Autotest: Mini One E

De volledig elektrische auto is geen science fiction meer. Mini laat met de Mini E zien dat de toekomst dichtbij is.
 
Laten we het er niet over hebben dat de actieradius van 240 kilometer de Mini Electric nutteloos maakt. Voor veel van ons is dat inderdaad het geval, maar er zijn genoeg Mini-rijders die niet elke dag kilometers vreten. Ze kunnen deze Mini op batterijen gebruiken voor woon-werkverkeer, voor korte ritten om boodschappen te doen of om de kinderen uit school te halen. Je moet dan of op dieet zijn of maar één koter hoeven ophalen, want de achterbank is al bezet. Sterker nog: die is er niet. Daar staat namelijk een accupakket. Ach, MX-5 eigenaren hoor je ook niet klagen over het gemis van een achterbank.
 
Er is nog een punt van discussie waarmee we worstelen. De kosten. Dan hebben we het niet over de aanschafprijs, want kopen kun je ‘m niet. BMW geeft je de gelegenheid er een te leasen en dan alleen als je in Californië of ergens in of rond New York City woont. Bovendien moet je flink betalen: 610 euro per maand. Daar koop je een rijtjeshuis van, met een benzine-Mini er gratis bij. Oké, het opladen van de batterijen is goedkoper dan je portemonnee legen bij de benzinepomp, maar toch.
 
Onderhuids wijkt de Mini E op twee punten af ten opzichte van de standaard versie. Voorin ligt geen verbrandingsmotor, maar een bult elektronica en een 204-pk sterke elektromotor. In plaats van de achterbank is een pakket lithium-ion accu’s geplaatst. Met een speciale oplaadunit met een hoog vermogen kost het drie uur om ze op te laden, maar met een huis-tuin-en-keuken stopcontact duurt het een hele nacht.
 
Je drukt op de startknop: het dashboard licht op en de airconditioning begint te blazen. Verder: stilte. Er is geen koppeling, de motor zit direct op de aandrijving. Druk het ‘stroompedaal’ in en daar ga je. Een kind kan de was doen. De acceleratie van 0-100 km/u kost acht seconden en getuige de vele ingrepen van de tractiecontrole is het koppel al vanaf lage snelheid met handenvol aanwezig.
 
De top is ‘slechts’ 152 km/u, maar de tussenacceleraties gaan snel, ook omdat je niet hoeft te schakelen. De prestaties zijn zelfs zodanig dat je de aandrijfkrachten duidelijk in het stuur voelt. Het blijft akelig stil. Alleen het geluid van de wind en banden verraadt dat je rijdt.
 
Laat je het pedaal los, dan verliest de auto vlug snelheid. Je hoeft zelden te remmen. Dit is toe te schrijven aan de regeneratiewerking van de motor. In dat geval verandert hij van een aandrijfbron in een dynamo waarmee de accu’s (beperkt) worden opgeladen. Beter dan die energie te verkwisten aan warmte.
 
De besturing is scherp, de wegligging altijd stabiel. De ophanging is namelijk verstevigd om het hogere gewicht aan te kunnen. Natuurlijk maskeert de vering de extra massa niet. Deze Mini voelt niet zo scherp of direct aan als de modellen met verbrandingsmotor, maar hij zit er niet ver vandaan.
 
Het is dus een leuke auto om in te rijden. Door zijn prijs is-ie echter vooral weggelegd voor idealisten met centen. Mocht de Mini E betrouwbaar en levensvatbaar blijken in de VS, dan kun je verwachten dat hij ook hier naartoe komt. Met hogere productieaantallen kunnen de kosten dalen en daarmee de aanschafprijs. Spannend.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
Magazines