Mercedes E 220d

Als je iets zestien miljoen keer verkoopt, kun je rustig zeggen dat je het goed hebt gedaan. Zeker als dat ‘iets’ een niet al te goedkope auto is. Inmiddels is de Mercedes E-klasse toe aan z’n tiende generatie – maar of het ook de beste is?

Mercedes E 220d
Mercedes E 220d

Het klinkt zo eenvoudig. Gewoon twee seconden de richtingaanwijzer indrukken en de nieuwe E-klasse ‘kijkt’ met z’n radar en camera’s om zich heen of de kust veilig is en schuift, geheel uit zichzelf, een rijstrook op. Alleen is het dan wel zo prettig als de auto dat een tikje vlot uitvoert, in plaats van er een halve minuut over te doen. En dat ie meteen netjes z’n baan houdt, in plaats van wat zwabberig op zoek te gaan naar het midden, daarbij niet zelden even de linker- en rechterstreep meepakkend. Degenen die naast je rijden hebben dan namelijk (niet geheel ten onrechte) de neiging zich een ongeluk te schrikken en je op een even stevige als begrijpelijke middelvinger te trakteren. Ook is het wel zo prettig als de E gewoon één rijstrook opschuift in plaats van twee, zoals hij ook een keer deed.

Het klinkt zo eenvoudig. De E-klasse herkent verkeersborden en past (in z’n volautomatische modus, te activeren door het cruisecontrol-pookje twee keer naar je toe te trekken) z’n snelheid geheel zelfstandig aan. Alleen is het dan wel zo prettig als ie een bord met ‘60’, bedoeld voor mensen die net de aanpalende afslag hebben genomen, niet in de overwegingen meeneemt. Dat doet ie nu wel en laat, midden op de snelweg, de snelheid terugzakken tot 60 km/u.

Het klinkt zo eenvoudig. In een file schakel je gewoon over op automatisch rijden, waarna je wat leuks voor jezelf kunt gaan doen – de E rijdt, remt en stuurt automatisch achter z’n voorligger aan. Alleen is het dan wel zo prettig als ie geen enorme gaten laat vallen, waar anderen dankbaar gebruik van maken, wat bij de E weer tot onrustige remingrepen leidt.

Eerdere ervaringen met een S-klasse waren juist bijzonder indrukwekkend, maar de nieuwe E-klasse zet alle verwachtingen met betrekking tot autonoom rijden weer keurig met beide beentjes op de grond. Dit, beste Duitse vrienden, is ver onder de maat, op het levensgevaarlijke af. Geef dit systeem aan wat goedgeloviger types die twee keer aan de hendel trekken en vervolgens écht de krant gaan zitten lezen en er gebeuren binnen no-time serieuze ongelukken. We zouden nog verder willen gaan en Mercedes willen oproepen dit voorlopig níet in productie te nemen. Das Beste oder nichts, toch? Nou, als dit das Beste is, dan liever nichts.

Is die E-klassse dan helemaal niks?

Het zou te simpel zijn om de E-klasse af te schrijven vanwege dit soort zaken. Onterecht ook, want alles wat met zelf autorijden te maken heeft (en daar hebben we bij TopGear toch nog iets meer mee) staat bij de nieuwe E op een eindeloos hoog niveau. Dat begint al bij het uiterlijk: het is een plaatje van een auto, die hooguit als probleem heeft dat de C- en S-klasse er zo goed als hetzelfde uitzien. Er zijn heus wel wat verschillen (de C- noch de S-klasse heeft die lijn die recht over de portiergrepen loopt, de achterlichten zijn anders, et cetera), maar we kunnen niemand die Mercedes van ‘knippen en plakken’-design beschuldigt werkelijk ongelijk geven.

‘De autonome opties, beste Duitse vrienden, zijn ver onder de maat, op het levensgevaarlijke af’

Wat niet wegneemt dat de nieuwe E-klasse, op zichzelf beschouwd, een erg mooie auto is. Het front is al naar gelang de uitvoering stoer (met ster in de grille) of elegant (ster op de grille). De forse luchtopeningen in de voorbumper zijn overigens hartstikke nep, want zo dicht als maar kan. Voornoemde lijn en het vloeiend aflopende dak maken ‘m en profil, net als bij de S-klasse het geval was, slanker dan menig E voor ‘m. De achterkant lijkt misschien nog het meest op die van de C en S; zeker van een afstandje zal je het van de drie horizontale witte streepjes in de achterlichten moeten hebben om ‘m te herkennen.

Min of meer hetzelfde gaat op voor het interieur. Zonder de C en S zouden we tegen het plafond zijn gesprongen van de pracht en praal, nu komt het allemaal mild bekend voor. Al moet gezegd dat dit interieur misschien nog wel mooier is dan dat van de S-klasse. Diens twee schermen heeft de E-klasse ook, maar ze zijn nu meer samengevoegd, waardoor je echt tegen een wall of information aan zit te kijken (kost wel weer extra natuurlijk, de gewoonste E’s doen het met alleen het scherm in het midden en hebben dan klassieke analoge klokken). Welke informatie je ziet, kun je in hoge mate zelf bepalen, net als de manier waarop die info gepresenteerd wordt. De meters kunnen er ‘gewoon’ uit zien, maar je kunt ook kiezen voor een wat flitsendere, sportievere weergave – net waar je zin in hebt.

Genoeg opties dus?

De bediening van al die mogelijkheden kan op een scala aan manieren gebeuren. Via de ronde druk-draaiknop in de middentunnel, via het touchpad dat daarboven zit, met je stem, met je telefoon of (deels) ook via iets nieuws: kleine touchpadjes op het stuur die je met je duim, à la smartphone, kunt bedienen. Werkt als een zonnetje. We kunnen ons voorstellen dat de wat oudere E-klasserijder die net uit een W124 komt stappen, zich een ongeluk zal schrikken van alle mogelijkheden, maar mocht hij het overleven, dan zal hij merken dat het allemaal vrij snel went. Echt.

Er zijn meer dingen die dit interieur bijzonder en vooral bijzonder aangenaam maken. De enorme hoeveelheid keuzemogelijkheden qua leerkleuren en hout-, aluminium- of pianolakpaneeltjes bijvoorbeeld. De meeste zijn oogverblindend fraai, maar ook mensen zonder smaak zullen niet de minste moeite hebben iets samen te stellen dat ze bevalt. Nou ja – niet de minste moeite: de mogelijkheden zijn zo overweldigend in aantal dat je er gerust een middag (of een paar) voor uit kunt trekken.

‘s Nachts rijden wordt opeens ook extra gezellig, als je voor de sfeerverlichtingsoptie hebt gekozen: niet minder dan 64 kleuren staan tot je beschikking om van je E-klasse een lounge, disco of hoerenkast te maken – of alles wat daartussen zit. Erg cool en fantastisch uitgevoerd.

Meer goed nieuws voor degenen die zich weleens per taxi verplaatsen: de wielbasis van de E-klasse is met 65 millimeter toegenomen, zodat de ruimte op de achterbank in één klap van ‘houdt niet over’ tot ‘gaat prima’ is gepromoveerd. De bagageruimte is met 530 liter inhoud 10 liter kleiner, maar nog altijd van het formaat middelgrote grot.

Motorisch is het vooralsnog nog geen echte vetpot: er is één 184 pk sterke viercilinder benzinemotor (E 200), een V6 diesel met 258 pk (E 350d) en onze Mercedes E 220d. Dat zal echter op korte termijn riant worden uitgebreid met een E 300 (245 pk) en E 400 (333 pk) en een voor Nederland zeer interessante E 350e, een plug-in hybride met een systeemvermogen van 286 pk, 550 Nm koppel, een sprint naar 100 km/u in 6,2 seconden en een opgegeven verbruik van 2,1 l/100 km. En dan komen er natuurlijk nog woeste AMG’s, coupés, Estates, cabrio’s, maar dat is allemaal van latere orde. Eén ding hebben ze allemaal gemeen: de 9G-Tronic automatische versnellingsbak.

‘Comfort hoort bij een E-klasse als dronkenschap bij een kroegentocht’

Wij beperken ons tot de splinternieuwe Mercedes E 220d, die met z’n 21 procent bijtelling vast en zeker goede zaken gaat doen. De 1.950 cc grote viercilinder is vanaf de grond nieuw opgebouwd. Hij is voorzien van een turbo met variabele geometrie, levert 194 pk vermogen en 400 Nm koppel, dat al vanaf 1.600 tpm beschikbaar is. Een naar 100 km/u is met de Mercedes E 220d in 7,3 seconden verleden tijd en de topsnelheid bedraagt 240 km/u – allemaal beslist niet verkeerd voor een instapdieseltje. Dat geldt al evenmin voor het verbruik, dat 3,9 l/100 km zou bedragen en goed is voor een CO2-uitstoot van 102 g/km – derhalve de vriendelijke bijtelling.

Hoe rijdt dat dan, zo een Mercedes E 220d?

Het is een uitstekende motor, in de Mercedes E 220d. Hij maakt weinig herrie – koud hoor je hem nog wel, maar eenmaal op temperatuur heerst er stilte. Hoewel hij geen enkele behoefte lijkt te voelen om op de voorgrond te treden, is hij bijzonder alert – hij reageert vlot op het gaspedaal en de samenwerking met de automaat is voorbeeldig. Er is altijd wel een toerental te vinden waarbij de twee doen wat er van hen gevraagd wordt, en waar een automaat met negen (waar houdt het een keer op?) versnellingen nogal eens de neiging heeft niet meer te weten wat hij moet kiezen en maar aan het schakelen blíjft, is daarvan bij de E-klasse niets te merken.

Het onderstel van de Mercedes E 220d is al evenzeer een meesterstukje. Natuurlijk is het vooral gericht op comfort – niemand kan dat beter dan Mercedes en comfort hoort bij een E als dronkenschap bij een kroegentocht. Toch is met name de demping wel degelijk van plan je te laten weten wat er onder de auto gebeurt; van een vliegend-tapijtgevoel is nou ook weer geen sprake. Het heeft als voordeel dat het de E wat interactiever maakt als je er een keer de sokken in wilt zetten, maar het is de vraag of de Mercedes E 220d nou een auto is die daar nadrukkelijk toe uitnodigt. Mercedes heeft het zelf over ‘sporty comfort’ en slaat daarmee de spijker op de kop, alleen vragen we ons af of een gemiddelde E-rijder op dat ‘sporty’ zit te wachten. Het is geen stuiterbak of zo, maar een ultiem toonbeeld van comfort is ie ook niet – hij doet beide goed zonder in een van de twee uit te blinken. Waarbij aangetekend dat ons testexemplaar van de Mercedes E 220d was voorzien van luchtvering, waarvan we wel vaker hebben gemerkt dat het stugger is dan de conventionele afstemming. Het klinkt misschien supercomfortabel, maar is dat vaak juist niet – iets om in de overwegingen mee te nemen, zeker omdat er ook nog een gewoon onderstel, een met 15 millimeter verlaagd onderstel en adaptief onderstel verkrijgbaar is. Een definitief oordeel volgt als we de gewone versie hebben gereden.

Concluderend: de vernieuwde E-klasse is een bijzonder geslaagde nieuwkomer. Z’n prachtige interieur, geweldige nieuwe motor en rijgedrag zijn de pluspunten, (stevige) kanttekeningen zijn er alleen bij de autonome opties, die toch alleen maar extra geld kosten. Doe er je voordeel mee.

15
20
Specificaties

Motor
1.950 cc
viercilinder turbo
194 pk @ 3.800 tpm
400 Nm @ 1.600 tpm

Aandrijving
achterwielen
9v automaat

Prestaties
0-100 km/u in 7,3 s
top 240 km/u

Verbruik (gemiddeld)
3,9 l/100 km
102 g/km CO2
B-label

Afmetingen
4.923 x 1.852 x 1.468 mm (l x b x h)
2.939 mm (wielbasis)
1.580 kg
50 l (diesel)
530 l (bagage)

Prijzen
NL € 53.995 (21%)
BE € 50.651

Het vonnis
Qua autonoom rijden kan Mercedes terug naar de schoolbanken, bestel die opties vooral niet. Maar niemand hoeft ze te leren hoe je de beste hoge-middenklasser ter wereld bouwt.

Reacties

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken