Autotest: Ford Mustang Bullitt

Veertig jaar na de première spreekt de achtervolgingsscène in de filmklassieker Bullitt nog steeds tot de verbeelding. Ford greep de verjaardag aan om een speciale Mustang te lanceren.
 
Ford zit er helemaal naast met de introductie van de nieuwe Mustang Bullitt. Het zou een moderne versie van het origineel moeten zijn. Zojuist rondde ik de restauratie van een ’67-er Mustang af, dus ik denk dat ik recht van spreken heb als ik mijn bedenkingen uit. Het is geen nieuwe versie van de originele GT390. Hij is veel beter.
 
In een rechte lijn kan mijn eigen herboren Mustang prima de strijd aan gaan met moderne auto’s, maar zodra er een bocht in zicht komt wordt hij moordlustig. Het slachtoffer is de bestuurder. Je moet goed op je qui vive zijn om niet ten onder te gaan. De nieuwe Bullitt rijdt in de rechte lijn vergelijkbaar, maar met deze versie kun je een bocht induiken zonder eerst een schietgebedje te hoeven doen of achteraf een schone onderbroek aan te trekken.
 
De volgende misser van Ford is de naam. Hij is nu vernoemd naar een, los van de uitstekende zeven minuten durende achtervolgingsscène, vrij middelmatige film. Liever hadden ze ‘m ‘McQueen’ genoemd, als hommage aan de in 1980 overleden acteur die de film en dus de auto onsterfelijk maakte.
 
Nog beter is het om de auto helemaal geen naam te geven, laat de details die een kenner absoluut zal herkennen het werk maar doen. Hier staat een Mustang coupé zonder logo’s, gespoten in de tint ‘Highland Green’, voorzien van een paar vette uitlaten en wielen in Torq Thrust-stijl. Elke Bullitt-versie heeft dit. Als omstanders aan de typeplaatjes moeten zien met welke auto ze van doen hebben, sla je net zo’n modderfiguur als iemand die zijn mop moet uitleggen omdat niemand hem begrijpt. Maar goed, waar hebben we het over?
‘Gelukkig lijkt het interieur in niets op de auto van McQueen. Die had namelijk een houten dashboard en niet meer dan dat’
 
Veertig jaar na het verschijnen van de film zijn we terug in het decor, de stad San Francisco. In onze hand brandt de sleutel die past op de remake van de filmauto, we hebben een paar uur om onze lusten te botvieren. Springen op hellingen, met rokende banden achteruit scheuren en met een woest uitbrekende achterkant de straten onveilig maken. Eerst pakken we een taxi om de route weer op het netvlies te krijgen. Voor vijftig dollar is de chauffeur daartoe bereid. We kunnen gaan!
 
Of toch niet? Het is beter om van te voren de Mustang Bullitt in detail te bekijken. Wie bekend is met de film weet waarom. McQueens Mustang zag er na de bewuste scène danig anders uit. Volgens de verhalen is in ieder geval één van de twee auto’s die voor de scène werden ingezet nog intact en staat te verstoffen in een schuur ergens in Kentucky.
 
Allereerst valt op dat dit model veel meer op het origineel lijkt dan de versie die in 2001 op de markt kwam. De hele Mustang-serie staat dichter bij het origineel uit de jaren zestig, dus zo gek is die grotere gelijkenis niet. Er zijn geen spoilers of andere fratsen op de auto gemonteerd en zo hoort het ook. Waar je ook zoekt, een Mustang-logo zul je niet vinden, zelfs niet in de grille. Geweldig.
 
De kleur ‘Highland Green’ is ook authentiek. De groene glans zie je alleen in direct zonlicht, anders zou je denken dat het zwart is. De Bullitt is ook leverbaar in het zwart, maar dat is niet goed. Een zwarte Mustang is gewoon een zwarte Mustang, alleen een Mustang in ‘Highland Green’ is een Bullitt.
 
De 18-inch Torq Thrust-velgen zijn goede kopieën van de vijftienduimswielen van het origineel. De hoge banden zorgen dat de verhoudingen niet teveel verloren gaan. Wel is er te veel ruimte tussen wielen en spatbordrand. De vering is zes millimeter lager dan de standaard Mustang GT, voor het mooie zou dat eigenlijk meer moeten zijn. Ook is het wenselijk dat de nep benzinevuldop op de achterkant verdwijnt of in ieder geval het woord ‘Bullitt’.
 
Gelukkig lijkt het interieur in niets op de auto van McQueen. Die had namelijk een houten dashboard en niet meer dan dat. De nieuwe versie heeft aluminium lijsten en een dito pookknop. In het dashboard zit zelfs navigatie. Daarnaast kun je de sterkte van de verlichting van het voetencompartiment en de bekerhouders regelen. Kan dit er alstublieft uit?
 
De motor en het chassis zijn er, hoe toepasselijk, met sprongen op vooruit gegaan ten opzichte van de mindere broeders. Met behulp van wat technieken uit de autosport peurt de Bullitt vijftien pk méér uit de V8 en dat brengt het totaal op 315. Door het straffere onderstel en een paar mooie veerpootbruggen onder de motorkap kan hij goed overweg met die vermogenstoename.
 
Op een punt zouden ze de hand moeten lichten met de originaliteit, zeker omdat het een wijziging betreft die je niet ziet. De starre achteras zou wat mij betreft vervangen mogen worden door een onafhankelijke wielophanging. Dragracers houden het liever bij de ouderwetse techniek, maar wanneer elk achterwiel zijn eigen vering zou hebben, krijgt de Mustang een betere en meer voorspelbare wegligging. Misschien zijn de hogere kosten ervan de reden dat hier niet voor gekozen is, maar het zou het geld wel waard zijn.
 
Maar ja, tegelijkertijd vraag ik me af of je wel een betere wielophanging zou willen. Als ik de auto in de omgeving van San Francisco en Monterey flink de sporen geef, merk je dat de wegligging niet altijd even geweldig is. Misschien is het juist zijn charme dat hij als een jonge hond over oneffenheden in bochten springt. Dit is een muscle car en die moet je niet zijdezacht rijden. Liefhebbers willen een stuk bot gereedschap hebben waarmee je moet leren om te gaan. Op buitenweggetjes laat de Bullitt zien dat hij snel is en wel raad weet met de smalste bochten, hoe slecht het wegdek ook is. Je kunt met gemak 130 km/u rijden op plekken waar de helft het toegestane maximum is. Als ik met iets te veel gas de bocht uit ging, deelde hij een vreemde dreun uit en maakte af en toe een zwieper. Ik vind het geweldig als een auto al bij lage snelheden uit het spoor te brengen is. Dan kun je stoeien zonder bang te hoeven zijn dat het spel, voordat je er erg in hebt, met een harde knal over en uit is.
 
De Bullitt is wat dat betreft perfect. Jarenlang heb ik me verlekkerd aan de film en voorgesteld hoe het zou zijn om met zo’n machtige auto door San Francisco te scheuren, over heuvels te springen en alle kanten op te tollen. Nu is dat moment aangebroken. Maar ik realiseer me tijdig dat het anno 2007 niet verantwoord is om als een bezetene door de straten te jagen. Door de toename van het aantal mensen en auto’s op straat is er domweg geen ruimte meer voor.
 
Niet dat het echt een probleem is. De Bullitt is met de jaren geëvolueerd en biedt nu meer plezier dan ooit eerder. Hij heeft de looks van het origineel, ook het geluid is geweldig. Het zou wat luider mogen klinken, maar de toon is helemaal goed. Anders dan het origineel rijdt hij ook nog eens heel goed – en dat voor een prijs van ‘maar’ dertigduizend dollar. Probleem is dat de Bullitt alleen voor de VS en Canada is bestemd en dan ook nog maar eens wordt gemaakt in een beperkte oplage van 7.700 stuks. Maar met de lage wisselkoers is het misschien een optie om er één naar Nederland te halen.
 
Inclusief alle rompslomp die dat met zich meebrengt en natuurlijk de fiscale terreur zal je al snel op een prijs van zestigduizend euro komen. Maar voor dat bedrag heb je wel een remake van een vierwielig icoon voor je deur. Zou Steve er een kopen als hij nog onder ons was? Vast en zeker, maar dan wel zonder badges.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken