BMW M2 Competition vs Aston Martin Vantage

Ga je harder lopen in een duurder trainingspak?

Twee auto’s met tussen hen een verschil van 100 pk, een euroton in prijs, bijna een seconde in de spurt van 0 naar 100 en 64 km/u in topsnelheid. Ook wat betreft hun imago hebben ze weinig gemeenschappelijk: de Vantage is een maatpak, de BMW een ­spijkerbroek van Levi Strauss.

Is dit wel een vergelijkende test?

Maar let je niet op zulke ‘details’, dan vertolken ze goeddeels dezelfde rol. Beide auto’s zijn snelle achterwielaangedreven coupés, niet echt geschikt voor gezinnen (hoewel de BMW nog kan zeggen stoelen achterin te hebben) en kunnen evengoed grote afstanden als achterbanden verslinden. Gelukkig is ons gepatenteerde Speed Week-scoresysteem (de auto die ons het hardst laat lachen, wint) niet gebaseerd op prijs, vermogen of enig ander numeriek vergelijkingsmateriaal, wat ervoor zorgt dat iedere deelnemer evenveel kans heeft op de zege.

Op het eerste gezicht is de Vantage exotischer, maar ook enger…

Het zal geen verbazing wekken: het is de Aston Martin Vantage die veel exotischer oogt, ruikt en voelt. Aangezien we niet bekend zijn met dit circuit, en de betonnen muren wel heel dicht op de baan staan, besluiten we om eerst de BMW te ­rijden. Hij heeft perfecte proporties en dikke wielkasten – als een gebalde vuist in een wit leren handschoen – en we bedanken BMW dan ook dat ze niet te veel hebben veranderd aan het design van de standaard M2, behalve dan dat er heuse M-zijspiegels zijn toegevoegd.

Op papier is de BMW M2 Competition de auto waarvan we allemaal hoopten dat het de gewone M2 zou zijn geweest: een echte, speciale wegracer die ingewreven zou zijn met M’s wonderpoeder, en niet gewoon een M240i met extra sambal. Zoals je al weet, komt dat vooral door de motor. Weg is de 3,0-liter zescilinder met een enkele turbo van de M2; erin ging de twin-turboversie die is geleend van de M4, maar ietwat werd afgeknepen tot 410 pk en 550 Nm.

BMW M2 Competition

Veel beter dan de ‘gewone’ M2

Met 10 procent meer vermogen, maar wel een extra gewicht van 55 kilo, lijkt dat hooguit een subtiele verbetering te zijn, maar het maakt een wereld van verschil. Duw op het gaspedaal en de auto duwt jou in je stoel – hij reageert kwader, krachtiger en sneller, met meer honger naar toeren. Houd je het pedaal ingedrukt, dan hoor je de metalige rasp van de M4 en ervaar je een heerlijk lineaire vermogensafgifte die je spontaan doet vergeten dat je met twee turbo’s onderweg bent, en niet met een atmosferische motor. Een Stanley-mes van een motor dus: erg precies, maar niet per se bedreigend.

De Aston Martin Vantage is serieus vermogend

Dit in tegenstelling tot de Vantage, die wordt gedomineerd door een bonkende, spuwende 4,0-liter twin-turbo V8-bruut van het huis AMG. Die voelt sneller aan dan z’n 510 pk en 685 Nm doen vermoeden – hij is altijd klaar om meer energie te leveren, perst je constant tegen de rugleuning en lijkt altijd met zijn achterkant te willen kwispelen. Hoewel het lastig is om met de Vantage vanuit stilstand optimaal te accelereren, knalt hij er vandoor als je ’m eenmaal op gang hebt. Niet zo lang geleden zou hij met deze motor door hebben kunnen gaan voor een supercar; het is echt heel wat anders dan de oude 4,7-liter V8, die er de voorkeur aan gaf om zijn 400 pk’s om te zetten in geluid in plaats van stuwkracht.

Maar kent zijn tekortkomingen

Zie je: hij is perfect, zul je denken. Maar nee, dat is hij niet, want er zijn twee problemen. Het eerste is de achttraps ZF-automaat: die is weliswaar soepel genoeg, maar kan niet op tegen de urgentie van de V8, met name bij het terugschakelen. Ten tweede: als gevolg van de happigheid van de Aston Martin Vantage – hij reageert vlijmscherp en ogenblikkelijk op al je input – voelt hij niet echt aan als een Aston. Hij is agressiever, krachtiger, meer uitgesproken dan we gewend zijn, dus moeten onze hersenen even opnieuw kalibreren.

‘De Aston concurreert met de 488 Pista wat betreft stuursnelheid – niezen op het rechte stuk doe je op eigen risico’

Niet alles even perfect

Meteen is duidelijk dat Aston Martin getracht heeft zoveel mogelijk ruimte tussen de DB11 en de Vantage te scheppen. Dat proces is soms succesvol, soms minder. Zo blinkt de besturing niet uit door natuurlijk gevoel, maar concurreert hij wel met de 488 Pista wat betreft stuursnelheid – niezen op het rechte stuk doe je op eigen risico. Dat heeft wel wat, om zo zuinig om te gaan met je polsbewegingen, al zijn er collega’s die er anders over denken. Het interieur is ook anders dan dat van de DB11, maar dat is niet echt een succes. De kwaliteit is hoger dan voorheen, maar de hoeveelheid knoppen is zowel verwarrend om te bedienen als een beetje goedkoop ogend.

De BMW geeft je vertrouwen

De BMW is daarentegen bijzonder recht door zee en schaamt zich daar niet voor. Eenmaal achter het stuur kun je die wielkasten niet meer zien en voelt hij helemaal niet zo speciaal aan. Dat verandert bij de eerste bocht die je instuurt. Hij staat meteen vanaf het begin aan jouw kant, en dat voel je: hij begrijpt de weg onder je beter dan de vorige M2, en geeft je zodoende vertrouwen. De stabiliteitscontrole zet je daardoor al snel compleet uit, en na een halve ronde op het circuit gaan we al glijdend door de bochten.

Het duurt veel langer om die vertrouwensband met de Vantage op te bouwen, omdat de limiet zoveel hoger ligt. Natuurlijk kun je met dat speelse achterste aan de gang, maar hij breekt abrupter uit dan de Duitser, de tractiecontrole vliegt er harder in, en alles gebeurt met hogere snelheden. Met alle systemen uitgeschakeld ben je je bewuster van je sterfelijkheid dan in de BMW M2 Competition, maar met de elektronica aan voelt de Aston Martin Vantage haast gemuilkorfd.

Aston Martin Vantage

Laat de lol beginnen

En dan begint het te regenen. Aanvankelijk willen we het bijltje erbij neergooien en op zoek gaan naar een baguette au jambon, maar dan realiseren we ons dat de bui een zegen is. We hoeven nu niet zo hard mogelijk te rijden, maar kunnen ons toeleggen op het werkelijk vinden van de karaktereigenschappen van de auto’s en zo hun limieten opzoeken. De BMW M2 Competition bruist van de energie, hopt van de kerbs, schiet zigzaggend door de chicane, laat z’n banden doorslaan bij het uitkomen van iedere bocht. Puristen zullen zich afvragen waarom we niet met de handbak rijden, en we zouden graag zeggen dat we ’m missen, maar dat is niet zo – de automaat met dubbele koppeling is geweldig, en het is prettig om beide handen aan het stuur te kunnen houden.

De Aston Martin Vantage is nu in zijn element

De regen is ook goed nieuws voor de Vantage. Hij mag dan zwaar zijn, maar op een nat wegdek is z’n balans perfect, en we beginnen de subtiliteit van z’n rijgedrag te waarderen – hoe hij omgaat met alle vier de wielen, de precisie van de voorkant en de betrouwbaarheid van de remmen. We ontdekken dat z’n gedrag erbij is gebaat om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen: tart ’m niet, vertrouw op het onderstel, val het beest niet lastig. Relax, en laat ’m zijn ding doen.

BMW M2 Competition vs Aston Martin Vantage 5

Waarom willen we dan toch steeds terugkeren naar de BMW? Omdat elke ronde in de M2 aanvoelt als een cadeautje, en je in de Aston altijd een zeker risico voelt loeren. De M2 mag dan bozer, scherper en geconcentreerder zijn dan voorheen, toch heeft hij ook zachte kanten en is hij beter benaderbaar.

BMW M2 Competition vs Aston Martin Vantage?

Negeer je de allesomvattende aandrijving van de Aston even en concentreer je je hard, dan herken je flitsen van z’n genialiteit in z’n DNA – een diep begrip van hoe je een auto snel maakt en hoe je het meeste haalt uit ieder onderdeel. Maar in tegenstelling tot z’n vermaarde voorouders ligt z’n talent niet meteen voor het oprapen; je moet ernaar op zoek. Dat is niet per se slecht, natuurlijk, maar wel de moeite van het opmerken waard, zeker in dit gezelschap. De Vantage is begerenswaardig, we zouden ’m graag voor de deur hebben staan, maar de realiteit is dat deze M2 je meer – en vaker – plezier schenkt. We zijn nou eenmaal mannen met jeans en T-shirts aan. Als we dus moeten kiezen; BMW M2 Competition vs Aston Martin Vantage, dan is het de Duitser die zegeviert.

Specificaties

BMW M2 Competition

Motor
2.979 cc
zescilinder biturbo
410 pk
550 Nm
Aandrijving
achterwielen
7v automaat
Prestaties
0-100 km/u in 4,4 s
top 250 km/u
Verbruik (gem.)
9,2 l/100 km
209 g/km CO2 G Label
Gewicht
1.550 kg
Vermogen/gewicht
264 pk/ton
Prijzen
€ 99.995 (NL)
€ 64.300 (B)

 

Aston Martin Vantage

Motor
3.982 cc
V8 biturbo
510 pk
685 Nm
Aandrijving
achterwielen
8v automaat
Prestaties
0-100 km/u in 3,6 s
top 314 km/u
Verbruik (gem.)
10,5 l/100 km
245 g/km CO2 G Label
Gewicht
1.530 kg
Vermogen/gewicht
333 pk/ton
Prijzen
€ 211.000 (NL)
€ 152.000 (B)

Nieuwste van TopGear

Autonieuws