Autotest: Mitsubishi i EV

De i EV van Mitsubishi is een echte plug&play-stadsauto. Na een paar uur in het stopcontact maak je geruisloos plezierige stadskilometers.
 
Herinner je je de i? Dat was dat malle maar o zo leuke autootje waar we een nummer geleden ook mee reden, in Japan. De rechtsgestuurde mini-Mitsu is officieel alleen leverbaar in Japan, maar bij onze Britse buren zijn er al een paar aan land gezet. Er is ook een elektrische variant. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik maar weinig met elektrische auto’s opheb. Het doet me ook denken aan de SRV-bus waarvan het CDA zo graag wil dat die weer terugkomt. Liever zie ik dat een auto in staat is mij over elke ondergrond, afgezien van wat tankbeurten, non-stop te brengen waar ik wil.
 
Zoals zo vaak sta ik alleen in mijn opvatting. Veel mensen hebben een tweede auto voor de deur die ze alleen maar gebruiken om in of net buiten de stad hun ritjes te maken, bijvoorbeeld om de kinderen naar school te brengen, naar het werk te gaan of om boodschappen te doen. Om niet ellenlang in de file te staan voor het centrum zouden er speciale rijstroken voor elektrische auto’s moeten komen en gratis parkeerplekken.
 
Ik zou de i EV nemen. Hij kan vier mensen verkroppen, dus de buurtkinderen kunnen ook meerijden naar school. Probeer dat maar eens in een elektrische Smart. Bovendien zit hij goed in elkaar en is erg botsveilig.
 
Wie zich onze eerdere Drive voor de geest haalt, weet dat we tamelijk lyrisch berichtten over de stadshummel, zeker omdat vrijwel zijn gehele oppervlakte wordt ingenomen door ruimte voor de inzittenden. Je wriemelt het autootje dus in het krapste parkeerplekje, terwijl de passagiers riant zitten.
 
De motor zit achterin en vooral daardoor is de i prima geschikt voor de elektro-ombouw. De motor en alle benodigde elektronica zitten nog steeds achterin, de achterwielen worden rechtstreeks aangedreven, een versnellingsbak is niet noodzakelijk. Platte, waterdichte lithium-ion accu’s, dezelfde die je ook in een laptop vindt, hangen onder een groot deel van de bodem. Binnen is niets gewijzigd; de passagiersruimte is niet aangetast. Ook aan de buitenkant valt er niets te zien.
 
Elke halvegare kan rijden met de i, daarvoor heb je geen instructie nodig. Je moet er alleen aan denken dat je ‘m oplaadt, de oplaadtijd is zes uur. Stroom trekt hij uit een gewoon stopcontact. Om weg te rijden draai je de contactsleutel om, wacht tot het ‘ready’ lampje gaat branden (dat duurt ongeveer twee seconden) en vooruit met de geit.
 
Zet de pook in D, laat de rem los en druk het gaspedaal in. Hoewel gaspedaal, dit is meer zo’n voetbediening van je moeders naaimachine. Hij gaat er gelijk met een flinke vaart vandoor. Gek genoeg hoor je helemaal niets en dat blijft zo totdat de top van 125 km/u bereikt is. Dat gaat allemaal in één versnelling. Hij rijdt bovendien stabieler en comfortabeler dan de benzineversie. De 150 kilo batterijen onder de auto zorgen voor een lekker laag zwaartepunt, de acceleratie is voldoende voor stadsgebruik. Hij gaat bijna gelijk op met de i met verbrandingsmotor. Omdat er niet hoeft te worden geschakeld verloopt alles heel soepel en gladjes. Nadeel van de stilte is dat je moet toeteren als niets vermoedende voetgangers oversteken omdat ze je niet horen aankomen.
 
Op dit moment is de i EV nog een prototype en in principe alleen beschikbaar voor Japanse bedrijfswagenparken. Maar in Engeland zijn er plannen om de auto naar Europa te halen. In Nederland denkt men er ook over na.
 
De i EV mag dan een heel kleine markt bedienen, dat is er wel een die belangrijk genoeg is om niet te vergeten. Veel mensen die een goedkoop op te laden auto zoeken die bovendien bijdraagt aan kortere files en het terugdringen van parkeerproblemen zullen ‘m in de armen sluiten.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken