Autotest: Lotus Exige 260 Sport

De Exige 260 Sport is een verder gestripte versie van Lotus’ overdekte monstertje. Het is een heerlijke stoeipoes.
 
Haal je zakken leeg, epileer je wenkbrauwen en eet een boterham minder: elke millimeter gewicht die je minder hoeft mee te zeulen, telt als je je in de kuipjes van de Exige 260 wilt laten zakken. Je moet je immers aanpassen aan de omgeving. De auto is tot op het bot uitgekleed. Bakjes en vakjes vind je niet, laat staan bekerhouders. De kofferbak-ruimte is nihil. Het enige dat je krijgt, is een dicht koepeltje met daarin twee reusachtige halve pindadoppen van koolstofvezel, drie pedaaltjes en een stuur ter grootte van een bierviltje.
 
Zodra je je neus weer uit je kruis hebt gehaald en andere uitstekende lichaamsdelen weer bij elkaar hebt geraapt en in het kuipstoeltje zit, weet je waarvoor je het deed. De meest extreme Exige ooit is nu al legendarisch. Dit is het speeltje der speeltjes. Tot 9.000 tpm krijg je steeds maar meer, meer, meer – de wegligging is zo mogelijk nog beter dan die van een standaard Exige. Kijken naar het punt waar je naartoe wilt en de auto volgt haast gedwee. Zou hij gedachten kunnen lezen? Was het niet verslavend, dan was het beangstigend.
 
Het Toyota-blok kwam hier al vaker ter sprake. Keer op keer peurden de Lotus-mensen er meer vermogen uit. En weer flikken ze dat kunstje. Nu komt er 257 pk uit, let wel: uit een 1,8-litermotor. De grootste winst is het terugbrengen van het gewicht. De luchtinlaat op het dak, het dak zelf, de achtervleugel, de frontspoiler, deurposten en zelfs de kuipstoelen zijn van koolstofvezel. Alles dat niet bijdroeg aan een hogere snelheid moest eraan geloven. Er is geen radio, geen centrale deurvergrendeling en geen airconditioning. Een airbag is er ook niet. Zelfs de lichtmetalen velgen werden op een afslankcursus gestuurd en vielen tien kilo af. Daarmee leveren ze een flinke bijdrage aan het totaal van 38 kilo’s dat verdween. Het leeggewicht komt daarmee op niet meer dan 895 kilo, de acceleratie van 0 naar 100 kost nog maar vier seconden. Voor je gevoel gaat het nog sneller.
 
De 260 moet je echt op zijn donder geven. Schakel je gevoel voor de techniek uit en zweep het blok op tot 6.000 tpm. Vanaf dat punt gaat de compressor aan de slag waardoor de Exige er als een bezetene vandoor gaat. Haal het niet in je hoofd om in bochten het gas erop te houden en tegelijkertijd te remmen. Doe dat alleen als je heel goed bent of graag een afdruk van een airbagloos stuur in je voorhoofd wilt hebben. De remmen doen hun werk namelijk nog beter dan voorheen.
 
Dit is geen auto voor erbij. Zelfs als je twee, drie, vier of meer auto’s in de schuur hebt staan, moet je de Exige niet kopen om er de mooie meneer mee uit te hangen. Er wordt gefluisterd dat de prijs in de buurt komt van die van de Cayman, maar met die auto kun je tenminste boodschappen doen. Met de Exige kun je dat vergeten, zijn habitat is niet het parkeerterrein van de buurtsuper maar het circuit. Mocht je daar een Cayman tegenkomen, dan maak je er gehakt van. Zelfs een F430, een Gallardo of elke andere supersportauto zou je in de hoek kunnen zetten, mits je over de juiste rijvaardigheid beschikt.
 
Is hij zijn meerprijs ten opzichte van de normale Exige waard? Absoluut niet. Maar wat maakt dat uit? Dit is puur genieten.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken