Autotest: Mercedes C320 CDI Estate

De nieuwe C-klasse Estate zit zo propvol met doordachte technieken, dat het maar moeilijk te bedenken is wat er aan deze auto verbeterd zou kunnen worden.
 
Ooit heette de stationwagonversie van een Mercedes-Benz een Tourist. Je ziet het voor je: koffers achterin en lekker op weg naar het zonnige zuiden. Een paar generaties later werden de pakezels met slechts nog de letter T aangegeven, achter de typeaanduiding. Zo had je dus de 300TD. Met de komst van de indeling in C-klasse, E-klasse enzovoort maakt Das Haus gebruik van de term Combi. Niet echt een romantische kreet, toegegeven: maar wil jij in een Mercedes-Benz ET rijden?
 
Voor de nieuwste generatie C-klasse heeft Mercedes een typisch Engelse kreet geadopteerd: Estate. Het is even wennen, maar het klinkt wel chique. Bij een estate denk ik aan een fraai glooiend perceel ergens in midden-Engeland met erop een kapitale villa van een excentrieke baron die nog steeds aan vossendrijfjacht doet.
 
Gek genoeg is de nieuwe C-klasse uiterlijk meer ‘combi’ dan ooit. Kijk maar eens naar de D-stijl. Die staat wel erg rechtop, dus de laadruimte is niet alleen maar geschikt om een paar hysterische Jack Russels in onder te brengen, ook een flink plasmascherm past met doos en al achterin. De cijfers bevestigen dat ruimtelijke idee. Met de bank recht heeft de nieuwe een tien procent grotere laadruim dan het model dat hij aflost. De inhoud is nu 1.500 liter. Daarmee verslaat hij de BMW 3-serie (1.385 liter) en de Audi A4 (1.355 liter). De Golf Variant met een bak van 1.550 liter moet hij voor laten gaan, maar die wordt alleen gebruikt door Wegenwachters en vertegenwoordigers in koffieapparaten. De Honda Accord Tourer vermorzelt ‘m met zijn 1.707 liter, maar hé, wie denkt er aan om een Honda te kopen als je Das Haus kunt betalen?
 
Aan de binnenkant zie je een hoop slimme spulletjes en het mooiste is dat je voor veel daarvan niet eens extra hoeft te betalen. Neem nu de ruimte onder de eigenlijke laadvloer. Daar bevindt zich een inklapbaar boodschappenkrat. Verder zitten er diverse bagagenetten en allerhande haakjes. Had ik de eenvoudig omklapbare achterbank al genoemd? Eén druk op de knop volstaat, zelfs de zitting gaat automatisch mee.
 
Toch is, zoals bij veel Duitse auto’s, een blik op de optielijst geen overbodige luxe. Voor een paar honderd euro kun je het Easy-pack systeem aanschaffen. Een metalen stang die je monteert aan verplaatsbare ankerpunten en een soort van veiligheidsgordel voor bagage kosten samen 344 euro. Maar dan zijn rondvliegende tassen en kratten verleden tijd. Het is een prachtig systeem en eigenlijk zou elke stationwagon dit moeten hebben. De elektrisch te openen en sluiten achterklep, een primeur voor deze klasse, kost 575 euro.
 
Met de C-klasse Estate kun je een flinke kar trekken. Zijn maximale aanhangergewicht is 1.800 kg. Nu had ik nog nooit met een caravan gereden, dus een rit met een C320 CDI in combinatie met een flinke sleurhut leek me een prima vuurdoop. Daarin maakte ik kennis met het aanhangwagenstabilisatie systeem, een aanvulling op het esp waarmee een slingerende aanhangwagen tot het verleden moet behoren. Hup, met 100 km/u het stuur bruusk om en de elektronica zorgt ervoor dat de combinatie weer prima in het spoor komt. Het spreekt voor zich dat de C-klasse Estate geen enkele moeite had met de last aan de kogel.
 
De auto ziet er goed uit, is degelijk gebouwd, staat bol van de veiligheidssystemen en is duur. Met de komst van de C-klasse Estate kan de concurrentie wel eh, inpakken.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken