Fiat Panda 4×4: reuzenpanda

De Panda 4×4 was in 2012 SUV van het jaar bij TopGear. Maar blijkbaar vond iemand hem nog niet goed genoeg als vierwielaandrijver. TopGear ontdekt de zeldzaamste Panda ter wereld.

Je hebt er vast weleens van gehoord. Bigfoot. Grave Digger. Maximum Destruction. Minder bekend zijn namen als Awesome Kong of Raminator. Het zijn de namen die in de afgelopen veertig jaar werden toegekend door redneck recreanten, de festival-feestvierders in de zuidelijke staten van de VS. Gigantische gedrochten die worden gebruikt om auto’s mee te pletten en door de modder mee te scheuren. We hebben eerder weleens wedstrijdjes gehouden om zo veel mogelijk te verpletteren, te verpulveren en alles te vermalen wat voor onze wielen kwam. Dus beleven we enige opwinding als we in dit voor ons vreemde monster zitten: bijna twee ton machinerie die drie meter hoog torent. Hoe we hem noemen? Panda. Dat klinkt minder angstaanjagend dan de namen van zijn Amerikaanse equivalenten, maar het is wel een beestennaam.

Deze unieke creatie is tot stand gekomen om te benadrukken dat de alledaagse Fiat Panda ook leverbaar is als vierwielaangedreven versie, en we mogen er een dagje mee rondrijden voordat ie een plaatsje in het museum krijgt. De bovenste helft ziet er vertrouwd uit: een gewone Panda 4×4 met standaard interieur. De enige zichtbare wijziging is daar de extra lange versnellingspook die uit z’n leren mantel steekt.

Maar het geheel staat op een volledig andere basis. De dempers die je in de groene wielkasten ziet, zijn feitelijk nepvering. De carrosserie is met stangen van het formaat tafelpoot gemonteerd op het chassis van een Jeep CJ uit eind jaren tachtig, met een 4,2-liter zescilinder lijnmotor. De banden zijn afkomstig van een tractor van New Holland: elke band is anderhalve meter hoog en weegt tweehonderd kilo. Op de een of andere manier hebben we geen al te hoge verwachtingen van de rijeigenschappen van dit voertuig.

Aangezien de carrosserie zo hoog is gemonteerd, is het eenvoudig om tussen de banden door te lopen om de constructie te bekijken. Het is een netwerk van stangen, veerpoten, leidingen en uitlaatpijpen; het stuur is aan de wielen verbonden door middel van een stang van anderhalve meter met drie fuseekogels. Het chassis is ongeveer drie meter lang en iets meer dan een meter breed. De enigszins roestige bladveren zijn gelaagd als een lasagne van staal. De twee differentiëlen – één voor en één achter – zitten in enorme bollen met de omvang van een strandbal. Je zou hier klem kunnen komen te zitten, als een peuter in een klimrek.


Aan boord klimmen is een uitdagende procedure. Plaats een voet op een stuk rubber op de ene band, probeer met een hand ergens houvast te vinden en plaats je andere voet op een stuk rubber van de andere band die ongeveer een meter verderop zit. Zorg ervoor dat je niet uit je broek scheurt, en tracht de portiergreep te pakken. Zodra de deur opengaat, kom je in een hoek van 45 graden te hangen en dan moet je je best doen om niet met je voeten van de glimmende banden te glijden. Dan is het plezierig als iemand anders twee handen onder je kont duwt om je te helpen instappen. Vervolgens moet je jezelf op de stoel zien te hijsen zonder je hoofd aan het stuur te stoten.

Zit je eenmaal, dan is het net een gewone auto, al zit hij dan op de rug van een andere auto. Draai de contactsleutel om en de motor met ouderwetse carburateur komt ergens diep onder je tot leven en klinkt als een scheepsmotor die je vanaf het dek hoort. Trap de zware koppeling in. Probeer met de lange pook de eerste versnelling te vinden. Dat is net zoiets als met een paraplu in een regenlaars roeren. Ook de besturing is gevoelloos – je kunt het stuur een kwartslag draaien en er gebeurt niets – maar als je eenmaal rijdt, voelt het geheel stijf aan, al is dat niet echt goed nieuws. Om te voorkomen dat hij wordt opgeblazen, is de versnellingsbak geblokkeerd op lage overbrengingsverhoudingen. Ook beide differentiëlen zijn geblokkeerd. Als dat niet het geval zou zijn, dan zouden ze het kunnen begeven door de krachten van die enorme wielen. We hebben niet de indruk dat onze reuzenpanda hoge ogen gooit als je ‘m een rondje over de Nürburgring stuurt.

'Als je vrachtwagenchauffeur bent, zul je niet onder de indruk zijn van de hoogte of het gewicht van deze Panda. Maar dan bevinden je banden zich niet buiten de carrosserie'

Dus kruipen we weg met een Panda die lijkt te lijden aan mechanische artritis, en we verlaten de parkeerplaats in het centrum van Sestrière, het skioord ten westen van Turijn. We passeren een grote gele bus die een nieuwe lading passagiers aflevert die gekleed gaan in van helm tot laars fluorescerende skikleding. De Panda kruipt erlangs, maalt de bruine smurrie fijn onder z’n banden. Het is net na het ontbijt, en dit is waarschijnlijk het laatste wat sneeuwliefhebbers verwachten te zien. Misschien is het een sneeuwschuiver die net naar beneden is gekomen. Maar een Fiat Panda helemaal bovenop vier wielen van elk anderhalve meter doorsnee? Misschien toch iets te veel aan de kaasfondue gezeten gisteravond.

De busdeuren sissen dicht, de bus rijdt weg. De chauffeur staart ons aan. Een politieagente blaast op haar fluit. Een klein bruin hondje komt vanuit het niets en verdwijnt ergens onder onze auto, gelukkig zonder gekef. Dan rijden we op een rotonde af en moeten we met alle macht aan het stuur draaien om de kolos de bocht te laten maken. Tikje te veel naar rechts… boem. Tikje te veel naar links… boem. Tikje naar rechts… gekef. Sinds de Winterspelen van 2006 is hier niet zo veel opwinding geweest. Al snel voeren we een lange file aan en paraderen door de stad met de subtiliteit van dansmariekes op een groene olifant. Onze reflectie is zichtbaar in ruiten op de eerste verdieping waarachter de bewoners in pyjama ongelovig in hun koffie roeren. Met een roze gestippelde Lamborghini trek je minder aandacht.


Misschien is het onvermijdelijk dat we de aandacht trekken van de plaatselijke arm der wet. De politieagente stopt met blazen op haar fluitje en besluit ons weg te loodsen in haar eigen, veel kleinere Panda 4×4 die is voorzien van een sirene en zwaailichten. Natuurlijk is de Panda hier een bekende verschijning – ze worden al enkele decennia in dit soort skioorden ingezet – maar zelfs hier valt de onze toch een beetje uit de toon. Er zullen niet veel Panda’s zijn die de koppeling hebben van een raceauto; het grotere volume is nodig om de druk te weerstaan die ontstaat wanneer de assen van de tractorwielen, vijftien centimeter verder weg dan gebruikelijk, worden aangedreven. Andere Panda’s zullen ook niet zo’n moeite hebben om het andere verkeer bij te houden. Daar houdt de gerechtsdienares geen rekening mee. Ze wil dat we uit de weg gaan.

Als je vrachtwagenchauffeur bent, zul je niet onder de indruk zijn van de hoogte of het gewicht van deze Panda. Maar dan bevinden je banden zich tenminste niet buiten de carrosserie. Bij de Panda steken ze niet alleen ongeveer een meter uit, ze zitten ook nog eens ver onder je kont, dus moet je je hoofd uit het raam steken om te zien wat je eventueel raakt. Wanneer we bij een benzinestation stoppen, pletten we bijna de pompen. Vervolgens moet ik op mijn tenen gaan staan om de slang in de vulopening te hangen, die bijna twee meter hoog zit. De politieagente staat toe te kijken met haar handen op haar niet onaanzienlijke heupen.

Even later gidst ze ons via een steil pad naar de rand van een oefenpiste. Ik parkeer op een stuk ongeschonden sneeuw en zet de motor uit. Je hoort alleen nog de fan van de motorkoeling en het suizen van snel naderende skiërs. Sommigen skiën over de sergeantstrepen die onze banden door de sneeuw hebben getrokken. ‘Grande Panda, si?’ klinkt het. ‘Bella. Ciao!’ En weg zijn ze, over een richel en verder over de piste. De stroom skiërs blijft komen, velen stoppen om een foto te maken en skiën vervolgens door als een kleurrijke stoet lemmingen.

Helaas kunnen we hen niet volgen, want we beschikken niet over het solide onderstel van een Grave Digger of een Bigfoot. Die hebben veren die in staat zijn het contact tussen truck en de aarde te herstellen na een sprong van tien meter los van de grond, en een V8 met oneindig veel vermogen. Maar dat zijn slechts schimmen van de straatversie waarvan ze afstammen. Deze bijzondere Panda blijft z’n eigen aandoenlijke eigenheid behouden. Onder z’n middel ziet ie er misschien wat eigenaardig uit, als een soort centaur op wielen, maar het is nog altijd dezelfde kekke Panda 4×4 die vorig jaar onze SUV van het jaar werd, alleen wat meer macho.

Hij levert slechts 203 pk, en waarschijnlijk ga je sneller wanneer je kruipt. Maar na afloop van een dagje waarop we hier en daar wat problemen hebben veroorzaakt, zijn we zelfs een beetje gesteld geraakt op onze reuzenpanda. Net als z’n naamgenoot in de vrije natuur is hij een beetje lui. Je zult er ook niet veel tegenkomen. En als er een bovenop je valt, dan leg je het loodje. Toch zul je er verliefd op worden, omdat ie zo heerlijk en ongelooflijk nutteloos is. Tenzij je natuurlijk politieagente in de Alpen bent. Of een klein hondje*.
 

* Geen van beide zijn gewond geraakt tijdens de totstandkoming van dit verhaal.

Specificaties

Reuzenpanda

Motor: 4.200 cc, zescilinder in lijn
Vermogen: 203 pk bij 4.400 tpm
Koppel: 380 Nm bij 2.200 tpm
Gewicht: 1.995 kg
Acceleratie: 0-100 km/u geen opgave
Topsnelheid: 100 km/u

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken