon-kreek.

Het is een uur rijden, vooral over kaarsrechte wegen, en zo’n ritje zou in de meeste auto’s irrelevant zijn – lege, inhoudsloze kilometers – maar in de Bentayga is de rit wel degelijk van belang. Om z’n claim waar te maken dat ie ‘s werelds ‘meest exclusieve, meest luxueuze en meest krachtige SUV’ is, zou ie van een uurtje als dit een waar evenement moeten kunnen maken. Het is echter niet z’n ongelooflijke verfijning of de donzige, zware manier waarop ie rolt die het meest opvalt. Wat ‘m het meest kenmerkt, is dat de bestuurder zo weinig hoeft te sturen.

Kan de Bentley Bentayga dan helemaal zelf dat lange stuk afleggen?

Zet de instelbare cruisecontrol op de door jou gewenste topsnelheid en selecteer de afstand tot de auto voor je en activeer het systeem om in je baan te blijven. De Bentayga stuurt, accelereert en remt voor je, als er tenminste ‘leesbare’ lijnen op het wegdek aanwezig zijn. Probleem is wel dat ie elke tien seconden piept omdat ie vindt dat je een hand op het stuur moet hebben. Dat zal waarschijnlijk te ondermijnen zijn door een cd-hoesje of de asbak op of tussen de stuurspaken te klemmen, maar dat zal niet de bedoeling van Bentley zijn en wij weten eigenlijk ook niet hoe we hier ineens opkomen. Laten we het erop houden dat je op volslagen verlaten wegen als bestuurder totaal overbodig bent.

Bij de kreek traceren we de perfecte plek. Daar waar snelstromend water is wordt geremd. ‘Dat is waar je je goud kan vinden’, zegt Jim. Ik mijn broekspijpen op en spring in het watertje, in de verwachting ogenblikkelijk tussen al mijn tenen klompjes goud te zullen voelen. Het goedje blijkt echter schaarser dan ik had vermoed, en het ‘pannen’ aanzienlijk moeilijker. Pannen vergt extreem veel geduld en een listige beweging. Het is elementair om zo te schudden dat het zwaardere zwarte zand en het goud naar de bodem zinken, waardoor de ongewenste materialen boven komen, en om dan zachtjes wat water over het zwarte zand heen te laten kolken zodat de schat zichtbaar wordt. Na tien pannetjes en een verrekte onderrug, hebben we precies niets. Brannans andere klanten moeten ons in deze kreek voor zijn geweest.

Terneergeslagen laden we de auto in, en richten de Bentayga’s voorkant naar onze basis in Palm Springs

Tegen de tijd dat we op de Palm to Pines-highway belanden, zijn we alweer een stuk positiever, en ervan overtuigd dat de dag van morgen wel oneindige schatten zal brengen, al was het maar om ons te compenseren voor de droogte van vandaag. Zo gaat dat met goud: ze is een verleidelijke minnares. Ze bevindt zich hier overal. In het water, in de rotsen, in de bergen en in de grond. Ze bevindt zich altijd op armlengte. Ken je dat gevoel wanneer je voor het eerst in een paar jaar weer eens meedoet aan een loterij, en dat je naar je lotje kijkt en je dan ineens zeker weet dat je de jackpot zal gaan winnen? Nou: zo is het precies.

Alsof deze blinde positiviteit nog niet genoeg is om ons in juichstemming te brengen, is dit stukje van Highway 74 werkelijk een heerlijk stukje weg. Eindeloos wijds, met mooie vergezichten, prachtig leunende bochten, en met panoramisch uitzicht op de Coachella-vallei onder ons, besluiten we de 2,2 ton zware SUV eens te zullen testen.

En hoe houdt de Bentayga zich op deze weg?

Om te zeggen dat een auto de bocht omgaat alsof ie op rails loopt, is het grootste cliché in het handboek van de autojournalist (samen met ‘gaat als de brandweer’), maar voor de Bentayga moeten we toch echt een uitzondering maken (eigenlijk zelfs voor beide clichés). Zet de in acht verschillende modussen verstelbare (vier voor op de weg, vier voor in het terrein) SUV op het standje Sport, en het nieuwe Bentley Dynamic Ride laat zich voelen: hij spant z’n dempers zodat de carrosserie steeds vrijwel volledig vlak blijft.

Bentley zegt dat het 48 Volts elektrische, actieve rolcontrolesysteem drie keer sneller is dan een hydraulisch systeem. Dat kunnen we niet nameten, maar wat wel weten, is dat het werkt en dat de Bentayga dan aanzienlijk lichter aanvoelt, zodat je ‘m zonder enige angst voor een aardig potje gooi- en smijtwerk kan inzetten – tenzij je passagiers natuurlijk net een flesje bubbels hebben opengetrokken en aan het proosten zijn.

Wat drijft de Bentley voort?

De 600 pk sterke W12 – volledig nieuw, tot op de laatste schroef. Hij is uiteraard overdreven groot. Toch voelt hij aan alsof hij op maat is gemaakt voor de absurde eisen die de Bentayga aan hem stelt. Waar de vorige generatie W12, die in de Continental zit, even tijd nodig heeft om na te denken over je instructies, en onderin z’n toeren wat sloom is, is de nieuwe W12 dankzij de twee nieuwe turbo’s aanzienlijk energieker en reageert voor je een adempauze hebt kunnen inlassen – als een knipmessende butler die je al veertig jaar dient. Als je ooit oog-in-oog komt te staan met een agent die vraagt hoe hard meneertje nou wel niet dacht te rijden en je wilt in alle eerlijkheid zeggen dat je het niet weet, dan moet je dat in deze Bentayga doen.

We ontmoeten Jim om negen uur ’s ochtends in een filiaal van fastfoodketen Jack in the Box. Hij heeft een vriend meegenomen. Fred is ook helemaal verzot op goudzoeken, en samen zijn ze de eigenaars van een 32-hectare groot perceel ergens in de woestijn. Als snel wordt duidelijk dat wij nooit zullen weten of zich daar goud bevindt, want Jim en Fred rijden met ons precies de andere kant op.

Waar gingen jullie nu met de Bentley Bentayga op zoek naar goud?

Vandaag zullen we exploreren in het Dale-mijndistrict, net ten zuiden van 29 Palms. Een massa zandsporen en rotsige weggetjes verbinden er een doolhof van verlaten mijnen. Het is een combinatie van een geschiedenisles en onze beste kans om goud te vinden, plus de bonus om te ontdekken of de Bentayga het in het terrein ook leuk doet.

‘Er is goud te verdienen in deze handel’

Over zand, rotsen, heuvels, gaten en scherpe stijgende hellinkjes is dit terrein dat de naam terrein waardig is. Een doorwaadhoogte van 500 mm en een bodemvrijheid van 245 mm (als de luchtvering op de hoogste van de vier standen staat) laten een Range Rover niet schrikken, maar desalniettemin is het veelbelovend. Op geribbelde zandwegen die hier en daar bezaaid zijn met stenen, houdt de Bentley zich goed. Je voelt ‘m hobbelen, maar het wordt nooit oncomfortabel. Om het maar eens wetenschappelijk uit te drukken.

Ik spring ter vergelijking even in Jims Tacoma-pick-up en het is alsof ik in een draaiende wasmachine ben gaan zitten.

Hoe zijn de mijnen in het Dale-mijndistrict?

Je herkent de mijnen aan hun achterblijfsels. Grote hopen rotsen en stof die de mijnwerkers uit de bergen hebben geblazen en die langzaam door weer en wind eroderen. Die onverwerkte en nooit doorzochte hopen kunnen best vergeven zijn van gouden rudimenten, vertelt Jim, maar dat is als het zoeken naar een speld in een hooiberg – en daar hebben we vandaag helemaal geen tijd voor. Voor de rozige hopen geldt hetzelfde, maar die zijn op goud doorzocht door middel van cyanide. ‘Ze zeggen dat de cyanide inmiddels is vergaan’, zegt Jim, wijzend op een van de roze bergjes, ‘maar ik ga niet degene zijn die het tegendeel gaat bewijzen.’

We beklimmen een grijze hoop en vinden een minimijn op de top. Als ik buk om er eens een kijkje in te nemen, plaatst Jim zijn verweerde hand op mijn schouder. ‘Paar dingetjes waar je daar voor moet oppassen. Ten eerste is het een tunnel en geen schacht, en dan zijn er nog de beesten. Ratelslangen zitten vaak rond de ingang, en verderop zullen er wel rode lynxen zitten, en poema’s, vleermuizen natuurlijk, en uilen.’ Goed punt, Jim, na jou.

Durfden jullie nog wel naar binnen?

Achter Jim aan wel. Binnen vinden we een witte-kwartsader die door de hele lengte van de mijn loopt. Als je er met je lantaarn van dichtbij op schijnt, dan knipogen er vlekjes goud naar je, maar voor ons is het te gevaarlijk om in de wanden te gaan hakken. We zijn zo dichtbij, en tegelijkertijd zo ver van ons doel. We weten dat het er is, we kunnen het zien, en aanraken, maar zonder een staaf dynamiet kunnen we hier niets beginnen.

‘Over zand, rotsen, heuvels, gaten en scherpe stijgende hellinkjes is dit terrein dat de naam terrein waardig is’

We gaan terug de auto’s in, en verder. Het terrein verandert: aanvankelijk was rul zand dominant, nu zijn het vooral rotsige paden. Dit vereist een zachte hand, onze voortgang verloopt uiterst traag. We moeten constant op onze hoede zijn voor puntige rotsblokjes die de auto schade zouden kunnen berokkenen. De Bentayga ploegt voort, langzaam maar zeker. Hij doet z’n luxe uiterlijk vergeten naarmate hij z’n mouwen hoger opstroopt. Het vreemdste van deze hele ervaring is dat waar de banden en de ophanging door de hel moeten gaan, wij comfortabel zitten op onze doorgestikte, leren tronen, terwijl we zachtjes worden gemasseerd en naar countrymuziek luisteren die vanuit de achttien-speakers grote, 1.800 Watt sterke stereo komt.

Jullie zijn nu nog steeds niet veel dichter bij jullie doel toch?

Op een stuk terrein waar de auto’s wat minder te verduren hebben, vraag ik Jim met wilde ogen wanneer we nou ein-de-lijk eens naar het echte goud gaan. Jim denkt eventjes na, en zegt dan: ‘Wat dacht je van een plek waar een vent die ik ken een brok goud van een kilo of acht zo op de grond heeft gevonden, zonder dat hij er iets voor hoefde te doen?’ Ik wil hem vragen waarom we daar niet allang zijn, maar vergevingsgezind als ik ben, knik ik alleen maar heel hard ja.

We stoppen bij een plek die nog het meest wegheeft van een door mensen aangelegde, hobbelige parkeerplaats. Een fenomeen dat in hier bekendstaat als een woestijnstoep. Het is een plateau van volstrekt egale, samengedrukte rotsen waar ooit een kleine heuvel of berg stond. Dat betekent vaak dat er enorme hoeveelheden goud net onder de oppervlakte liggen.

Hoe gingen jullie dat goud daar zoeken?

Jim geeft me een metaaldetector, en ik ren de woestijnstoep op, het ding rondzwaaiend alsof ik een met een vlag wapper bij een voetbalwedstrijd – kortom, ik gedraag me als een idioot. Ik wil goud vinden, hoe dan ook. Na een uur heb ik niets meer buitgemaakt dan een zere schouder – nog geen grammetje goud. Ik besluit mijn tactiek te veranderen en begin zo dicht mogelijk in de buurt bij Jim te zoeken – misschien weet hij iets meer dan ik.

Dan hoor ik het, de frequentie van het apparaat verandert. Ik richt het op een oppervlakte die niet groter is dan een speelkaart. ‘Dit is het dan’, denk ik bij mezelf, en meteen gaat mijn fantasie met me op de loop. Ik zie de goudklomp al voor mijn geestesoog en denk aan alle roem en alle fortuin. Maar vooral aan alle Bentayga’s die me ten deel zullen vallen. Ook denk ik aan de jaloezie van Jim. Dat hem dit nou net moet overkomen, hij zal zich voor zijn hoofd slaan dat hij ons hier heeft gebracht. Ik begin als een gek te scheppen en graven en denk dan door pure vreugde en waanzin bevangen dat ik een mol ben geworden – een heel rijke mol.

En werd je een rijke mol?

Nu heb ik een klein hoopje grond en daarin zit het goud. Goed, het is een wat minder grote hoeveelheid dan ik net nog dacht, maar goud is goud en ik word rijk. Ja, inderdaad, behalve dan wanneer de buit geen goud is maar een oude kogel.

‘Jim geeft me een metaaldetector, en ik zwaai het ding rond alsof ik een met een vlag wapper bij een voetbalwedstrijd’

Dat is vooral vervelend omdat ik plotsklaps besef dat mijn carrière als goudzoeker voorbij is. Onze tijd is op. Dus verzamelen we onze uiteengespatte dromen. Er loopt een traan over mijn bestofte wang, en we vertrekken. Ik troost mezelf met de gedachte dat het geen volstrekt verpeste dag is geweest. De Bentayga is een onstuitbare kracht geweest. Hij weerde zich als een laars met stalen neus, terwijl ie vermomd was als een zijden pantoffel.

Het was toch niet alleen maar een slechte dag?

Als we de zachte, vlakke weg bereiken die ons terug zal leiden naar de beschaving, moet ik mezelf nog even in de arm knijpen.  Hier ben ik, in een eindeloos landschap, in een auto van onvergelijkbare kwaliteit. Beter wordt het leven niet snel. Dan rijd ik tegen een steen en explodeert de rechtervoorband.

Ter verdediging, edelachtbare, die steen lag wel heel goed verborgen. Jim zag ‘m niet eens liggen toen hij er voor ons aan voorbij reed, heus hoor. Wat de oorzaak van dit vreemde incident verder ook mag zijn: er is schade en we hebben hulp nodig.

Wat hebben jullie gedaan om die hulp te krijgen?

We doen wat elk verstandig mens zou doen die middenin de woestijn is gestrand met pech. We bellen Bentley. Die sturen meteen een hulptruck, die anderhalf uur later arriveert. De mannen van Bentley vervangen de verfrommelde 21 inch band. Omdat er van de velg vreemd genoeg ook niet veel meer over is, krijgen we een heel nieuw wiel. Ik wil graag de eerste zijn die toegeeft dat dit niet de oplossing is waaraan je veel zou hebben in de echte wereld. Maar de Bentayga heeft dan ook opvallend weinig te maken met de echte wereld.

In het vliegtuig op weg naar huis blader ik wat door het klantenmagazine van Bentley. Daarin staat een waterkoker van een speciaal kaliber: hij is bekleed met koolstofvezel. Dat is overdaad waar niemand iets aan heeft. Maar als je toch veel te veel geld hebt, is het wel een goede manier om daar van af te komen. Voor de Bentayga geldt precies hetzelfde. Het is een mooi stuk vakmanschap en een monumentaal stuk techniek. Maar ergens is het ook alleen maar een mogelijkheid voor superrijke SUV-fanaten om meer geld uit te geven. Of meer geld dan de Range Rover-dealer van ze wil aanpakken.

Deze auto gaat de wereld niet veranderen. Het is een auto waarmee geld moet worden verdiend. Omdat ie nieuw is en momenteel de beste in z’n soort, zou ie ook verkopen als ie niet goed reed. Petje af voor Bentley, dan maar. Dat ze al dat werk hebben gedaan, want hard werken aan iets wil nog niet per definitie zeggen dat je er ook wat mee verdient. Waarvan akte.

Reacties

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken