Hoe bouw je een Bond-auto?

De geheim agent moet anoniem blijven en zo onopvallend mogelijk zijn. Hoe kan dat beter dan in een op maat gemaakte, brullende Aston Martin waarvan het ontwerp is geïnspireerd op haaien?

De naam is 10, DB10. De locatie: de Pinewood Studios, in december 2014. Tijdens een ceremonie die elke persconferentie teniet doet, haalt regisseur Sam Mendes het doek van een gloednieuwe Aston Martin. Trots toont hij een van de sterren uit Spectre, de 24ste James Bond-film, die vanaf 6 november 2015 in de bioscoop draait.

Daniel Craig is terug als Bond, Money­penny keert terug, Christoph Waltz hoogstwaarschijnlijk als Ernst Stavro Blofeld en eindelijk is er weer eens een auto met wat extra’s. Alhoewel, dat valt nog te bezien; want zoals het een MI6-auto betaamt, is er maar bar weinig nieuws te vinden over 007’s nieuwe vehikel. En is dit een voorproefje op een toekomstig productiemodel? TopGear toog naar Aston Martin-designdirector Marek Reichman voor de waarheid.

TG: Hoe is het DB10-project begonnen?

MR: Tijdens mijn eerste vergadering met regisseur Sam Mendes beschreef hij zijn idee voor een nieuwe Bond-auto. Een posterwaardige auto die in elke jongenskamer zou moeten hangen. Ik interpreteerde dit als het idee voor een gloednieuwe DB5. Klassiek maar sportief. Die dienst doet als gereedschap. Een scalpel, maar geen grof keukenmes. Dat is wat Sam wilde. Een simpele, pure auto voor Bond. Net zoals de DB5 dat was in 1964.

TG: Maar het is geen afgeleide van de originele DB5?

MR: Absoluut niet. We doen niet aan retro-design bij Aston Martin. Sam vertelde: “Ik wil geen parodie, anders neem ik wel een gewone DB5.” Hij moest uniek worden. Een evolutie van wat de DB5 in de toekomst zou zijn geweest.

TG: Wat kunnen we onderhuids vinden bij de DB10?

MR: Het fundament is een V8 Vantage. Maar wel met een langere wielbasis en een stuk breder, bijna net zo breed als de One-77. De motor is, zoals je verwacht, een 4,7-liter V8, maar misschien zit er nog wel iets in dat je niet verwacht. Je moet focussen op wat James Bonds handen doen. Dat is een hint.

TG: Eh, oké. Maar waarom DB10, hij is tenslotte gelinkt aan de V8 Vantage en niet de DB9?

MR: Omdat het een moderne interpretatie is van de DB5. Mensen denken aan de DB-auto’s als ze aan Bond denken. De Vantage is louter om de auto te maken, daar houdt het op. We hadden maar weinig tijd om de auto te maken, dus gebruik je wat je in je gereedschapskist hebt.

TG: Wat is er nieuw qua design?

MR: De DB10 heeft een langgerekte neus en de cabine is erg naar achteren geschoven. Qua lijnen is er een hele simpele en elegante lijn die langs de zijkant van de auto loopt. Helemaal van de bumper over de deuren tot voorbij de achterwielen. Een harde en scherpe lijn. De wielen worden dan als het ware door die ‘huid’ gedrukt. Verder heb je de neus nog niet eerder gezien, als een haaienneus. De auto heeft de laagste neus die we ooit hebben geproduceerd, maar het oogt niet overdreven agressief. Agressief vind ik veel hoeken en openingen. Dit is puur en simpel.

TG: Heeft Daniel Craigs rauwere Bond invloed gehad op de stijl van de DB10?

MR: Zeker. De auto staat nu dichter bij de originele donkere Bond. En een sportieve Bond. Craigs Bond oogt als een atleet en dat moest de DB10 ook worden. En een roofdier. De auto oogt als een jager.

TG: Een reflectie van Bonds donkere kant die we in de laatste drie films zagen.

MR: Neem de grille, volledig gehuld in een schaduw. Het geeft de auto iets donkers en duisters.

TG: In hoeverre is dit een film-auto? Gaan we elementen terugzien in toekomstige Astons?

MR: Voorlopig bouwen we er tien voor de film en dat is het. Maar natuurlijk laten we er ons door beïnvloeden. Het zou zonde zijn om dat niet te doen. Toch is het bovenal een filmauto. Vanaf de grond opgebouwd voor 007. Zoals de DB5 dat was voor Sean Connery, moet de DB10 dit zijn voor Daniel Craig.

TG: Geen hoge verwachtingen dus, gelukkig…

MR: Als je autodesigner bent, dan droom je hiervan. Iemand die naar je toekomt en zegt: ik wil dat je een compleet nieuwe Bond-auto ontwerpt, gebaseerd op de DB5. Ik voelde geen druk hoor, ik kon niet wachten om te beginnen.

TG: Jullie bouwen tien DB10’s, zijn ze te koop?

MR: Nee, ze zijn puur voor filmgebruik. Sommigen zullen zelfs worden vernietigd door het een of ander. Als je een Bond-film hebt gezien, dan weet je dat de auto’s niet zachtaardig worden behandeld. Deze dus ook niet. Als je de DB10 ziet, dan is dat geen computeranimatie. Gelukkig maar. Nee, dan is het the real thing met een bestuurder die de auto tot z’n limiet brengt.

TG: Hoe verschilt dit ontwerp van een conceptcar?

MR: Bij deze auto moet je je ook bedenken hoe ie beweegt en er uitziet op film. Oogt dit lekker in een achtervolging, is die hoek oké, enzovoorts. En dan heb ik het nog niet eens over de gadgets.

TG: Ah! De gadgets. Vertel wat Q in petto heeft!

MR: (lacht) Nee, ik zou willen dat ik er iets over mocht vertellen. Toen de auto werd onthuld, werd ie aangekondigd als het eerste castlid. De auto speelt een grote rol in het verhaal. Hij gaat dingen doen die je niet verwacht.

TG: Zoals?

MR: (pauzeert) Hm, laat ik zeggen dat er een relatie is tussen Bond en de DB10. En dan niet één zoals met de Bond-girls… Wat die relatie is, dat zie je eind 2015 in de bioscoop.

TG: De band tussen Aston Martin en James Bond is alweer 50 jaar oud. Waarom denk je dat het zo’n succesvolle is?

MR: We zijn allebei iets mysterieus. Iets internationaals, maar met een op-en-top Brits hart.

Aston Martin DB5

Ongetwijfeld de meest herkenbare auto in de filmgeschiedenis. Nog meer dan de DeLorean uit Back to the Future of de Ecto-1 uit Ghostbusters. In Goldfinger kreeg Sean Connery voor het eerst de sleutels van een Aston overhandigd. Iedereen kent de gadgets, maar wat is nu precies het verhaal achter het begin van de iconische DB5?

Het zit als volgt: de liefde voor Aston Martin is ontstaan door een jeugdvriend van Fleming, Philip Ingram Cunliffe-Lister. Oud geld, iets van adel, je kent het wel. Philip was de trotse eigenaar van een Aston Martin DB2/4 Mk 1. In Goldfinger schrijft Fleming over precies dezelfde Aston, maar dan de Mk 3. De vergelijking houdt daar niet op. Philip liet gadgets inbouwen. Zijn Aston had versterkte stalen bumpers, een gemodificeerde startonderbreker, aansluitingen voor een soort walkie-talkie, een gps-zender en een gadget die tijd en afstand berekende aan de hand van een gemiddelde snelheid. Een grove aankomsttijd dus. Geen wereldschokkende gadgets, maar voor die tijd zeker geavanceerd en overduidelijk waardoor Fleming zich heeft laten inspireren.

De DB5 uit Goldfinger was tijdens de opnames nog maar een concept. Bond was intussen een bewezen succes, dus kregen de makers een prototype om te gebruiken. Daarnaast kochten ze er ook één zodat Q kon losgaan met alle verborgen wapens en gadgets. Een icoon was geboren.

Vijf van onze favoriete Bondauto’s

Toyota 2000GT

Sean Connery speelde Bond in You Only Live Twice en daarvoor wilde men hem in een Toyota 2000GT zetten, de film is namelijk grotendeels in Japan geschoten. Alleen paste hij er niet in. Dus werden er twee cabrio’s gemaakt: het dak van een gewone 2000GT werd simpel weggelaten, met wat knip- en plakwerk werd de achterkant afgewerkt. Daarnaast reed Connery er ook niet in, maar stuurde een Bond-girl. Er zijn twee exemplaren gebouwd waarvan er eentje niet meer bestaat, de andere staat in het Toyota-museum in Japan.

Lotus Esprit

De Lotus Esprit S1 uit The Spy Who Loved Me. Of, zoals wij haar noemen, Wet Nellie. Overigens vernoemd naar Little Nellie, de kleine gyrocopter uit You Only Live Twice. Een ondankbare taak om de op-één-na-beroemdste Bond auto te zijn, maar de Lotus houdt zich goed staande als onderzeeër die raketten afvuurt en mijnen laat vallen. Andere gadgets zijn harpoenen en een cementsproeier om te zorgen dat de bad guys serieus niet meer wegkomen. Het meest bijzondere aan de auto is toch wel dat de Lotus verandert in een onderzeeër. Tegenwoordig ongetwijfeld opgelost met computereffecten, maar in 1977 gebruikten de makers the real thing: zes Esprits in verschillende soorten en maten. Van enkel een omhulsel tot aan een compleet werkende onderzee-variant.

Aston Martin V8 Vantage

Niet de auto waarop de DB10 is gebaseerd. Dit is de Aston Martin V8 Vantage die Timothy Dalton gebruikte in The Living Daylights. In de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig mocht Bond geen Aston rijden. De Lotus was onder andere een redelijk alternatief, maar voor de Bond-film uit 1987 reed Dalton eindelijk weer in een Aston. Misschien niet de allerbekendste, maar in foutloos gun-metal-grijs is dit een moderne klassieker. De Q-gadgets waren banden met spikes en intrekbare ski’s als de spikes niet meer voldeden. Lasers, kogelvrij glas en de verplichte raketten maakten het pakket compleet.

BMW Z8

Mooi en zeldzaam, maar helaas kwam de BMW Z8 gruwelijk aan z’n einde in The World Is Not Enough. Door een helikopter met cirkelzaag werd hij letter doormidden gezaagd. Een spectaculair einde, maar voor iedereen met een autohart deed dit pijn. De BMW-periode is voor sommigen misschien godslastering, maar de prettig ogende Z8 en de met telefoon bestuurde 7-serie waren zeker vermakelijk. Q, toen gespeeld door John Cleese, propte de roadster onder andere vol met raketten, een infrarood volgsysteem en bekerhouders. Ook niet onbelangrijk.

Aston Martin DBS

James Bond keerde na jaren van afwezigheid weer terug in 2006. Het geslaagde Casino Royale bracht alles weer naar de roots. Een rauw verhaal, een foutloze Bond en zonder alle gadgets die op een gegeven moment wel heel ridicuul werden met Brosnans 007. Kent iemand nog de onzichtbare Vanquish? Nee, Daniel Craig kreeg ‘slechts’ de gloednieuwe Aston Martin DBS. De enige gadgets waren een geheim compartiment voor een pistool en defibrillator, en de monsterachtige V12 onder de motorkap. Weetje: op het einde van de film wijkt Bond uit en slaat over de kop met de DBS. Deze actie zorgde voor een record met zeveneneenhalve rol voordat de DBS als pulp tot stilstand kwam.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken