Autotest: Fiat 500 1.4 16V Sport

Eindelijk is-ie in Nederland: de Fiat 500. Om dat te vieren namen we de snelste
versie, de 1.4 16V Sport, even mee.
 
Het is een zeldzame ervaring, rijden in de nieuwe Fiat 500. Heel Nederland valt als een blok voor de Kleine Italiäner. Héél Nederland? Nee, tussen alle in katzwijm vallende meisjes, hyperventilerende ouden-van-dagen en schuimbekkende autofielen bleef één man dapper overeind in zijn afkeur: de hoofdredacteur van uw lijfblad. Maar die is gek, dus die telt niet.
 
Voor de rest: een gekkenhuis. Hoewel – dat is misschien lichtelijk overdreven. Om niet te zeggen totaal uit de duim gezogen. Dat lag aan slechts één ding: de kleur van onze testauto. Zwart. In deze tijden, waarin het met enig geluk drie kwartier per dag licht is, is dat ongeveer zo opvallend als een vuilniszak aan de rand van de stoep op dinsdagmorgen. Alleen honderd procent-hardcore liefhebbers wisten hem te herkennen. Om er meteen aan toe te voegen: ‘Maar waarom heb je hem in het zwart gekocht?’, het ‘zwart’ meestal op hoge toon en met consumptie uitgesproken. Nog nooit ben ik bij een auto zo blij geweest dat ik kon terugstamelen dat hij niet van mij was.
 
Voor de echte lakmoesproef heb ik nog een paar uurtjes rondgestuurd in een andere 500, in de veel complimenteuzere kleur ivoorwit. Overal duimpjes, lachende gezichten, wijzende vingers, toeterende auto’s – allemaal mensen zo blij als Kabouter Plop na de ontdekking van Madurodam. Het was dus inderdaad de kleur en niets dan de kleur.
 
De uitvoering van onze 500 maakte een hoop goed. Ik had de beschikking over de 1.4 16V Sport, de Boze Dwerg van de serie. Hij heeft dezelfde, 100-pk sterke motor die de Fiat Panda 100 HP zo’n vermakelijk opdondertje maakt. Zelfde motor, zelfde onderstel – de 500 Sport is dus eigenlijk een Panda 100 HP in disguise? Nou nee. Het onderstel is behoorlijk aangepast; de spoorbreedte voor en achter is groter (respectievelijk drie en vier cm) en ook de afstelling is anders.
 
Daarbij is de 500 een kleine 500 kilo lichter, en korter, breder en lager, en heeft dus een aanzienlijk lager zwaartepunt. Nu is de Panda al lachen, dan zal die 500 wel helemaal gieren-brullen zijn, toch? Klopt. Het is een formidabel klein gifkikkertje, dat niet zozeer indruk maakt door z’n cijfertjes (0 naar 100 in 10,5 seconden, dat hang je niet boven je bed), maar door de manier waarop hij doet wat hij doet. Het ding hangt aan het gas als een pitbull aan een boomtak en vreet bochten alsof het knakworstjes zijn. Hij maakt daarbij een hoop grommerig misbaar dat de snelheidssensatie er alleen maar groter op maakt. De perfect schakelende zesbak en de snelle, precieze besturing dragen nog een zak stenen bij aan de pret.
 
Pretbedervers zijn er echter ook. Allereerst de hoge zit, die de 500 ongetwijfeld te danken heeft aan z’n Panda-donor. In zo’n sportief kleintje verwacht je juist extra laag te zitten. Het went, maar niet van harte. Hinderlijker is z’n vering, of liever het schijnbaar totale gebrek daaraan. Een blinde zou met speels gemak een brailleboek kunnen lezen door er met de 500 overheen te rijden. Je krijgt er weliswaar een fenomenale hoop kleefkracht in bochten voor terug, maar voor ‘gewoon’ gebruik is het veel te veel van het goede. Voor de rest: wat een feestje. In tijden niet zo’n lol gehad in zo’n kruimel. Voeg daarbij nog de enorme hoeveelheid opties (van stripings tot navigatie) waarmee je je 500 echt de jouwe kunt maken en de conclusie kan alleen maar zijn dat Fiat hiermee een killer in huis heeft. Als je maar geen zwarte koopt.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws