McLaren X-1

McLarens X-1 werkt nogal polariserend, zeker na de recent onthulde P1 en 12C Spider gezien te hebben. Wat een idioot geval. Dus tijd om het ontwerp de oren te wassen.

Iemand zei tijdens het Pebble Beach Concours d’Elegance volkomen terecht dat een goed geplaatste bom in één klap voor een miljard dollar metaal zou kunnen verwoesten. Dat zou weliswaar een enorme tragedie zijn geweest, maar het had ons ook behoed voor het aanschouwen van de McLaren X-1. Dat – en daar waren de meningen niet over verdeeld – zou wel wat collateral damage waard zijn geweest.

Ik was niet op The Quail – een kleiner, exclusiever evenement dan Pebble Beach en ingericht om grote racewagens uit heden, verleden en toekomst te eren – toen de McLaren X-1 werd onthuld. Maar dat was ook niet echt nodig. Veel mensen die ik ken, waren er wel en ze hadden allemaal hun iPhone bij zich. ‘Wtf????’ was de eerste tekst die ik ontving (van de eigenaar van een MP4-12C); ‘Neeeeeeeee!’ was de volgende. ‘Zeg me dat het een grap is’, stuurde een derde.

Ik kwam al snel tot de ontdekking dat de retro-futuristische X-1 echter dan echt was, toen ik later aankwam bij The Quail en een gesprek had met de mensen van McLaren. ‘Echt zeven miljoen dollar’, zei een commentator. Wat zich toen ontspon, was een enorme discussie over de vraag of de X-1 een fraai staaltje travestie was, of een ultiem toonbeeld van wat de Special Operations-afdeling van McLaren allemaal vermag. Of is het beide en nog veel meer?

Ondanks het feit dat ik in Californië woon, en we hier worden geacht om meer open te staan voor nieuwe ideeën, ben ik bang dat de X-1 een nare verrassing was. We gaan zo meteen verder in op de redenen waarom.

In simpele taal is de X-1 eigenlijk gewoon een MP4-12C met een jurk. Een prachtige, extravagante jurk. De X-1 heeft nog steeds het koolstofvezel chassis en de onderhuidse techniek en de 620 pk sterke V8-twinturbo van McLarens 458-rivaal, maar verbergt dat onder het meest buitengewone bodywork dat ooit op een straatlegale auto heeft gezeten sinds Ettore Bugatti zijn laatste adem uitblies.

De wielophanging van de 12C is subtiel gewijzigd om te kunnen omgaan met de unieke luchtweerstanduitdagingen – en vanwege het feit dat de auto nooit op het circuit te zien zal zijn – maar verder is het vooral een esthetische vingeroefening, geen technische.


En wat voor esthetische vingeroefening. Volgens Paul MacKenzie begon het proces drie jaar geleden, toen een niet nader te noemen – maar ongetwijfeld tamelijk rijke – klant van McLaren begon te praten met Ron Dennis over een one-off in samenwerking met hun Special Operations Team, daar in dat Engelse plaatsje Woking. De ontwerpfase duurde achttien maanden en daarbij werd geen enkel plaatdeel ongemoeid gelaten. Het interieur werd ongewijzigd overgenomen van de MP4-12C, ook al is het uitgevoerd in rood leer, nikkel en geweven titanium – maar aan de buitenkant is alles nieuw ontwikkeld, afgezien van het glaswerk. Proportioneel lijkt de X-1 niet eens op een 12C. Hij is dan ook 11 centimeter langer en 19 centimeter breder. Oh: en hij is compleet straatlegaal.

Hij kon natuurlijk ook niet deels straatlegaal zijn. Hoewel, misschien is de voorzijde het wel en de achterzijde niet. De twee helften zien eruit alsof ze zijn ontwikkeld door twee mensen die elkaar nog nooit hebben ontmoet en die zelfs in verschillende eeuwen hebben geleefd. Het is het automotieve equivalent van de centaur, je weet wel: zo’n half mens, half paard uit de Griekse mythologie. Maar wel een heel lelijke centaur.

'De X-1 ziet eruit alsof een 12C zich met hoge snelheid achterin een Delahaye heeft geboord'

Het is geen klassiek elegante auto. Zelfs MacKenzie omschrijft het design van de X-1 als polariserend. Maar het is briljant en extravagant. Om te begrijpen waar de auto vandaan komt, moeten we een snelle blik werpen op het moodboard waaruit het ontwerp is voortgekomen. De mensen vielen flauw bij The Quail toen ze de X-1 zagen. Wat voor vreemde en eclectische lijst ligt ten grondslag aan het design?

Het is vreemder dan je ooit zult vermoeden. Sta me toe te citeren uit McLarens onbedoeld grappige verklaring voor het uiterlijk van de auto: ‘Auto’s die als inspiratie dienden, waren een 1961 Facel Vega, een 1953 Chrysler D’Elegance Ghia, en een Citroën SM uit 1971. Er waren verschillende voorbeelden uit de architectuur bovendien – inclusief de Guggenheim Museums – plus een Jaeger-LeCoultre Art Deco-horloge, een Airstream-caravan, een vleugel en een aubergine.’

‘De klant vond de glanzende textuur zo mooi’, zegt McLarens design-baas Frank Stephenson. Er zat ook een zwart-witfoto bij van Audrey Hepburn.

Het klinkt alsof ze het script hebben gegeten van Poirot bezoekt New York, en dat de X-1 is wat er aan de onderkant uitkwam. Het kon er niet anders uitzien dan een exotische frontale botsing wanneer alles tussen Breakfast at Tiffany’s en een aubergine in z’n dna zit. Waar is de puurheid van het design, waar is het rechte lijn-denken, waar is het McLaren-gedeelte in deze auto?


Denk je eens in: Ron, zittend achter zijn glimmende bureau, verward starend naar een piano, een roestige oude Franse coupé en een groot stuk paarse groente. Dat beeld moet toch tot vreugde stemmen? Maar voor wie is de auto in hemelsnaam bedoeld? Ik denk echt dat McLaren zich moet concentreren op steeds betere, slanke supersportwagens en niet op rijdende absurditeiten met dikke heupen zoals dit hier.

Maar toch: ik vind z’n absurditeit prachtig. Ik ben hier niet bewust tegendraads aan het doen, maar het feit dat de X-1 anders durft te zijn, moet gevierd worden. Het ontwerp van supersportwagens begint aardig op een esthetische consensus te lijken – kijk bijvoorbeeld eens naar de overeenkomsten tussen de Ferrari 458 en MP4-12C. Het gaat hier ongetwijfeld om het benaderen van de meest aerodynamische oplossing, maar het zorgt er wel voor dat de diversiteit totaal verloren gaat.

Moderne auto’s worden gevormd door ontwerpers en aerodynamicaspecialisten. Designers mogen in de marge nog een paar lijntjes veranderen. Goed of slecht, wat de X-1 doet, is je doen terugdenken aan de dagen van de coachbuilders. Waar je je ladderchassis had en wat daar bovenop kwam, werd overgelaten aan de man met de potloden. Of je het eindresultaat nou mooi vindt of niet, het is toch mooi om te zien dat de ontwerpers een, zoals ze dat op Pebble Beach plegen te zeggen, mooie bonk real estate in handen kregen om mee te werken?

Ik vind moedige ontwerpen prachtig, ze stellen je mening over auto’s of supersportwagens bij. Maar de X-1 is niet moedig, hij is absurd. Het ziet eruit alsof een 12C zich met hoge snelheid achterin een Delahaye heeft geboord, beide futuristisch en beide gedateerd. Aan de andere kant, er is nooit een andere uitleg bij gegeven dan dat deze auto het gevolg was van de grillige geest van één man.

Zelfs wanneer je geen fan bent, kun je het McLaren kwalijk nemen dat ze deze auto hebben gebouwd? De speciale afdeling van McLaren heeft duidelijk gemaakt dat dit de visie was van een man – een zeer rijke, wellicht enigszins getroebleerde geest – maar niet die van de eigen ontwerpafdeling. Als een miljardair een zalmroze villa met Korinthische zuilen zou laten neerzetten, midden in een lieflijk landschap, zouden we het recht hebben om ons beledigd te voelen, maar we zouden daarvoor de voetbalmiljonair veroordelen die de opdracht voor de bouw gaf, en niet de mannen die het huis bouwden, toch?

Maar er zijn stedenbouwkundigen en andere figuren die de bouw van zo’n Frankensteinwoning kunnen tegenhouden en dat waarschijnlijk ook zouden doen. Er bestaat geen smaakpolitie voor auto’s, behalve wij dan. De X-1 gaat te veel aan de haal met het dna van de bestaande McLarens. We weten allemaal dat Ferrari het niet zo nauw neemt met de eigen eisen aan design als het gaat om het vervullen van individuele wensen, maar alles wat door die speciale projectgroep wordt gemaakt, versterkt de bestaande ontwerptaal en maakt het merk meer begeerlijk. Kijk maar naar de P4/5 Glickenhaus-auto, kijk naar Eric Claptons SP12 – beiden prachtige auto’s waar Ferrari veel geld aan heeft verdiend, maar ook auto’s die het merk nog een tikje cooler hebben gemaakt. Het gaat erom dat je weet hoe ver je kunt gaan. De X-1 is geen McLaren. Ook al zit er een McLaren-badge op. Ik vraag me trouwens af tegen welk design ze wel nee hadden gezegd.


En ik heb exact diezelfde vraag gesteld aan MacKenzie, en zijn antwoord was dat er waarschijnlijk wel een punt zou zijn waarop ze nee zouden zeggen, maar dat dit punt nog niet bereikt was. Dat betekent, denk ik, dat we nog wel een paar extravagante creaties kunnen verwachten van McLaren. Die hebben echter – in tegenstelling tot Ferrari – niet 60 jaar straatauto-dna om mee te werken. Het merk heeft ooit maar vijf modellen gecreëerd – de F1, de SLR, de MP4-12C, de P1 en de MP4-12C Spider. Door zoiets extravagants te produceren als de X-1, hebben ze een enorm speelveld gemaakt tussen de X-1 en de strakke MP4-12C.

Of dat goed is? McLaren heeft misschien slechts drie straatauto’s gemaakt om inspiratie uit te halen, maar het kan putten uit decennia van F1- en Can-Am-racerij die het design van de straatauto’s kunnen en zouden moeten beïnvloeden. Die buitengewoon snelle en sterke racewagens hebben McLaren cool gemaakt en zijn de enige reden waarom je Ferrari-bedragen betaalt om er een te kunnen bezitten. Niet deze belachelijke groente op wielen.

'Een tienjarig jongetje zou juichen vanwege de bijzonderheid en het overweldigende van het geheel. En dat is de lol van de X-1'

McLaren wordt overduidelijk niet geleid door mensen zonder hersenen, dus we moeten aannemen dat dit een bewuste poging was om het imago op te schudden en zich specifiek te focussen op dat ene procent kopers met dit soort buitenissige smaken. Goed nieuws als je tientallen miljoenen bezit, een grote verbeeldingskracht en weinig smaak.

Voor een bedrijf dat bekend staat om zijn nogal weinig flamboyante filosofie is dit een behoorlijke stap, maar tevens is deze auto een visitekaartje. Immers; iedere miljardair die in zijn hoofd een droom-McLaren had geschapen – wellicht met op het moodboard een schaal potpourri, Joan Rivers, een AMC Pacer en een hermelijn – en die tot nu toe dacht: Nee, dat zou Ron nooit accepteren, weet nu dat ze gewoon hun plannen kunnen ontvouwen.

Maar het schaadt het imago van McLaren. Alles wat het merk doet, zou de mensen een beter gevoel moeten geven, meer bij het merk betrekken en ze niet vervreemden en het gevoel geven dat ze deel uitmaken van iets stoms. Ik heb geen idee hoe veel winst McLaren heeft gemaakt met dit X-1-debacle, maar ik ben bang dat ze dit bedrag in meervoud kwijt zijn geraakt aan toekomstige handel. Ik ken mensen met grote autocollecties die zeggen dat ze hun 12C-order hebben geannuleerd omdat ze zich schamen voor de X-1.


 

Maar maak jezelf eens los van de wereld van merken en heritage en bekijk de auto eens vanuit de ogen van een tienjarig jongetje. Wanneer je over de A2 rijdt tussen de Vectra’s en de Prii en plotseling wordt ingehaald door de X-1 voel je geen enkele walging. Dan kijk je niet met een rationeel esthetisch oog, jezelf afvragend of de achterzijde niet wat zwaar is aangezet, of dat het ontwerp nou wel of niet oogt als een coherent geheel. Of simpelweg debiel. Je zou juichen vanwege de bijzonderheid en het overweldigende van het geheel. En dat is de lol van de X-1. Het is een cliché dat een supercar iets is dat je als schooljongen achterin je agenda hebt getekend, maar de X-1 is precies dat; een fantastische schets, gecreëerd zonder daarbij na te denken of het in de praktijk wel zou werken qua design.

Iets wat, en laten we daar duidelijk over zijn, overduidelijk niet zo is. Ik zou er misschien niet zo hard over oordelen als het geen McLaren was, maar dat is het nou eenmaal wel en dus zal ik me erover blijven verbazen en van slag blijven. Samen met willekeurig welke andere autofanaat met het hart op de goede plaats.

Ik ben geïntrigeerd door het idee dat het bestaan van de X-1 een soort belediging is voor autoliefhebbers over de hele wereld. Ik kan – als iemand die gevoelig is voor esthetisch gezien mooie auto-ontwerpen – snappen dat de hele wereld verontwaardigd is wanneer Ford de nieuwe Fiesta het uiterlijk geeft van een enorme set genitaliën, maar bij de X-1 word je pas getroffen door de lelijkheid van het ontwerp wanneer je liefhebber bent van auto’s. Dus vanwaar die provocatie?

Omdat het een McLaren is. Het autobedrijf is bijna gloednieuw en we zijn nog maar net gewend aan het feit dat ze slimme, supergefocuste supersportwagens bouwen. Het merk zou eigenlijk eerst nog een rijtje goede auto’s moeten ontwikkelen voordat ze ons hiermee om de oren slaan. Het leidt alleen maar af. En ik had het misschien allemaal nog een stuk minder erg gevonden als ze er niet zo over zouden opscheppen. Het zou allemaal anders zijn geweest wanneer ze het project onder de radar hadden gehouden en ze er een soort geheim project van zouden maken. Zoals de speciale Bentley Estates voor de Sultan van Brunei. Veel cooler, veel meer gereserveerd en veel smaakvoller.

McLaren wil er ook meteen maximaal mee scoren. Ze onthullen de X-1 met veel ceremonieel vertoon op Pebble Beach, om vervolgens, wanneer een deel – oké, het merendeel – van de media begint te sputteren, snel de individuele opdrachtgever de schuld te geven van het ontwerp. Toch zijn de kansen dat je ooit een X-1 tegenkomt in het wild groter dan je denkt. McLaren zegt dat het van plan is nog een half dozijn te bouwen van de X-1 wanneer de vraag er is, en als de eigenaar er toestemming voor geeft. Er zitten nog meer extravagante creaties in de pijplijn van de afdeling Special Operations. MacKenzie bevestigde dat er andere aanvragen in behandeling zijn genomen en dat McLaren van plan is om eigenlijk permanent bezig te zijn met de ontwikkeling van een X-1-achtige auto.

We hebben eigenlijk alleen al de conceptie van de X-1 gerechtvaardigd doordat we een handvol webruimte besteden aan het denken over dit model. We willen McLaren echter zeker niet aanmoedigen om ons nog eens zo te laten schrikken.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken