Autotest: Cadillac CTS-V Wagon

Cadillac liet al eerder een twee- en een vierdeurs CTS-V aanrukken in haar gevecht tegen Duitse krachtpatsers. Vanaf nu worden ze bijgestaan door een stationwagen.
 
Bij de woorden ‘Cadillac’ en ‘stationwagen’ zul je misschien al snel denken aan dat enorme zwarte deinende hok waarin je opa destijds zijn laatste ritje maakte. Tot voor kort waren dat de enige station-achtigen waarop het schildje van het merk prijkte – maar niet langer. De moderne en helemaal niet deinerige CTS heeft een ruimere familievariant gekregen, die je vanaf nu ook kunt bestellen met een onheilspellende V erop. Een sportstation van Cadillac; wie had dat een paar jaar geleden gedacht?
 
‘De snelste stationwagen ter wereld!’ roepen de persberichten wanneer ze het over de topsnelheid van 306 km/u hebben (voor de handgeschakelde versie; de automaat gaat ‘slechts’ 280 km/u). Die uitspraak is vrij ongenuanceerd, want sommige AMG’s en M’s zouden de CTS-V er uit rijden als ze niet volgens correct Duits gebruik op 250 km/u begrensd zouden zijn. Ach, details; per saldo heeft Cadillac gelijk. Laat die jongens ervan genieten.
 
Nog een punt dat de Amerikanen graag aansnijden – en dat ook echt waar is – is dat de instelbare, magnetische schokdempers die we tegenwoordig op supercars als de Ferrari 458 Italia terugvinden door hen zijn uitgevonden. Al in 2000 rustte Cadillac haar auto’s uit met Magnetic Ride Control, dat de stugheid van de dempers elke milliseconde kan aanpassen aan de staat van het wegdek. Goed, je had er destijds weinig aan op die zompig sturende voorwielaandrijvers, maar het was wel mooi een revolutionair systeem.
 
De reden dat Cadillac is overgegaan tot dit soort borstklopperij, is dat ze in Europa uit alle macht voet aan de grond proberen krijgen. Nog steeds. Vorig jaar verkochten ze op ons continent slechts 2.800 auto’s, en dat is op een totaal van ruim 180.000 stuks – die vooral in de VS en China werden gesleten – een behoorlijk te verwaarlozen score. Daarom zal het voorlopig wel een kip-of-ei-verhaal blijven: moet het merk haar modellen meer op Europa afstemmen (dieselversies introduceren, CO2-uitstoot terugdringen) of moeten wij eerst maar eens wat meer auto’s gaan kopen voor ze dat de moeite en de investering waard zullen vinden? Het laatste, waarschijnlijk, en daarom wordt er met de V-modellen flink aan imagebuilding gewerkt.
 
Hoe je het wendt of keert, van potente stationwagens lusten we in Europa over het algemeen wel pap. Dat de snelle Caddy’s zich met de beste kunnen meten op het gebied van prestaties en weggedrag is inmiddels ook duidelijk. Welkom dus, Cadillac CTS-V Wagon. We komen graag een tankje benzine met je leuten.
 
Op de Autobahn rondom Berlijn beweegt de imposante, onbekende achterkant van de V Wagon zich als een glimmende bavianenkont door het verkeer. We zien iedere berijder van een grijze BMW of donkerblauwe Audi de nek verdraaien om maar een glimp van de auto op te kunnen vangen. Je ziet ze denken: als ik mezelf nu maar eens uit dit keurslijf kon worstelen, dan zou ik ook in zoiets bijzonders durven rijden. Althans, dat stellen we ons voor. Zo voelen wij ons namelijk in deze auto: bijzonder, gewaagd, ver van het voorspelbare. Het is best prettig.
 
‘De motor gooit onmiddellijk een vrachtlading kracht richting de achterwielen zodra je je kleine teen beweegt’
 
Nog prettiger wordt het wanneer we de zesbak een tandje terugzetten en het gaspedaal vloeren. Wat gáát dit ding toch van z’n plek. De enorme V8 houdt zich doorgaans keurig op de achtergrond, maar als je ‘m wakker schopt, zet ie een beste keel op. Begeleid door een licht gejank van de supercharger hamert de CTS-V zichzelf naar snelheden die overal illegaal zijn, behalve hier in Duitsland. Dus gaan we die topsnelheid maar eens opzoeken.
 
Moeiteloos stoomt de auto in één ruk door richting het eind van de snelheidsmeter. Speciaal voor Europa rust Cadillac de V uit met een differentieelkoeler, aangezien wij nu eenmaal dagelijks dit soort snelheden aantikken (toch?). Bij 280 km/u bespeuren we een licht suizend schuifdak, maar de auto blijft stabiel en solide, bijna Duits aanvoelen. Cadillac heeft dan ook behoorlijk radicale stappen genomen om de uit de Corvette ZR1 afkomstige techniek wat tafelmanieren bij te brengen. Om die auto te bedwingen, moet je jezelf in het zweet werken; de CTS-V is luxueus, stil en volmaakt makkelijk te rijden. Zelfs de versnellingsbak schakelt vederlicht, terwijl je in de ‘Vette een paar maanden krachttraining moet doen voor je ermee overweg kunt.
 
We naderen druk verkeer, dus vlak voor de magische 300 km/u moeten we het anker uitgooien. De Brembo’s voelen aan als graniet en remmen de zware wagon in luttele seconden af tot 120 km/u – zonder een centje pijn. Ook wanneer we achterafweggetjes opzoeken en de auto van bocht naar bocht gooien, blijft de CTS-V indruk maken. Het stuur kent een mooie dosis gewicht, en hoewel de extra kilo’s in de kont van de Wagon ten opzichte van de Coupé of Sedan merkbaar zijn, stoort dit ons nauwelijks. We weten dat de automaat nog wel eens traag reageert of er soms een eigen willetje op na houdt, maar in deze handgeschakelde V kan de motor ongehinderd zijn gang gaan: hij is alert en gewillig, en gooit onmiddellijk een vrachtlading kracht richting de achterwielen zodra je je kleine teen beweegt. Deze levendigheid maakt, samen met de voor zo’n grote jongen aardig directe besturing, dat er heerlijk met de auto te stoeien valt. Dat is ook precies wat Cadillac van je verwacht. Waarom zouden ze anders de knop voor het uitschakelen van het esp prominent op het stuur plaatsen?
 
Net als z’n minder ruime broertjes kent de CTS-V Wagon welbeschouwd maar twee grote nadelen (één in België). Tenzij je erg voorzichtig bent met je rechtervoet, grenst het brandstofverbruik aan het bizarre – maar dat geldt eigenlijk voor elke supersedan of -station ten noorden van 500 pk. Een stuk onoverkomelijker is de prijs in Nederland-Belastingland. Doordat onze regering zoveel om CO2’tjes geeft – en om de schatkist – is de oorspronkelijke Amerikaanse prijs van de CTS-V meer dan verdrievoudigd (!) tegen de tijd dat ie bij de Nederlandse dealer staat. De automaat is iets schoner en daarmee meteen dertien mille goedkoper, maar dan nog: je moet wel heel graag geen (veel goedkopere) E63 AMG Estate willen, én alle principes in je lijf opzij kunnen zetten, om dit belachelijke bedrag op te hoesten. Eeuwig jammer, want de CTS-V Wagon is goed. Erg goed. 
 
 
Specificaties CTS-V Wagon zesbak
 
15/20
 
Leuk
Wat een looks, wat een sensatie, wat een kracht
 
Niet leuk
Wat een geld
 
TopGear-vonnis
‘Doe eens normaal man’, met die prijs. Maar verder: een heerlijke beul van een auto
 
Prestaties
0-100 km/u in 4,1 sec., top 306 km/u, 15,7 l/100 km
 
Techniek
6.162 cc V8 supercharged, achterwielaandrijving, 564 pk, 787 Nm, 2.040 kg, 370 g/km CO2
 
Doen!
Verhuizen naar België
 
Niet doen
Opzoeken wat ie in de VS kost
 
Prijs NL  € 164.471
Prijs BE  € 83.958

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken