Bugatti Galibier van dichtbij

Bugatti heeft de nichemarkt voor vierdeurs superauto’s overrompeld. We hebben zachte overreding toegepast om een exclusief kijkje te mogen nemen bij de nachtmerrie van Rolls-Royce.
 
Wie een dagje rondloopt in de Bugatti-fabriek in Molsheim, in de Franse Elzas, heeft het gevoel door de spiegel van Alice te zijn gestapt, richting Wonderland. Overal staan Veyrons in diverse stadia van montage, een uitermate curieuze aanblik waardoor je aanvankelijk vol ongeloof in je ogen wrijft, maar die vreemd genoeg al snel heel normaal wordt. Een matzwarte Veyron? Hm, interessant. Een rode? Eh, ja, moet kunnen. En daar staat een blauwe, en een witte.
 
De medewerkers aan de (bescheiden) productielijn werken in een soort hobbytempo en streven in alle rust perfectie na. Voor de mensen bij Bugatti moet het allemaal heel gewoon zijn, ook al zijn ze vier weken lang bezig met het tot leven wekken van de meest indrukwekkende auto die er bestaat. Dit is luilekkerland voor bijna alle mensen, maar voor deze jongens is het simpelweg hun dagelijkse werk.
 
Dat geldt natuurlijk ook voor de mensen aan de top. ‘Bugatti is inderdaad een ivoren toren die boven op een andere ivoren toren staat,’ zegt Oliver Schauerte, een van de topingenieurs van de VW-groep, ‘of misschien een piramide met een uitbouw helemaal op het puntje. Maar als we een nieuwe Bugatti tonen, dan moeten we ook realistisch zijn over wat we tonen.’
 
Realistisch. Dat is een merkwaardig woord om te gebruiken in geval van Bugatti’s prototype van superlatieven, de Galibier – de reden waarom we hier vandaag zijn. Realistisch: is dat niet constateren dat je huishoudgeld niet toereikend is om een nieuwe wasmachine te kopen? Of accepteren dat het, naar verwachting, onwaarschijnlijk is dat je ooit het bed zult delen met Cameron Diaz? Realistisch is in ieder geval niet een 5,3 meter lange auto die een 8,0-liter, 16-cilinder motor heeft, met twee superchargers (in plaats van de vier turbo’s van de Veyron, voor meer trekkracht bij weinig toeren), met een opgegeven topsnelheid van 350 km/u en een verwacht prijskaartje van zo’n 1,17 miljoen euro (exclusief belastingen en ervan uitgaand dat ie er komt).
 
De Galibier is evenwel zo echt en realistisch als een prototype maar zijn kan. Hij heeft een heuse, werkende motor en beweegt geheel op eigen kracht. De onderdelen die je niet kunt zien, zijn net zo subliem uitgevoerd als de zichtbare onderdelen. De meeste autofabrikanten doen er alles aan om te zorgen dat hun paradepaardje voor de autosalons op de juiste plaatsen glimt, maar de Galibier vormt de buitencategorie. Dit zou wel eens de meest volmaakte auto kunnen zijn die ooit is gebouwd.

Sinds we hier vorige keer waren, voor een kijkje voorafgaand aan de autoshow in Frankfurt, heeft Bugatti’s monsterlijke – en monsterlijk mooie – prototype een andere kleur gekregen. Indertijd was ie lichtblauw met aluminiumaccenten, en hij had een speciale en ongetwijfeld buitengewoon dure behandeling ondergaan waardoor de welvingen van het koolstof plaatwerk zichtbaar werden. Inmiddels is ie helemaal zwart. Dat is stukken beter. Een Bugatti-man geeft toe dat de blauwzilveren koolstof uitvoering een ‘foutje’ was.
 
Zwart is een te gekke kleur om in rond te rijden, en heeft de neiging om de subtiele designdetails te verdoezelen die van een uniek prototype de autosensatie maken die het moet zijn. Maar niet voor een majestueuze auto als deze. Je ziet er Batman al in rijden, hoewel de fotograaf zegt: ‘Als ik er een zou bestellen, dan zou ik voor deze kleur kiezen, maar dan helemaal vol met witte stippen.’ Voor een omgekeerd Dalmatiër-effect, dus.
 
Bugatti zou wellicht aan zijn verlangen voldoen. Hemel, bij dit merk moeten ze ondertussen heel wat ervaring hebben in het tegemoet komen aan exotische wensen. Het ontwerpen en bouwen van auto’s op dit duizelingwekkend hoge niveau is een vreemd vak. Het gaat bijna meer om wat je weglaat dan om wat je erin stopt. De gedachte is dat dit de ‘exclusiefste, elegantste en krachtigste vierdeurs automobiel ter wereld’ is. Let op: automobiel. Niet auto.
 
Na de perspresentatie vorig jaar ging de Galibier op tournee langs plekken waar het grote geld zit, om de mening van potentiële cliënten te peilen. Alle autofabrikanten hebben zogenaamde ‘customer focus groups’, meestal om te bepalen met wat voor soort kunststof voor de binnendeurgreep ze toe kunnen. Maar niet voor de verzonken bekerhouders of het split-view navigatiescherm van de Galibier-kopers. Ze tasten in de buidel voor het snelste, exclusiefste, duurste. Ze moeten ergens anders zijn voor hun bekerhouders. Zoals in hun Mercedes S63 AMG.
 
Naar verluidt waren de reacties overweldigend positief, maar de beslissing of de auto in productie zal worden genomen, was bij het schrijven van dit verhaal nog niet gevallen. De hoge pieten van Bugatti kunnen steeds minder goed verhullen dat ze veel zin hebben om ermee door te gaan. ‘De kans is meer dan 50 procent’, zegt Schauerte na veel aandringen, en wellicht vreest hij voor zijn positie (de beslissing ligt immers bij de raad van bestuur van VW, en in laatste instantie bij de humeurige topman van de VW-groep, Ferdinand Piëch). Om het voor hen een beetje makkelijker te maken: stel je voor dat je interesse had in een über-sedan, en iets zocht dat een beetje minder, eh, voor de hand liggend was dan een Rolls of een Bentley, om maar te zwijgen van een S-klasse of een 7-Serie. Zou je dan…, had je dan…?

Ja, als je het allerhoogste wilt dat een automobiel je kan bieden. Naast de Galibier lijkt een Rolls Phantom Drophead Coupe net een Suzuki Jimny. Als gezegd: zwart is op z’n lijf geschreven, en die kleur verhult z’n vormen niet. De Galibier is reusachtig, maar wanneer je ‘m aan het andere uiteinde van de fabriek ziet voortbewegen, valt je mond open zoals normaal gesproken alleen bij de aanblik van een Lear Jet of superjacht waar een oogverblindend topmodel uit te voorschijn komt.
 
De Galibier is duidelijk geïnspireerd op oudere Bugatti-modellen. De naam is afkomstig van een model Type 57-sedan uit midden jaren dertig, maar het ontwerp is helemaal een update van de art-deco sierlijkheden van de Type 57 Atlantic, een van de grootste automobiele voortbrengselen van de menselijke geest. Het plaatwerk is uiterst sober – wat geweldig uitpakt, gezien het grote oppervlak – met als belangrijkste accent de ‘ruggengraat’ die de auto over de hele lengte in tweeën deelt, met inbegrip van alles: motorkap, voorruit, dak, achterruit.
 
'Op het gevaar af vreselijk tuttig te klinken: Bugatti heeft met de Galibier het begrip luxe een nieuwe dimensie gegeven'
 
Het handelsmerk van Bugatti, de hoefijzervormige grille, pronkt aan de voorzijde. En profil kun je goed zien hoe ver ie naar voren helt. En vanuit iedere hoek kun je vaststellen hoe groot ie is: heel erg. In alle opzichten is dit een Phantom in de overtreffende trap. Schitterend zijn ook de led-koplampen.
 
Persoonlijk heb ik liever dat mijn supersedan een sedan is, en de meeste Duitsers vinden een hatchback nogal proleterig. De schuine achterzijde van de Galibier is, vanzelfsprekend, veeleer een eerbetoon aan de Atlantic dan een subtiele uiting van solidariteit jegens de arbeiders van Europa, en hij loopt uit in een onweerstaanbaar overtuigend sluitstuk. Om alles nog een keer genadeloos duidelijk te maken: hij heeft niet minder dan acht uitlaatstukken. (Ook dit is een verwijzing naar de Atlantic: hij had blijkbaar extra vrije hoogte boven het wegdek nodig, dus in plaats van twee dikke uitlaatstukken heeft hij acht dunnere.)
 
De druppelvorm doet een behoorlijke aerodynamica vermoeden, en de flinke diffuser veronderstelt een stevige neerwaartse druk. Precies wat je verwacht bij een auto die 350 km/u haalt. ‘Er moet nog heel wat belangrijk werk worden verricht wat betreft de aerodynamica,’ zegt Schauerte, ‘de tests die we tot nu toe hebben uitgevoerd, wijzen erop dat de vorm van de auto ongeveer hetzelfde zal blijven. We moeten de luchtstroom om de auto nog optimaliseren.’

Schauerte zegt dat Bugatti qua gewicht mikt op minder kilo’s dan andere megasedans – Phantom, Mulsanne – die op dit moment op de markt zijn. ‘We beogen een topsnelheid van 350 km/u, wat inhoudt dat we de auto zo licht mogelijk moeten maken. We willen ook graag dat het zwaartepunt zo laag mogelijk ligt, zodat de rijeigenschappen optimaal zullen zijn voor een auto van deze afmetingen.’ Hij zegt ook dat de koeling van de monsterachtige motor voorin veel minder lastig is dan bij de Veyron, voornamelijk doordat er voorin een enorme luchtinlaat mogelijk is. De remschijven bestaan uit koolstofkeramische joekels met een diameter van 40 centimeter. Hij is vierwielaangedreven, en waarschijnlijk wordt ie voorzien van een gewone koppeling in plaats van de DSG-bak van de Veyron.

 
Het interieur is van een andere wereld. ‘Dit is geen tempel’, zei Achim Anscheidt, destijds hoofd van Bugatti’s ontwerpafdeling. ‘We hebben er bewust voor gekozen om een auto voor bestuurders te maken.’ Eerlijk gezegd zouden we veel te druk zijn met liefkozend strelen van het interieur om ook nog in het ding te kunnen rijden. (Een gehandschoend heerschap staat ons terzijde. Dit is geen auto die je liefkozend gaat strelen nadat je een patatje-oorlog hebt genuttigd.) Het driespaaks stuur heeft niet zo’n modieus volle greep, en doet je – net als het stuur van de Phantom – weer eens beseffen dat een dun stuur een grote, zware auto een bepaald soort gevoeligheid verleent.
 
Het centrale gedeelte van het dashboard bevat een tft-scherm. Conform de gedachte ‘minder is meer, vooral als je echt veel geld hebt’ bevat het dashboard – en het is echt een dashboard, in de oorspronkelijke hippische betekenis van het woord – maar twee wijzerplaten. Een voor vermogen en een voor snelheid. De wijzers hebben kleine ‘EB’-logo’s. Er zit ook een uitneembaar televisiescherm in, en een Parmagiani Tourbillon-klokje, dat als horloge kan dienstdoen.
 
Het indrukwekkendst zijn het leer en hout. De stoelen zijn enorme, ouderwetse zetels met een geweven bovengedeelte dat overgaat in de hoofdsteunen. De portieren hebben leren handgrepen, er zit een metalen spijltje in de voorruit waar de achteruitkijkspiegel aan bevestigd is, en over de hele lengte van het interieur loopt een grote, glimmende strip van hout en aluminium.
 
Op het gevaar af vreselijk tuttig te klinken: Bugatti heeft met de Galibier het begrip luxe een nieuwe dimensie gegeven. Of, zoals directeur dr. Franz-Josef Paefgen opmerkt wanneer hij op weg naar een vergadering langsloopt: ‘Wauw, ik was vergeten hoe mooi ie is.’

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken