Uitgelicht: Land Rover DC100 Defender

Een van de meest herkenbare vormen in de autowereld wordt omgevormd tot iets van de 21e eeuw: welkom, Defender-in-de-dop.
 
Dit is de nieuwe Land Rover Defender. Officieel begon ie z’n carrière als conceptcar, maar wie herinnert zich niet de weg die de Range Stormer en de LRX min of meer ongeschonden aflegden van autoshowlekkernijtjes naar de echte wereld van de showrooms? Dus. Een geheel nieuwe, super-de-luxe Range Rover kom eerst, ergens eind volgend jaar, en de nieuwe Defender komt dan een maand of achttien later.
 
Iedereen die bij dit project is betrokken, geeft grif toe dat het lastig is om ‘m precies goed te krijgen. Waar de Evoque bewijst dat een merk als Range Rover kan worden opgerekt, is de Defender het ijkpunt, de auto waarmee het allemaal is begonnen, lang geleden, toen God nog een kind was. ‘Dit is onze visie van hoe de Defender van de 21e eeuw eruit moet zien’, zegt Land Rovers designdirecteur Gerry McGovern.
 
‘Ik denk dat het geen enkele zin heeft om een retromodel op de markt te brengen. Het origineel was een consequentie van zijn tijd, een duidelijk geval van vorm die functie volgt, maar dat soort aanpak lijkt me dezer dagen enigszins achterhaald’, vervolgt hij. ‘Ik wil dat de nieuwe Defender net zo uniek wordt als het origineel destijds was. Hij moet relevant zijn, ertoe doen, en aansluiten bij de wensen en eisen van hedendaagse mensen en van de moderne wereld.’
 
Met andere woorden, enige gelijkenis met Toyota’s FJ Cruiser is zowel onopzettelijk als het best verzwegen rondom Solihull, waar Land Rover huist. De originele auto verscheen 63 jaar geleden voor het eerst op de markt. Hoewel de marketingtechnisch briljante naam Defender van veel later stamt, was de eerste serie Land Rovers van het type ‘doet echt wat ie belooft’ en heette Series I. Het is een eindeloos aan te passen voertuig – de laatste waar TopGear in reed, was een gepantserde versie die patrouilleert in de straten van Belfast, maar dat is een ander verhaal – dat een hersenspinsel is van Rovers naoorlogse technisch directeur Maurice Wilks. Hij was geïnspireerd door de eenvoudige gebruiksvriendelijkheid van de Willys Jeep, waarna hij begon te schetsen aan een Britse terreinwagen voor burgers tijdens een vakantie in Wales. Met het rijke gevoel voor ironie die de Britse auto-industrie altijd heeft gekenmerkt, zag het management de Land Rover aanvankelijk als een tijdelijk product, iets dat alleen rendabel zou kunnen zijn zolang er wederopbouw plaatsvond, daarna zouden de mensen liever in iets luxueuzers rijden. Niemand heeft ooit beweerd dat het makkelijk is om de toekomst te voorspellen.
 
Zoals dat vaak gaat, was noodzaak ook hier de moeder van de vondst. Ongeveer drie cent werd geïnvesteerd in materiaal en gereedschap. De carrosserie werd daarom met de hand gemaakt, met behulp van houten wiggen, waardoor de auto aan zijn bekende platte delen en eenvoudige vormen kwam, en waar het na de oorlog nog moeilijk was om aan staal te komen, was er meer dan genoeg aluminium voor de carrosserie, want dat materiaal was enigszins overbodig doordat er ineens veel minder vliegtuigen hoefden te worden gebouwd. Dat gezegd hebbende, werden er vier stukken staal aan elkaar gelast om een eenvoudig chassis van kokerbalken te vormen.
 
De auto debuteerde in 1948 op de Amsterdamse autoshow, en marcheerde vrolijk door – vaak letterlijk – met versie I, II en III tot 1985, toen ie ging overlappen met de 90- en 110-modellen (die een langere wielbasis hadden, breder waren, betere motoren kregen, en geveerd werden met schroefveren in plaats van prehistorische bladveren).
 
‘Land Rover is van plan al haar auto’s een kilo of 500 lichter te maken en hybride technologie aan te bieden. Dat zou de nieuwe Defender in een onverwacht groen schijnsel doen baden’
 
De huidige Defender is onder ons sedert 1990, een eeuwigheid in een tijdperk waarin je smartphone wekelijks een software-upgrade nodig heeft, maar niet meer dan een flukse oogwenk in Land Rovers Darwinistische tijdsberekening. Dat alles zorgt ervoor dat deze auto opnieuw uitvinden zoiets is als zeggen dat Rembrandt van Rijns Nachtwacht eigenlijk leuker zou zijn als het schuttersgilde in daglicht was geportretteerd. McGoverns gevoel voor esthetica is geworteld in productdesign en niet zozeer in het altijd overschatte begrip ‘styling’, zodat hij uitgaat van wat werkt, en wat niet werkt. Het gaat om functie. Ook is hij een man die weet wat hij wil en wat hij niet wil, waarvan iedereen die hem ooit heeft ontmoet zal kunnen getuigen.
 
Nu Land Rover en Range Rover verschillende paden betreden (de eerste wordt meer een merk als een gereedschapskist, het tweede gaat zich meer op luxe richten), is het interessant om te zien of zijn mantra dat omschreven wordt als ‘premium visuele robuustheid’ – of zoiets – werkt op dit Defender-concept. Het is zeker meer elementair, heeft maar minimale overhang voor en achter, er hangt een trots reservewiel op z’n kont en de auto maakt zich duidelijk geen zorgen of z’n voorruit wel in de juiste hoek staat of dat ie er wel ‘lekker’ genoeg uitziet.
 
Hij heeft grote, dikke portiergrepen voor grote, dikke boerenvingers en de horizontale ribbels in het dak zijn een mooie herinnering aan z’n afkomst, en een paar glinsterende sleepogen voor en achter en een lier onderstrepen Land Rovers credo ‘geschikt voor een doel’.
 
Dit is en mag geen SUV worden genoemd – maar hooguit een UV. Daarom zouden we ‘m liever zien op 17- of 18-inch wielen dan de grote 21-inchers die je op deze foto’s ziet, dat is veel te blingbling voor ‘m en te weinig praktisch. Dat hadden ze wel beter mogen begrijpen bij Land Rover – zeker nu ze het blingbling-publiek zo goed weten te bedienen met de Evoque. We denken dat de nieuwe Defender instelbare ophanging zal krijgen: het huidige model is in het terrein vrijwel niet te stoppen, maar is in het doorwaden van water het slechtst van alle Land Rovers.
 
Land Rover is vast van plan alle auto’s die het merk maakt een kilo of 500 lichter te maken, onder andere door meer gebruik te gaan maken van aluminium en koolstofvezel, op alle auto’s een stop-startsysteem te installeren, en hybride technologie aan te bieden – die momenteel wordt ontwikkeld. Dat zou de nieuwe Defender in een onverwacht groen schijnsel doen baden (het huidige model heeft net een volledig nieuwe 2,2-liter dieselmotor gekregen, waarvan de roetfilter in overeenstemming is met Euro 5, tot minimaal 2016.)
 
Land Rover heeft grote, wereldwijde ambities, en de nieuwe Defender zal te koop zijn in 174 landen, waaronder een aantal landen waar wij nog nooit van hadden gehoord. Cruciaal zal zijn dat ie een succes wordt in een land waar we wel van hadden gehoord: de VS. Het huidige model is daar al niet leverbaar sinds 1999, en zelfs toen ie er wel werd verkocht, werden er in het beste jaar maar 2.500 van verkocht. Dat moet, en zal, anders worden.
 

‘De mensen die Defenders kopen, geven ze door aan de familie, ze beschouwen ze als erfstukken. Ze worden vaak echt deel van de familie. Het zou geweldig zijn als dat soort liefde en aandacht aan de Defender zou blijven kleven’, zegt McGovern. De jury beraadslaagt nog. Maar hier is alvast iets om over na te denken: als de mannen bij Land Rover het bij het juiste eind hebben, zoals hun voorgangers, zou de auto die je hier voor het eerst ziet, in dezelfde vorm nog steeds te koop kunnen zijn in 2077.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws