Uitgelicht: Jeremy Clarkson in de Ford Focus RS

De vorige Focus RS was teleurstellend. Deze niet. Jeremy Clarkson snoert zich vast in Fords monster met 300 pk en gaat op zoek naar de vandaal in zichzelf.
 
Uit betrouwbare bron – mijn dochter van veertien – vernam ik dat er twee soorten mensen op de wereld zijn: gabbers en kakkers. En je hoeft niet te raden welke van de twee het meeste belangstelling zal hebben voor de nieuwe Focus RS, een auto die in drie kleuren leverbaar is: DFS-blauw, Stiletto-wit en Bacardi Breezer-groen.
 
Op de dag dat in Duitsland werd gestart met de productie van deze nieuwe auto, ging ik er hier een rondje mee rijden in de chique Cotswolds en ik kon eerlijk gezegd niet één huis vinden waar hij voor de deur zou kunnen worden geparkeerd zonder vreselijk te detoneren. Als het een beeld voor in de tuin zou zijn – en dat is het zo ongeveer als hij voor je huis geparkeerd staat – dan zou het een leeuw zijn. Ik weet vrijwel zeker dat als je hem zou onderwerpen aan de Top Gear-cooltest (‘wat zou Kristin Scott Thomas er van vinden?’), het antwoord zou luiden: ‘Nee dank je, ik neem de bus.’
 
Laten we dus de kakkers maar vergeten en van start gaan met: ‘Gabbers! Deze auto is voor jullie bestemd.’
 
Maar ook ik ben de aangewezen man voor deze auto, want ik ben een groot liefhebber van uitgeklopte wielkasten. Ik heb vaak verteld dat een man net zomin te rijk kan zijn als dat zijn wielkasten te veel zijn uitgeklopt. En de RS heeft om de grotere spoorbreedte mogelijk te maken een stel joekels van wielkasten.
Er is nog een reden waarom ik de aangewezen persoon ben. Ik houd van snelle Fords. Mijn eerste liefde was een GT40, mijn eerste auto een Cortina 1600E en in de jaren negentig heb ik in twee Escort Cosworths gereden. Ik ben ook altijd weg geweest van de RS’en. Van de Capri en de Escort 1600i tot en met de Sierra die 240 km/u haalde.
‘Ik dacht werkelijk dat ik mijn vrouw in de Aston aan hoorde komen toen hij achteruit rijdend op mijn oprit werd geparkeerd’
 
Daarom heb ik me ook zo snel op de nieuwe auto gestort. Ik wilde weten hoe hij is. Toen-ie bij mijn huis arriveerde, klonk de akoestische bevestiging van klasse uiterst veelbelovend. Zijn grote uitlaatpijpen – de Palestijnen in de Gaza-strook zouden er met gemak de complete inhoud van een dierentuin doorheen kunnen smokkelen – produceren het soort gedonder waarvan zelfs schuiframen met dubbel glas gaan rammelen. Ik dacht werkelijk dat ik mijn vrouw in de Aston aan hoorde komen toen hij achteruit rijdend op mijn oprit werd geparkeerd. Zijn geluid is laag. Zijn geluid is laag als een bas. Zijn geluid is angstaanjagend laag.
 
Toen volgde een verpletterende teleurstelling. Ondanks de schaal van Fords wereldwijde activiteiten zat het stuur aan de verkeerde kant. De man die hem afleverde probeerde me nog te overtuigen door te zeggen dat in andere delen van de wereld de mensen aan de verkeerde kant van de weg rijden, maar dat was overduidelijk een poging om de blunder van een ander weg te moffelen. Verkeerde kant van de weg? Het moet niet gekker worden.
 
Ervan uitgaand dat ze dat nog oplossen voor de auto op de markt komt – en daar ga ik van uit – kun je stellen dat het interieur er uitziet zoals je mocht verwachten. Extra instrumenten (die je niet kunt aflezen), satellietnavigatie met een dame die je niet het zwijgen krijgt opgelegd tenzij je Steve Jobbs bent, en een stel uitstekende kuipstoelen. Als je een tweed jasje draagt, vind je dat niets. Draag je dat niet, dan vind je het geweldig.
 
Hoe doet-ie het op de weg? De vorige Focus RS was een enorme teleurstelling. Hij zag er goed uit, beter nog zelfs dan de nieuwe, maar om het niet eens duizelingwekkende vermogen te temperen, was hij voorzien van een voordifferentieel dat zo dramatisch slecht was dat het waarschijnlijk van zichzelf dacht dat het een beschuitje was. Reed je weg, dan kreeg je de volle lading torque steering, vervolgens stond je wiel dwars, ramde je een boom, vloog door de voorruit en overleed. Ingenieurs noemden het systeem technisch gezien ‘shit’.
 
Ik had gehoopt dat de nieuwe RS vierwielaandrijving zou hebben omdat hij 300 pk levert. Maar helaas. Dat was te duur om te ontwikkelen, dus hielden ze het bij een sperdifferentieel. Ze hebben me verteld dat het helemaal nieuw is, en gelijkmatiger in z’n reacties. Anders gezegd, het is ontworpen voor mensen die graag op wegen rijden en er liever niet om het leven komen.
 
Werkt het? Nou, omdat hij een ‘RevoKnuckle’ heeft (als je weet wat dat is, ben je James May) blijven de aandrijfassen altijd in dezelfde positie staan ten opzichte van het een of ander. Dat betekent dat je met één wiel door een diepe plas kunt rijden zonder dat het stuur uit je handen wordt geslagen. Het zorgt er ook voor dat de auto niet zo hopeloos gevoelig is voor schuin oplopend wegoppervlak als de vorige RS.
 
Ik moet zeggen dat de grip en precisie uitstekend zijn, zelfs als het weer bar slecht is. Meer dan uitstekend. Ik kan me niet voorstellen dat zelfs een Evo X in staat is om van de RS weg te rijden. Ik weet zeker dat-ie mijn CLK Black op een vochtige weg volkomen zoek rijdt. Zo goed is-ie, en niet één keer heb ik meegemaakt dat-ie wegschoof over de voorwielen, zoals door testers in andere tijdschriften vast zal worden gemeld.
 
Toch kun je niet voorbijgaan aan het feit dat er nog altijd sprake is van dat torque steer – de klap in het stuur die je krijgt omdat de voorwielen geen raad weten met het geleverde koppel. Waarschijnlijk is dat het gevolg van 300 pk op wielen die worden gebruikt voor de besturing. Dat is mechanica. Wen er maar aan. Hij is het waard.
‘Als je petje nog achterstevoren op je hoofd staat? Als je nog steeds fan bent van Bruce Springsteen en nog steeds in een fabriek werkt, dan moet je me geloven: het leven lacht je meer toe dan ooit tevoren’
 
De motor is weergaloos. Ja, het is in wezen de geblazen 2,5-liter vijfcilinder Volvo-motor van de ST, maar hij heeft nieuwe zuigers, een nieuwe turbo, een nieuwe tussenkoeler, een nieuw inlaatspruitstuk en dat nieuwe, furieuze uitlaatsysteem. Natuurlijk is er een klein gat, maar vanaf minder dan 3.000 tpm voel je de versnelling, voel je de kracht, voel je 440 Nm aan koppel. Anders dan bij andere turbomotoren raakt hij niet buiten adem als hij het maximum toerental nadert, maar blijft volop doorstomen.
 
Ford zegt dat de ST als een dolfijn is en de RS een haai. Ik zou ze hier graag om uitlachen, maar ze hebben gelijk. Het is een goede vergelijking. Alhoewel, de RS is niet zo stug als je zou verwachten. Natuurlijk is de demping stevig, maar niet zo stevig als in ‘help, m’n tanden!’ Het is meer een vorm van vertrouwen wekken.
 
Laten we het over prijzen hebben. Een definitieve prijs is nog niet bekend, maar Ford heeft aangekondigd onder de prijs te zullen gaan zitten van zijn vierwielaangedreven concurrenten Mitsubishi Lancer Evo X en Subaru Impreza STi. Dat is goed nieuws, temeer daar je voor die prijs vijf zitplaatsen krijgt, een grote bagageruimte, neerklapbare achterbank en een heleboel knopjes.
 
Daarom zou ik ook geen moment aarzelen. Ik zou de langzamere, maar minder opzichtige Golf GTI nemen. Omdat ik inmiddels iets volwassener ben geworden. Ik heb een fatsoenlijk huis en draag Franse jachtlaarzen. Maar als je niet volwassen bent geworden? Als je petje nog achterstevoren op je hoofd staat? Als je nog steeds fan bent van Bruce Springsteen en nog steeds in een fabriek werkt, dan moet je me geloven: het leven lacht je meer toe dan ooit tevoren. De gloriedagen van de RS zijn na een kortstondig dipje teruggekeerd.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken