Autotest: Citroën C-Zero

Nog even en we rijden allemaal elektrisch. Het schijnt dat dit de auto is waarin we dat gaan doen.
 
Als je erover nadenkt, is het een behoorlijk logische gedachte: mensen die weinig kilometers maken, hebben helemaal geen verbrandingsmotor nodig. Als je bijvoorbeeld elke dag een halfuurtje heen en weer naar kantoor tuft, met een omweggetje langs de supermarkt, heb je helemaal niets aan een actieradius van hier tot Berlijn. Dan zou 100 of 150 kilometer volstaan.
 
Naast Nissan, met de Leaf, komen Mitsubishi, Peugeot en Citroën gezamenlijk als eerste met een volledig elektrische personenauto op de markt. Een auto waarmee je, zonder een grammetje CO2 uit te stoten, moeiteloos over verkeersdrempels en langs grachten kunt rollen. Aan het eind van de dag steek je de stekker in het stopcontact – de vervuiling om jouw accu’s bij te laden vindt elders plaats, daar merk je niks van – en de volgende dag is je zoemhokje er weer klaar voor. Ideaal.
 
De C-Zero is de auto die de bijtellingstrekkers en groengezinden naar de showrooms van de double chevron moet leiden. Of ja, auto… Het is meer een sprinkhaankop. Zo ziet ie er niet alleen uit; in het interieur heb je ook ongeveer evenveel ruimte als in de hersenpan van zo’n beest. De eerste vraag die bij ons opkomt, is dan ook: waarom zou je deze techniek niet in een normale auto stoppen? De verklaring is simpel: dit apparaat was oorspronkelijk bestemd voor Japan, waar ze gek zijn op zulk soort grut.
 
Onze kritische houding maakt snel plaats voor gezonde fascinatie, want het rijden met de C-Zero maakt indruk. Het is volstrekt niets bijzonders, en daarmee dus eigenlijk heel bijzonder. Alles werkt zoals je verwacht: je hebt een automaat-achtige hendel (de auto heeft één vooruitversnelling), een ‘gaspedaal’ en een rem. Elektromotoren leveren hun koppel meteen vanaf nul toeren, dus optrekken gaat bij lage snelheden lekker vlot. De tocht van 0 naar 100 duurt echter lang (bijna 16 seconden) en de topsnelheid is slechts 130 km/u. Dat moet in de stad voldoende zijn.
 
Op een set volle lithium-ionbatterijen, die in de vloer weggewerkt zijn, zou je zo’n 150 kilometer ver moeten komen. Opladen gaat in zes uur via het stopcontact, of zelfs voor 80 procent in een halfuur via krachtstroom. Je kunt de accu’s 1.500 keer zonder problemen leegtrekken en bijladen, wat dus betekent dat je na maximaal 225.000 kilometer zult merken dat ze achteruit gaan. In gebruik is de C-Zero maar liefst vier keer goedkoper dan een C1; met de stroomtarieven in Frankrijk kost het nog geen 2 euro om 100 kilometer te rijden.
 

Bij velen zal het knagen dat je met een dergelijke auto zo moeilijk lange afstanden kunt afleggen. Daar heeft Citroën een carservice voor in het leven geroepen: als je een C-Zero koopt, kun je ‘m met één telefoontje tijdelijk inruilen voor een ‘gewone’ auto. Voor een weekeindje weg bijvoorbeeld. Kijk, dat zijn dingen die mensen nog wel eens over de streep zouden kunnen trekken.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken