Uitgelicht: Fiat 500

Zie de Fiat 500 als de brutale stadsrakker die je altijd al hebt willen hebben. Een auto die klopt, er goed uitziet en – niet geheel onbelangrijk – je sexappeal een flinke boost geeft.
 
Een nieuwe Fiat 500 bouwen zou al verhaal genoeg moeten zijn. Het zou al ruimschoots voldoende moeten zijn om een visuele revival van een auto te ontwikkelen die Italië – de absolute kampioen als het gaat om coole auto’s – nog het meest in zijn hart heeft gesloten. De auto die de schijnbaar moeiteloze Italiaanse stijl als geen ander in zich heeft. De auto die het gevoel belichaamt van het onmogelijke mogelijk maken met simpele ingrediënten. De auto waarin tenminste twee generaties Italianen hebben leren autorijden. Daarnaast was het, natuurlijk, de auto (en nu komen we misschien bij de wortels van dit alles) waarin ze onder fysiek onmogelijke omstandigheden het fenomeen voortplanting trachtten te ontrafelen.
 
Maar nee, zelfs al het bovenstaande is niet toereikend voor de ambitie van het gerevitaliseerde Fiat. De 500 is méér dan een revival, meer dan een oppervlakkige inkomstenbron. Hij is ook wat Fiat in het verleden zo goed heeft gedaan en voornemens is dat nu nog beter te gaan doen: een kleine auto maken die ervoor zorgt dat je geen behoefte krijgt aan een grotere. Fiat als onderneming was vier jaar geleden zo goed als overleden – niet alleen financieel, maar ook creatief gezien – maar de nieuwe 500 staat voor het herwonnen doel en de intelligentie van het hele bedrijf. Het zal geen auto zijn die kortstondig alle aandacht voor zich opeist, ééntje die ontploft in ons bewustzijn en een stille dood sterft. Wat het wel zal zijn is het startschot voor een complete familie aan auto’s die ontwikkeld gaat worden, om zodoende Fiats leidende rol op het gebied van stijl, veiligheid en motortechnologie waar te maken. Er zullen varianten komen met absoluut revolutionaire krachtbronnen die het begrip zuinigheid, nieuwe inhoud gaan geven. En de toekomst wordt alleen maar leuker, want er komt zelfs een heuse Abarth aan, een micro-stationwagon én een cabriolet. Kortom, de pret begint pas net.
‘Bijna niets dat zichtbaar is komt regelrecht van de schappen uit het Fiat-magazijn. Wat je ziet is veelal speciaal voor de 500 gemaakt en is van een overduidelijk betere kwaliteit’
 
Maar eerst het hier en nu, en dat is een auto die prachtig is geslaagd. De lijnen die Roberto Giolito heeft getekend zijn mooi modern, ze roepen een aangesterkte versie van het originele ontwerp op. De auto is lekker kort, maar niet te, heeft een fraai gekapte coupe en zit overall strak in z’n vel. Qua proporties zit de nieuwe 500 perfect in zijn vel. Dit in tegenstelling tot de losbandigheid en de te grote en te onhandige New Beetle. Bovendien ziet hij er duur uit; met dank aan zijn weelderige plaatwerkdelen, zorgvuldig uitgedachte snijlijnen en deurgrepen en koplampen die nog het meest op juwelen lijken.
 
Binnenin wordt dit gevoel van weldaad nog even voortgezet. Bijna niets dat zichtbaar is komt regelrecht van de schappen uit het Fiat-magazijn. Wat je ziet is veelal speciaal voor de 500 gemaakt en is van een overduidelijk betere kwaliteit. Neem nu de knop voor de alarmlichten, die ziet eruit als een smaakvol robijnrood keelsnoepje. Ook het instrumentarium is, met z’n ruimtebesparende lay-out uniek te noemen; alles is af te lezen door het stuurwiel heen en zodoende blijft de rest van het dashboard mooi rustig, zoals ook het geval is bij de originele Fiat 500. Het instrumentarium bestaat uit vier concentrische cirkels met in het midden een lcd-scherm waarop informatie over brandstof, temperatuur en tripcomputer is af te lezen. Daarboven bevindt zich een korte, gedrongen naald van de toerenteller en daar weer buiten zit de naald van de snelheidsmeter. Rondom de snelheidsmeter is een cirkel met waarschuwingslampjes gesitueerd. Het klinkt allemaal wat ingewikkeld, maar in de praktijk werkt het uitstekend. Heus.
 
Op 4 juli 1957 lanceerde Fiat de 500. De auto was zo basic dat het niet eens beschikte over een fatsoenlijke achterbank of achterruit. Hiermee probeerde Fiat te voorkomen dat de dreumes verkopen zou wegsnoepen bij de iets minder petieterige 600. Sterker nog, ondanks het feit dat mensen van het idee achter de 500 hielden, wilden de verkopen aanvankelijk niet echt op gang komen. Hij was gewoon te simpeltjes. Binnen een paar maanden liet Fiat de prijs zakken en maakte het concern een nieuwe ‘standaard versie’ voor de oorspronkelijke catalogusprijs mét een extra kit (een achterbank, wieldoppen, ramen die met een slinger waren te openen, en een vermogenstoename van 13 naar 15 pk. Oh, meneer Agnelli, wat verwent u ons toch!). Hiermee was een legende geboren.
 
Precies een halve eeuw later, op 4 juli 2007, werd de nieuwe 500 gelanceerd en Fiat hoopt natuurlijk niet weer diezelfde fout te maken. Maar de nieuwe 500 zal allesbehalve karig bedeeld zijn. Net zo min als hij zal lijden onder zijn ‘grotere kleine’ broers, de Panda en de Punto. De 500 is zeker niet zo ruim of praktisch als deze twee, maar daarvoor is hij ook helemaal niet bedoeld. Het is een ding waar je plezier aan moet beleven. Hoeveel plezier, dat moet ik zo dadelijk nog gaan uitvinden.
 
Er in plaatsnemen is een vreemde ervaring: ogen dicht en alle belangrijke aanraakmomenten zijn identiek aan die van de 100-pk sterke Panda. De stoelen houden me op dezelfde wijze op mijn plek, en de verhoudingen tot de pedalen, het stuur en de hendels zijn ook gelijk. Zelfs de versnellingspook van de zesbak eindigt op dezelfde hoogte en kent dezelfde handig korte slagen. Het geluid van de startmotor van het 1,4-liter blok is ook zeer herkenbaar.
‘De 500 zet zich prachtig mooi in beweging dankzij de geslaagde calibratie van het gaspedaal die een stuk minder agressief reageert als in de Panda’
 
Hoe anders is het plaatje met de ogen geopend. Niet alleen het dashboard is anders, ook de wijzerplaten en de knoppen, de rondere, lagere voorruit, het zicht in de buitenspiegels langs de flanken en de verdwijnende kofferbak. De 500 zet zich prachtig mooi in beweging dankzij de geslaagde calibratie van het gaspedaal die een stuk minder agressief reageert als in de Panda. Bij vlotte snelheden in de stad kan ik eveneens zeggen dat de 500 uitermate plezierig rijdt. Niet zoals een Aygo, of de niet-sport versies van de Panda, maar – voor zo ver ik kan beoordelen op het Turijnse asfalt – de wielen nemen kuilen in weg zonder het beruchte ‘klonk’-geluid dat je verwacht bij een auto van deze bescheiden afmetingen.
 
Bochten maken is pure lol. Het is een proces waarbij je ten volste wordt betrokken, het is zeker geen saaie en simpele stuur-en-gaan-oefening. De kleine auto schiet door bochten met onnoembaar veel levenslust, ondanks een gezonde dosis rollen over de lengteas. Mag de pret niet drukken. Er is niet echt veel gevoel te vinden in de besturing, maar je krijgt via de stoel een duidelijk gevoel van wat de voor- en achterkant van de auto wil gaan doen. Het is zonder meer de moeite waard om scherpe curves met een flink tempo in de sturen. Je gaat daar héél veel plezier aan beleven of je zult verdwalen in de meedogenloze straten van ‘Overstuur City’.
 
Al met al kun je stellen dat de auto groter aanvoelt dan hij in werkelijkheid is. En eerlijk is eerlijk; hij is ook geprijsd alsof het om een grotere auto gaat. Wanneer hij in januari arriveert, zal hij in de showroom prijsstickers dragen die zo’n tien procent hoger zijn dan een vergelijkbaar gemotoriseerde Panda. En dat is fors. Maar als je er in stijl mee wilt ronddarren door een stad, dan kun je bijzonder genieten van het feit dat het een kleine rakker is, een volle halve meter korter dan de nieuwe generatie supermini’s. Hij heeft niet die schattige dimensies van de 2004 Trepiuno showauto, maar deze heeft wel een motor en voldoet op alle fronten aan de wettelijke bepalingen. Het zou bovendien onmogelijk zijn om deze nieuweling de afmetingen mee te geven van de originele Fiat 500, aangezien dit 1957-model de motor achterin heeft liggen.
‘De techneuten fluisteren ons en passant nog wat cijfers van de Abarth in. Dit uiteindelijke topmodel zal over een 1,4-liter turbo gaan beschikken en braakt er in topvorm maar liefst 135 pk’s uit’
 
Vooralsnog wordt de 500 leverbaar met drie motoren; de basisversie met een 1,2-liter benzine die 69 pk levert, een evolutieversie van het blok dat we ook van de Panda kennen. Dan is er de ultrazuinige 1,3-liter turbodiesel – met 111 g/km aan CO2-uitstoot. En de krachtigste versie tot nu toe is de 100-pk sterke 16-kleps uit de – verrassing! – Panda. Al deze motoren voldoen aan de strenge Euro 5 emissie-eisen. De techneuten fluisteren ons en passant nog wat cijfers van de Abarth in. Dit uiteindelijke topmodel zal over een 1,4-liter turbo gaan beschikken en braakt er in topvorm maar liefst 135 pk’s uit. De auto zal op grote wielen staan, beschikken over een verlaagd onderstel en nog meer uitstraling dan de 500 al heeft. Om de concurrentie een stap voor te blijven krijgt het gehele 500-gamma op termijn de beschikking over een start/stop-systeem zodat het stadsverbruik met tien procent afneemt. Vervolgens, in 2010, volgt er een nieuwe revolutionaire motor – een tweecilinder benzine die gebruik maakt van een speciale nokkenas en waarvan de kleppen uiterst precies worden geopend met behulp van elektromagneten. De verwachting van dit blok is 110 pk en een CO2-uitstoot die onder de 100 g/km moet blijven.
 
Dat zijn redenen te over om geïmponeerd te raken van de Fiat 500. Maar alleen geïmponeerd zijn is niet genoeg. Deze auto heeft liefde nodig, en die krijgt hij vanwege heel andere redenen. Vanwege de herinneringen aan weleer, aan Dante Giacosa en zijn jonge ingenieurs die hun land op vier wielen zetten vanaf een eenvoudige tekening uit Turijn. Maar ook aan herinneringen bij de gelateria, grootmoeders die met een krat vol groente van de markt komen en bandengekrijs van het verkeer dat echoot in de Renaissance-straten. Dat is de context. De substantie, dat wat een auto begeerlijk maakt in de 21ste eeuw, is niet alleen het macro – plaatstaal dat praat, verpakte mechaniek die borrelt en sist. Het zijn de details zoals de diepte van het reliëf in het dashboard, een set moeiteloos aangepaste instrumenten, kleine stijlvolle knoppen met een vingervriendelijke klik-klak, gevat in een chromen ring. Fiat krijgt dat allemaal. De 500 krijgt het allemaal.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws