Autotest: Lexus RX 450h Full Hybrid Tech

Deze hybride van Lexus maakt zijn naam volledig waar. In echt elke betekenis van het woord.
 
Zonder in al te grote clichés te willen vervallen: smaak is een delicate zaak. Wat de een niet eet, vindt de ander een lekkernij. Lexus lijkt nauwelijks te kampen met een zo sterk imago dat mensen bij voorbaat niks van het merk moeten hebben, maar de keerzijde daarvan is dat het merk ook nauwelijks echte liefhebbers heeft. Of toch?
 
Ja toch. In een hoekje van de TopGear-redactie huist een verslaggever die gek is op Lexus. Zijn collega’s in binnen- en buitenland vinden hem daarom een wat rare snuiter. Maar hij blijft bij zijn mening: het merk bezorgt hem een versnelde hartslag en een hogere bloeddruk. Het logo, de logge vormen van de oudere types, de grootte van de nieuwere modellen, die vreemde afkomst als luxe-imprint van Toyota: hij vindt het allemaal even schitterend. Is dat nog zo nadat hij de splinternieuwe, hybride Lexus reed?
 
De RX450h heeft een – verrassend genoeg gezien de naam, die meer belooft – 3,5-liter motor met zes cilinders. Dat is leuk, maar omdat-ie een hybride is, moet daar de aandacht vooral naar uitgaan. De techniek achter deze hybride is even ingenieus als ingewikkeld, maar vertrouw ons als we zeggen dat de verbrandingsmotor de twee elektromotoren oplaadt, die er vervolgens voor zorgen dat de auto bij lage snelheden op elektriciteit kan rijden. Dat bespaart brandstof: vergeleken met de – ook al hybride maar kleinere – RX400h zo’n 23 procent, terwijl het vermogen met 10 procent vooruit is gegaan. Hij rijdt ongeveer 1 op 11 tijdens onze proefrit, en dat is voor een auto van dit gewicht (schrik niet, of liever gezegd, schrik wel: 2.700 kilo) netjes – al is het minder goed dan de fabrieksopgave. Hij heeft dan ook, tamelijk spectaculair voor een auto van dit formaat en dit gewicht, een A-label.
 
Hoe rijdt-ie dan? Nou: geweldig. Vanuit stilstand is er meteen veel koppel, omdat de RX wegzoeft op elektriciteit en er dus geen trekkracht hoeft te worden opgebouwd. Hij ligt door de – als optie te bestellen – elektronisch geregelde luchtvering opvallend lekker in de bochten, ook als je wat vlotter rijdt.
 
Er zijn drie minpunten. Ten eerste: de pook van de automatische versnelling ziet er niet uit en steekt op een gekke manier naar de bestuurder toe. Maar bij gebruik blijkt hij op de perfecte plek te zitten (al gebruik je ‘m door de continue variabele transmissie amper, dus als-ie in de laadruimte zat, was het ook goed). Twee: de dashboardlampjes en eigenlijk het hele dashboard: te veel lampjes die steeds weer andere eco-zaken aangeven, en wat het zogenaamde intuïtieve dashboard betreft, had Lexus wel even bij BMW in de leer gemogen. (De grille met blauw logo, de voorbumper met extra luchtinlaat, de blauwe led-koplampunits, de blauwe dorpellijsten en de blauwgekleurde achterlichtunits en blauwe emblemen mogen er wel zijn.)
 
Dan het grootste nadeel: dit is een heel, heel fijne en goede auto, maar het is geen zogenaamde rijdersauto. Het is een echte crossover – een woord dat je mag vertalen als hybride, grappig genoeg – die tussen elke filosofie over autorijden in hangt. Hij rijdt geweldig, maar een sportauto is het niet. Hij is groot, maar echte SUV’s zijn groter. Hij is zuinig, maar alleen gezien zijn omvang. Hij is duur en luxe, maar geen echt statussymbool. Hij is kortom alles, maar hij blijft vooral een hybride.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken