Autotest: BMW 316i Touring

Je zult maar een BMW 316i Touring zijn: gezegend én vervloekt. De jongste telg uit de grote en sterke 3-familie kan alles, maar ook net niks.

Of je nou mens of auto bent: het leven aan de top is goed. Zo kun je het als auto slechter treffen dan als BMW 3-serie ter wereld te komen. Iedereen roemt je dynamische kwaliteiten, de haast iconische hoeveelheid rijplezier die je in je herbergt, je fraaie uiterlijk. Je hebt een onderstel dat met het grootste gemak, wat heet, met speelse pret vermogens tot dik 400 pk handelbaar maakt. Je hebt een besturing die scherper is dan de vijf mesjes van de nieuwste Gilette bij elkaar. Je hebt een berg elektronica die zo subliem werkt dat je de steeds maar bellende NASA inmiddels rechtstreeks naar de voicemail doorverwijst. Elk gen van je dna ademt sportiviteit en pure doelgerichtheid.
Dan besluiten je makers ook nog eens een facelift op je los te laten die je nog flitsender maakt; een nieuw, slanker en toch steviger front en een paar naar je neuslogo toe lopende vouwen in de motorkap die je tegelijkertijd eleganter en gemener maken. Ze fiksen zelfs het enige waar azijnpissende autojournalisten en geriatrische digibeten nog iets op konden aanmerken: je iDrive wordt eindelijk een fijn functionerend en eenvoudig te bedienen systeem. Je kunt je geluk niet op. En terecht. Dat wil zeggen: totdat diezelfde makers moeten beslissen welke motor je onder die stoere kap krijgt. Tot het moment dat daar een 1,6-liter grote viercilinder met een allesverscheurend vermogen van 122 pk en een kromtrekkend koppel van 160 Nm komt te liggen.
Dan blijk je opeens een hazewindhond met drie poten te zijn. Een Steinway-vleugel waar alleen maar Casio-klanken uit komen. Een tank met zijwieltjes. Een villa met alleen kamertjes van twee bij twee. Een supercomputer zonder toetsenbord. Een volle Zilvervlootrekening bij Icesave. Je begrijpt waar we heen willen: er zit van alles in, maar er komt bitter weinig uit.
Rijden in de nieuwe 316i Touring kan een frustrerende ervaring zijn. De 122 pk ‘sterke’ motor krijgt het niet voor elkaar enige noemenswaardige snelheid in de bijna 1.400 kilo wegende auto te krijgen. BMW zegt dat het 11,1 tellen duurt om van 0 naar 100 km/u te accelereren, maar het voelt als het dubbele. Minimaal. Als je het gaspedaal gevloerd houdt, in de hoop dat er bovenin de toeren wel iets gebeurt, wordt het motorgeluid harder (en lekkerder, want dat kunnen ze wel), maar van wezenlijke versnelling is geen sprake. En dat terwijl onderstel, besturing, zitpositie, omgeving; álles smeekt om meer.

Oh, het is heel goed mogelijk wel te genieten in een 316i Touring. Rij hem als een diesel, daarbij geholpen door de schakelindicator die je al bij 40 km/u naar de vierde versnelling wil hebben. Geniet van het feit dat hij dankzij een CO2-uitstoot van slechts 146 g/km een A-label heeft. Dat BMW z’n instapper in ieder geval dermate serieus neemt dat de standaarduitrusting riant is en je ook gewoon nog meer kunt bestellen uit de telefoonboekdikke optielijst. Geniet van z’n schoonheid en de kwaliteit van de afwerking. Van het feit dat je door je gedwongen, truttige rijstijl een verbruik van 6,1 l/100 km kunt realiseren. De 316i Touring is Cristiano Ronaldo die blootsvoets een flinke kei moet zien hoog te houden – het kan wel, maar het doet zeer. Zolang je je maar Oost-Indisch doof kunt houden voor de roep van het dna, valt er met deze BMW best te leven. Maar koop je daar een BMW voor?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken