Uitgelicht: The Stig in de Mazda Furai

Zouden de Mazda Furai en The Stig van dezelfde planeet komen? Ze maken kennis op een verlaten circuit.
 
Kijk naar de auto op deze foto en dan naar door wat hij wordt bestuurd. Denk je werkelijk dat The Stig normaliter enige belangstelling zou tonen voor een conceptcar? Ik geef je een hint, het antwoord is ‘nee’. Normaliter zijn conceptcars gebouwd als ontwerpoefeningen voor autoshows, pure pronkstukken om te tonen hoe het toekomstig design van enig merk er uit zou kunnen zien, tentoongesteld onder felle lampen en ronddraaiend op plateaus. The Stig moet niets hebben van conceptcars. Het kunnen krankzinnige creaties zijn die niets te maken hebben met de werkelijkheid anders dan dat ze misschien ooit zouden kunnen rijden. Conceptcars wegen – doorgaans – ongeveer 58 ton omdat ze gebouwd zijn op een idioot onderstel dat niet licht hoeft te zijn en zelfs niet hoeft te kunnen rollen of sturen en meestal een carrosserie hebben die is gemaakt van klei. Het vermogen is niet afkomstig van een motor maar van een accu zodat de lampen in ieder geval aan kunnen, en ook het interieur is meestal volledig onbruikbaar. Puur design hoef je niet te kunnen gebruiken.
 
Mazda is even actief met zijn conceptcars als alle andere fabrikanten ter wereld. De vijf meest recente volgden een vergelijkbaar thema dat door het team van Mazda-ontwerpers ‘Nagare’ wordt genoemd. Het eerste Nagare-concept heette ‘Nagare’. Toen volgden de Ryuga, Hakaze en Taiki. De laatste, de Taiki, was het gekst, met achterwielen die naast de carrosserie zijn geplaatst en geheel worden afgedekt met spatborden. Zoek op Google, kijk eens goed en realiseer je dat hoewel het dan misschien designjuweeltjes zijn, The Stig ze nooit heeft gegooglet. (Dan gaan we ervan uit dat hij wel eens googlet, wat niet erg waarschijnlijk is.)
 
De Furai die je hier ziet, is anders en maakt veel goed van elk zweempje onbruikbaarheid waar die vier voorgaande gevallen mee te koop liepen. Want de Furai – waarover je misschien al eerder hebt gelezen in vorige Top Gears – is niet alleen de meest exotische creatie ooit, het is onderhuids ook nog een verdomd serieuze raceauto. Een Courage C65 Le Mans Prototype (LMP2) racer met 460-pk sterke wankelmotor, niet meer en niet minder, die loopt op E100 ethanol. Vandaag zijn we het enige tijdschrift ter wereld dat ermee mag rijden.
 
We zijn op een voormalige basis van de RAF in de buurt van Ipswich. De wind blaast over deze deprimerende uithoek zoals die alleen over Britse vliegvelden raast: permanent en krachtig en schraal en snijdend. Toepasselijk dus dat Furai ‘geluid van de wind’ betekent. Het geluid is constant en zal binnenkort begeleid worden door dwingender klanken. Zorg dat je pc aanstaat; dit verhaal wint aan kracht door internet-ondersteuning.
 
We zijn op het lange rechte stuk van het circuit – dat drie kilometer lang is – en daar komt zojuist een vrachtwagen aanrijden. Hij stopt vlak voor ons, we groeten de inzittenden, Mazda-personeel uit de VS, en vervolgens wordt een conceptcar naar buiten geduwd. Voortaan zal ik een conceptcar die niet op een circuit uit een vrachtwagen wordt gerold niet serieus nemen. Ik zal geen enkele conceptcar nog serieus nemen die niet zijn eigen pneumatische krik heeft.

‘Oké, maar word je zenuwachtig als je mag rijden met een onbetaalbare, unieke conceptcar? Nee, niet echt’
 

Kijk eens naar de grote foto op deze pagina. Stoer toch? Een monteur ramt een luchtdrukboor tegen een van de wielmoeren van deze conceptcar. Alweer iets wat je niet associeert met een ontwerpstudie. Kijk naar die sierlijke welvingen naar en rond de koplampen, kijk naar de vorm van de koplampen, kijk naar de scherp gesneden aluminium spiegels bovenaan de portieren, zie hoe de carrosserie tussen de fraaie wielkasten is geboetseerd. Computional Fluid Dynamics (CFD, de techniek voor onbeperkte budgetten in de F1) werd toegepast om deze vormen tot stand te brengen en hem zijn aërodynamische lijn te geven. Hij is een beetje – nee, die spatborden zijn er niet slechts voor de show – ja, hij is een beetje angstaanjagend. Wat een ding.
 
Oké, maar word je zenuwachtig als je mag rijden met een onbetaalbare, unieke conceptcar? Nee, niet echt. Mazda stond erop dat je ervaring diende te hebben met een raceauto met evenveel of meer vermogen en met een vergelijkbare versnellingsbak. Die heb ik.
 
De auto werd in gereedheid gebracht en hij werd gestart. Hij liep stationair met het staccato van een machinegeweer – bap-bap-bap-bap-bap. De motor is een ongeblazen 13B/20B en heeft een drievoudige rotor – zoals die door sommige teams wordt gebruikt in de Amerikaanse Le Mans-races. Hij was nog maar koud uit de VS teruggekeerd in Engeland, toen hij een paar dagen geleden tijdens een testdag op het circuit werd opgeblazen. De motor had in de auto in z’n huidige toestand nog nooit gelopen, maar toch klonk hij gezond in zijn regelmatige, stationaire geroffel.
 
Mark Ticehurst, fabriekstestrijder van Mazda, zou als eerste het stuur in handen nemen voor een proefronde om vast te stellen of alles in orde was. Hij klom aan boord en schoot het circuit op. Wat een ongelofelijk indrukwekkende motorklanken. Luister zelf als je dat nog niet hebt gedaan: zoek op YouTube naar ‘Mazda Furai’ en zie hem in actie op Laguna Seca in Californië. Belangrijker nog, laaf je aan die motorgeluiden. Een van mijn favoriete gedeeltes in de video zit op 3 minuten en 12 seconden als de auto zichzelf verlaagt naar het wegdek. Het absolute hoogtepunt vindt plaats op 4:38. Zie ‘m accelereren, hoor ‘m janken.
 
Ik dwaal af. En ik ga nog verder afdwalen. Mijn nederige excuses als je op dit moment geen toegang hebt tot internet, maar geef nog een zoekopdracht op YouTube: ‘Mazda Furai Concept extended with sound’. Kijk en luister ernaar. Hoor ‘m ratelen, hoogtonig, met dat repeterende, staccato ritme, dat krankzinnig lachende geitengeluid, alsof een gigantische bij heeft gepaard met een cirkelzaag. Zo klinkt de Furai als-ie stationair draait. Draai het volume hoger en luister als-ie voorbij rijdt. ZAAAR!
 
Weg was Ticehurst, precies dat geluid producerend. Even later was hij alweer terug en rapporteerde over trillingen achterin. Wielen werden vervangen en hij ging wederom op weg. Alles in orde, de motor loopt soepel, geen lekkage. Hij zag er snel uit, erg snel, en liet een enorme staart van een stofwolk in zijn kielzog achter terwijl hij over het circuit raasde. Er gebeurden in een razend tempo zoveel dingen die je niet van een conceptcar verwacht, dat het moeilijk was om ze allemaal te registreren. Telkens wanneer het ding zich van de weg verheft met zijn pneumatische krikken, realiseer ik me dat dit de coolste auto ter wereld is. Gelet op de enorme publiciteit die hij heeft opgeleverd, ging ik onwillekeurig hopen dat andere fabrikanten ook zulke conceptcars zouden gaan maken.
 
Na een rondje in de passagierstoel terwijl Mark reed, was het tijd om zelf achter het stuur te kruipen. De vleugeldeuren scharnieren aan de voorzijde en bieden volop ruimte om in te stappen, maar ik moest wel over de brede dorpel met sierlijke rood en grijs gelakte richels heen klauteren, want ik durfde er niet op te gaan staan.
 
‘Je kunt je gewicht overal op laten rusten’, zei ingenieur Marcus Haselgrove. Dit moet dus wel een echte raceauto zijn. Dat was het moment dat The Stig verscheen, hij stak zijn duim op een ondubbelzinnige manier naar me op, snoerde zich vast, en speerde weg. Ik heb geen idee hoe hij het doet, maar daar was hij, bochten draaiend waar hij kon. Hij zat niet lang in de auto, maar er moest ethanol bij toen hij klaar was. De Furai kwam onze kant op en The Stig zette de motor vroeg uit zodat de auto het laatste stuk naar ons toerolde met alleen een licht gegier uit de versnellingsbak. De auto rook naar remschijven en hitte. The Stig stapte uit en wandelde weg met zijn helmvizier gericht op de horizon. Zijn eerste testrit met een conceptcar leek best goed te zijn verlopen.
 
Ten slotte was het mijn beurt. Ik zou er dan wel niet mee rijden zoals The Stig deed, maar ik zou in elk geval een indruk kunnen krijgen. Als je eenmaal binnen bent, zit hij best comfortabel. Het kleine racestuur zit vlak voor je borst en de rest van het interieur is prachtig ontworpen en uitgevoerd. In het dashboard zit geen instrumentenpaneel, alle informatie die je nodig hebt, lees je af van een lcd-scherm dat op het stuur is geplaatst en dat verschillende weergaven heeft die je kunt selecteren met knoppen aan weerszijden.
 
Schakelindicatielampjes zitten van links naar rechts in de rand aan de bovenzijde. Ze lichten op van beide kanten en als de middelste blauwe allemaal branden, is het tijd om op te schakelen met de rechter van de twee flippers die achter het stuur zitten – precies waar je ze verwacht. De bewegingen van de flippers zijn kort, exact en met militaire precisie in het gebruik. Vrijwel perfect.
 
Met Ticehurst naast me ingesnoerd om een oogje in het zeil te houden op mijn gestoethaspel, gaf ik gas nadat ik eerst de brandstof- en contactschakelaars boven de voorruit en vervolgens de rotorvormige startknop midden op het dashboard heb ingedrukt. De compacte motor lijkt ver verwijderd van het interieur en is stationair niet luidruchtiger dan een snelle auto voor de openbare weg, tenminste, als je een helm draagt. Er was niet veel ruimte op schouderhoogte met Ticehurst naast me, maar solo zou je het hier goed vol kunnen houden zolang als nodig is: twee uur, bijvoorbeeld, voor een stint op Le Mans.
‘Mazda verdient een medaille voor de bouw van deze prachtige machine. Het is een geïnspireerd staaltje werk, waarschijnlijk de beste conceptcar die ooit is gebouwd’
 
De koppeling heeft een korte slag maar is niet zwaar. We komen in beweging. De motor wil graag aan het werk, hij houdt niet van manoeuvreren op lage snelheden, hij wil toeren maken. Hm. Hij is goed opgewarmd door Stigs rondjes, alles is klaar om serieus aan de slag te gaan. We zitten in het middengebied in z’n één op een recht stuk droog asfalt. Ik kan net zo goed het gaspedaal eens helemaal intrappen en kijken wat er dan gebeurt.
 
Hij schiet weg. Snel. Zoals je verwacht van een wankelmotor maakt–ie razendsnel toeren. Die kleine lampjes op het stuurwiel knipperen je sneller toe dan je zou verwachten. Tik de rechterflipper aan. Kloing! De volgende versnelling is in milliseconden met een krachtige klap ingeschakeld. Er is geen waarneembare onderbreking van de acceleratie in z’n twee, drie of vier. Je helm wordt tegen de hoofdsteun gedrukt en je realiseert je dat je aan boord bent van iets dat ongehoord snel is. Hij voelt onbehoorlijk snel aan – ondanks de enorme ruimte rond het circuit. Pas als je de Furai in z’n vijf zet, voel je dat de rijwind hem naar het wegdek drukt en het effect van de gigantische achterspoiler die zijn werk doet.
 
We haalden 260 km/u in z’n zes voordat ik er mee ophield. Hij moet 300 km/u kunnen halen. De remmen zijn kolossaal en het terugschakelen gaat zijdezacht als je hard afremt door de motor met kracht te onderbreken. Rem je rustig, dan zorgt die onderbreking er voor dat je nog iets naar voren schiet. We maken aan het eind van het rechte stuk een grote U-bocht met het stuur dat klein is maar een feest in het gebruik. Direct, met slechts één omwenteling van uiterst links naar uiterst rechts, maar het voelt simpel en natuurlijk aan. Enorm de moeite waard. Na een paar rondjes was ik compleet vergeten dat ik in een conceptcar reed. Dit is een goed uitgebalanceerde raceauto met een uitzonderlijk lichte en krachtige en alerte motor. Hij draait niet zoveel toeren als je misschien zou denken met zijn piek bij 8.800 toeren per minuut, maar dat klinkt alsof hij wel 15.000 toeren maakt. Het maximale koppel is 377 Nm bij genoemde 8.800 tpm. Hij is volkomen soepel en exact, het soort racer dat eerder accuratesse en finesse beloont dan brute kracht.
 
Het is tijd om eens wat zijwaartse G-krachten op te roepen en dan blijkt de Furai nog indrukwekkender. Hij slingert ons van links naar rechts als ik op het rechte stuk met hoge snelheid slalom. Geen overhellen, enorme grip, onvoorstelbaar bochtgedrag door die gewenste, goddelijke, neerwaartse druk. Het is tijd om terug te keren op aarde: dit is een bovenaardse conceptcar, een ontwerpoefening, een staaltje automobiele kunst, en wij produceren 3G in bochten!
 
Mazda verdient een medaille voor de bouw van deze prachtige machine. Het is een geïnspireerd staaltje werk, waarschijnlijk de beste conceptcar die ooit is gebouwd, en zeker de meest in het oog springende. Hij werd gebouwd om Mazda’s race-imago te verbeteren, vooral in de VS – waar door particulieren meer met Mazda’s wordt geracet dan met enig ander automerk. Maar het spijt me, het is net niet genoeg. De allerlaatste stap moet worden gezet en ik zal niet rusten voordat dat het geval is. Deze auto moet racen. Op Le Mans. Ik wil een koppel Furai’s zien. Neus aan bumper, met priemende koplampen, vuurrode remschijven bij het binnenrijden van Indianapolis, wervelingen in de rijwind, strijdend met mindere auto’s, de pits inrollend voor rijderwissels en brandstof tanken. Dat is wat ik wil. Het kan me niet schelen of ze winnen of verliezen. Ik wil er gewoon naar kijken.
 
Mazda’s hoogste financiële baas in de VS is een kerel die David E. Friedman heet. Dave, dit is een persoonlijk en rechtstreeks verzoek aan je van Top Gear, een hartenkreet. Boek een paar miljoen af. Breng de Furai furieus op het circuit. Alsjeblieft. Einde bericht.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken