Autotest: BMW M3 sedan

BMW is driftig bezig met het vergroten van de M-familie. De meeste leden van dit bijzondere gezin kennen we, behalve de laatste toevoeging, de M3 sedan.
 
Top Gear is een (h)eerlijk autoblad en dat willen we graag zo houden. Daarom moeten wij je bekennen dat we de BMW M3 (sedan) zo’n geweldige auto vinden dat we er bijna geen stukje meer over durven te schrijven. Waarom dan? Wel, niet omdat we faalangst hebben, maar omdat we bang zijn dat het artikel te veel op een advertorial gaat lijken. Einde verhaal, dus? Neen, want de M3 heeft ook z’n gebreken, en belangrijker nog, wij zijn er tenslotte om jou, beste lezer, door middel van tekst en beeld te informeren over het functioneren van de nieuwste automodellen. We kunnen het dus gewoon niet laten om een verhaal te schrijven over onze kennismaking met de nieuwste modelvariant van de M3, de sedan.
 
We zijn dus goudeerlijk, maar zoals je weet ook tegendraads. Laten we daarom beginnen met de gebreken van de M3 in het algemeen. Luister: waarom heeft een supersportauto met een prijs van meer dan 100.000 euro geen prachtige M-pedalen gemaakt uit aluminium, maar een drietal trappers van absoluut onopwindend rubber? Wij vragen het ons af en jij nu vast ook, maar het antwoord op deze vraag kennen we helaas niet. We weten wel dat deze vraag ons naar het grootste gebrek van de M3 leidt: de afwezigheid van een spannend interieur.
 
Wat ons betreft hadden de jongens van de M-afdeling wel wat beter hun best mogen doen op het binnenste van de auto – het verschilt nu weinig met dat van bijvoorbeeld een BMW 335i. Ja, de zitpositie aan het stuur is fantastisch en er zijn wat knoppen (onder meer voor de gaskleppen, esp en elektronische schokdemperregeling) en M-logo’s die je in een normale ‘3’ niet zult vinden, maar voor de rest vertoont het interieur van de M3 veel overeenkomsten met elke andere dikke 3-serie.
 
Jammer, want een auto met zo’n legendarische naam verdient een onderscheidend interieur met gave sportstoelen, glimmende pedalen, flitsende wijzerplaten en diverse koolstofvezelaccenten. Nu herken je de M3 eigenlijk alleen aan de buitenzijde. Dat is op zich niet erg, want qua uitstraling en visuele impact valt er bijna niet te tippen aan de M3, en dan in het bijzonder de M3 sedan, want die ziet er nog wat dikker uit dan de coupé – zelfs met het ontbreken van het koolstofvezeldak. Een beetje een gemiste kans is het wel, want nu is het alsof BMW ons een prachtig versierde taart met een verschrikkelijk onsmakelijke vulling heeft voorgeschoteld.
‘De M3 (sedan) doet meer om z’n teleurstellende interieur goed te maken. Dat is zijn berijder vleien met een ontzettend fijn weggedrag’
 
Gelukkig beschikt elke M3 over drie zeer smakelijke goedmakers, en de sedan zelfs over vier. De eerste is voor beide carrosserievarianten (en straks ook voor de cabrio en de touring) de motor: het hart, de longen en de ziel van de M3. Een V8 met een blokhoek van 90 graden, eigenlijk de V10 van de M5 maar met twee cilinders minder. Hij is goed voor 420 pk en draait gewillig door tot 8.400 tpm, een ontzettend hoog toerental waar ze bij Ferrari en Honda vast vreselijk jaloers op zijn. De vierliter voldoet met zijn 420 pk aan het handelsmerk van de BMW M-afdeling, die 100 pk per liter voorschrijft. Het koppel van de motor (400 Nm) is niet adembenemend, maar wordt dat wel als je bedenkt dat meer dan driekwart ervan al beschikbaar is vanaf 1.900 tpm. Je realiseert je dan dat het een motor is die altijd paraat staat en maar blijft doorgaan met zijn indrukwekkende vermogensopbouw. Dat is een hele fijne ervaring in het dagelijkse verkeer, maar ook op een circuit en op de Duitse Autobahn.
 
Als we toch in de motorensfeer zitten, kunnen we je meteen de tweede goedmaker van de BMW M3 (sedan) verklappen: het heerlijke geluid van de V8. Pruttel je zachtjes door de stad of rijd je stapvoets in de file, dan geeft de achtcilinder je het gevoel alsof je op de rug zit van een zacht – maar indrukwekkend – grommende tijger die op de loer ligt voor een avondmaal. Geef een keer goed gas en je hoort een van de mooiste brullen die je ooit uit de uitlaten van een straatauto zal horen. Natuurlijk, een Porsche Carrera GT klinkt ook zeer prettig, maar er is iets speciaals, iets ondefinieerbaars in de manier waarop een M3 klinkt, vooral in de hoogste toerenregionen. De vorige M3, en dan in het bijzonder de CSL-uitvoering, had die magische klanken ook. Kortom, als je akoestisch bent ingesteld, dan is het geluid van een M3 absoluut een van z’n hoogtepunten – en dan maakt het niet eens uit naar welke M3 of welke carrosserievariant je staat te luisteren, want ze klinken allemaal hemels.
 
De M3 (sedan) doet meer om z’n teleurstellende interieur goed te maken. Dat is zijn berijder vleien met een ontzettend fijn weggedrag waar eigenlijk elke bestuurder – bijna ongeacht je rijvaardigheidsniveau – van kan genieten. Dat is te danken aan het werk dat BMW heeft gedaan om de auto in balans te krijgen. Het blok zit helemaal achter in het compartiment, zo dicht mogelijk tegen het schutbord gemonteerd. Overigens beperkt de technologische tovenarij zich niet tot de motor en de plaatsing van het blok in het chassis.
 
Net als bij de M5 kun je bij de M3 allerlei parameters naar eigen hand zetten. Zo kan de demping in drie standen worden gezet met behulp van de elektronische schokdempercontrole (edc), de mate van stuurbekrachtiging kan worden aangepast en de tractiecontrole kan worden geknepen. Natuurlijk is het even rommelen om je persoonlijke voorkeuren via de iDrive aan de M3 toe te vertrouwen, maar gelukkig onthoudt hij die vervolgens als je de magische M-knop op het stuur indrukt. Zelfs als je de meest sportieve instellingen hebt gekozen, blijft de M3 uiterst voorspelbaar en in evenwicht – een krankzinnig snelle, maar wel zeer vertrouwde balans.
 
Nader een haarspeldbocht met een onverantwoord hoge snelheid van 100 km/u en ga lekker lomp midden in de bocht remmen; de M3 doet precies wat je van ‘m verwacht. Ook de sedan doet het, ondanks zijn hogere gewicht (plus 125 kilo) en het ontbreken van het koolstofvezeldak. Overigens is de M3 sedan slechts een tiende langzamer op de standaardsprint dan de coupé, maar van dit minieme verschil zul je in de praktijk waarschijnlijk weinig merken.
 
Tot slot: waar je wat de sedan betreft misschien wel het meeste van zult merken is goedmaker nummer vier, die vooralsnog (tot de touring komt) is voorbehouden aan de M3 sedan. Het slaat namelijk op de praktische kwaliteiten van dit nieuwe model. Want met vier deuren en een grote kofferbak (voor als je dan echt een keer een kerstboom moet halen voor je wederhelft) is de sedan gewoon een stuk praktischer dan de coupé. Ook het feit dat je niet met de voorstoelen hoeft te klooien om medereizigers in te laten stappen, en het gemak waarmee je twee volwassenen kunt meenemen zonder hun benen af te hoeven zagen, scheelt een hoop irritaties.
 
Vergeet ook niet het prijs-voordeel. Een sedan is bijna 12.000 euro goedkoper dan de coupé, de prijs van een leuke gebruikte BMW E30 M3 voor de noodzakelijke uurtjes gummen op het circuit als de M3 sedan weer eens in de werkplaats staat voor een setje nieuwe achterbanden. Ach, wat maakt het uit. Als er maar M3 op de achterkant staat, want dat is misschien wel de beste goedmaker.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken