Autotest: Ford Mondeo 2.2 TDCI Titanium S-pack

De Mondeo bewijst al generaties lang dat ook een – met alle respect – doorsnee leasebak geweldig kan rijden. Baas boven baas is de sportiefste versie: de S-Pack.
 
Je kent het vast: in een flits zie je een auto voorbijkomen. Je hebt niet precies gezien wat voor een, daarvoor ging het te snel of was je te zeer bezig met iets wat op dat moment interessanter leek. Toch nog even omkijken: hij heeft op de een of andere manier toch je aandacht getrokken, dus het zou zomaar de moeite waard kunnen zijn geweest. Bij ons betreft het dan opmerkelijk vaak een Ford Mondeo. Daar staan we dan zelf ook van te kijken, hoor.
 
Waar ligt het aan? Geen idee: hij doet niet eens echt vreselijk z’n best om op te vallen, dat is namelijk not done in de wereld van bijtelling en tankpasjes, die z’n min of meer natuurlijke omgeving is. Een ‘iedereen vindt mij aardig want niemand vindt mij stom’–mentaliteit kun je ‘m ook niet verwijten; daarvoor zit-ie weer iets te bling in de chroomstrips en is zijn grille te groot, te aanwezig. Op de een of andere manier heeft Ford precies de juiste middenweg gevonden – dik zonder proleterig te worden, stijlvol zonder elitair te zijn.
 
Er ligt bij zo’n zorgvuldige balans wel een gevaar op de loer: een spoilertje meer en de boel kan ineens hevig naar de verkeerde kant doorslaan. Geen versie is dus linker dan de geijkte ‘sportieve’. Ford biedt die natuurlijk ook, en wel in de vorm van de S-Pack. Kennelijk verschillen ze bij Ford met ons van mening over de wankele subtiliteit van het basisontwerp, want er is roekeloos uitgepakt met spul waar doorgaans alleen de accessoirehandel blij van wordt: honingraatgrille, nog meer chroom, schortjes voor, achter en opzij, 18-inch wielen in gepantserd-betondesign, achterspoiler en tot overmaat van overdaad een hippe diffuser, die net als de ondergrille ook nog een contrasterende kleur heeft meegekregen. Je zou zeggen: hup, op de voorplaat van Chroom en Vlammen ermee, maar gek genoeg valt het wel mee. Die contrasterende kleuren hadden niet gehoeven, maar verder?
 
Je ziet in een kwart van een oogopslag dat het geen gewone Mondeo is, maar het is niet zo plat patserig als je zou verwachten. Van binnen al helemaal niet. De stoelen zijn prachtig, met leer en alcantara bekleed, en met fraaie rode stiksels afgewerkt. Ze zitten fantastisch. Gelukkig heeft Ford de goede smaak gehad niet meteen alles met vermeend sportief koolstofvezelplastic te beplakken. Slechts kleine reepjes op dashboard en portieren zijn van dat spul gemaakt, de rest is van best chic ‘pianolak’-kunststof. Xenonlampen, een startknop, aluminium pedalen en een ‘sportieve wielophanging’ maken het S-Pack compleet.
 
Ons exemplaar was voorzien van de 175-pk sterke, 2,2-liter diesel, een beul van een motor die uitstekend past bij het bedoelde karakter van de auto. De 400 beschikbare newtonmeters zorgen ervoor dat je, al rijd je nog zo schakelsloom, altijd één rechtervoetbeweging verwijderd bent van een spetterende inhaalactie. Geen andere middenklasser stuurt zo strak als een Mondeo, en de iets hardere afstemming van het onderstel zorgt ervoor dat je op een ongenadige manier met bochten kunt omgaan zonder veel comfort in te leveren. Iemand die echt van autorijden houdt, kan voor dit geld nauwelijks een geschiktere auto kopen. Ga maar na: voor de 38 mille die de S-Pack moet kosten, krijg je bij BMW nog niet eens de instapversie van de 318d. Dat zet je aan het denken, nietwaar?

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken