Autotest: Dodge Journey 2.0 CRD SXT

Dodge, het stoere merk met de Ram en de grote mond, komt met haar braafste auto tot nu toe, de Journey. Als dat maar goed gaat.
 
Dodge is nu zo’n twee jaar bezig met het veroveren van de Europese markt, maar echt vlotten wil het nog niet. Die vervelende, pietluttige types uit de Oude Wereld blijken weerbarstiger dan de Amerikanen gehoopt hadden. Kinderachtig hoor, om niet massaal te vallen voor een vriendelijke prijs, een stoer uiterlijk en een gedurfde reclamecampagne. Europeanen doen, op het leuk vinden van country & westernmuziek na, toch altijd braaf wat Amerikanen van ze vragen? Maar nee, wij zeuren liever over de matige afwerking en twijfelachtige rijeigenschappen, blijven bij onze vertrouwde merken en zeggen vervolgens dat de Amerikanen aartsconservatief zijn. Om met Obama te spreken: tijd voor verandering. Het nieuwste wapen van Dodge in die strijd heet Journey, of in goed Nederlands Zeurnie, wat het karakter van de auto aardig typeert.
 
De Journey is geen SUV, al ziet hij er wel zo uit, en geen MPV, al kun je er wel zeven mensen in kwijt. Nou ja, vijf mensen en twee laven. Door een vernuftig schuif- en klapsysteem zijn de achterste zitjes behoorlijk goed bereikbaar (anders dan in bijvoorbeeld de Nissan Qashqai+2) en zijn alle stoelen eenvoudig weg dan wel tevoorschijn te toveren. Overal zitten laatjes, bakjes en bekerhouders verstopt – aan flexibiliteit geen gebrek dus.
 
Het klassieke punt van kritiek op Amerikaanse auto’s is de deplorabele materiaalkeuze en de manier waarop alles in elkaar zit. Verrassing: dat is bij de Journey helemaal niet zo slecht voor elkaar. Er zijn heus stukjes gerecyclede boodschappentasjes te vinden, maar over het algemeen zijn de plastics van een acceptabele kwaliteit. Daarnaast lijken de Amerikanen eindelijk de juiste maat schroevendraaier gevonden te hebben, want er kraakt en trilt weinig. Het dashboard ziet er heel aardig uit, al zullen de Amerikanen de betekenis van het begrip ergonomie wel nooit begrijpen. Waarom zou je de stereo-installatie helemaal onderin het dashboard monteren en de veel minder gebruikte airco in het midden, lekker onder handbereik? Als je toch al een aparte snelheidsmeter hebt moeten maken omdat wij nu eenmaal met kilometers werken, waarom staat er dan nog een verwarrende mijlenaanduiding bij? En waarom kun je de boordcomputer alleen bedienen met een gammel stokje bij de meters, alleen bereikbaar als je je hand door de spaken van het stuur steekt? Onbegrijpelijk.
 
De Journey rijdt goed, beter dan menig andere Amerikaan. Zeker voor een kolos van bijna 1.800 kilo helt hij vrij weinig over in bochten en is desondanks comfortabel geveerd. De versnellingsbak schakelt stevig en de auto remt stabiel en geleidelijk. De besturing is minder; direct genoeg, maar morsdood rond de middenstand, zodat je zeker bij een beetje wind aan het corrigeren blijft. Geluidsreductie is duidelijk nog geen prioriteit bij Dodge – de zuinige maar lompe pompverstuiver-diesel van Volkswagen klinkt vooral direct na de start alsof Boer Harms z’n tractor naast jouw parkeerplaats heeft aangezwengeld. Daarbij is 140 pk geen vetpot voor zo’n joekel. Het voldoet, maar dat is alles.
 
We kunnen ons wel indenken wat de Dodge-mensen over dit soort kritiek zullen zeggen: Luister, dude: jij wilt toch een enorme bak ruimte en flexibiliteit, vanaf een mille of dertig? Het moet uit de lengte of de breedte komen, dus zeurnie. Zolang concurrenten dat niet ook bieden, hebben ze een punt.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken