Autotest: Mitsubishi i

Mitsubishi gaat het de gevestigde orde stadsauto’s lastig maken. Voorlopig rijdt hij alleen nog maar in Engeland, maar de i zou ook prima passen in propvolle steden als Amsterdam of Rome.
 
Er zijn nog maar weinig auto’s volstrekt uniek. Motoren en onderstellen worden tussen merken uitgewisseld alsof het Pókemon-plaatjes zijn. Het resultaat is een stoet van min of meer gelijke auto’s die slechts in detail technisch en soms zelf uiterlijk van elkaar verschillen. Denk maar eens aan de Golf, Touran, Jetta, A3, Leon, Octavia en je weet precies wat we bedoelen. Vandaar dat het voor een autojournalist een heel bijzondere ervaring is wanneer een fabrikant met iets unieks op de proppen komt.
 
In Japan kijken ze niet meer op van de i. Sterker nog, de club van autojournalisten in het land van de rijzende zon dichtte hem de titel Auto van het Jaar 2007 toe. In Europa is het nog een onbekende hummel. Zelfs de meest verstokte liefhebber moet twee keer kijken voor hij weet wat dit voor auto is. Tel zijn onorthodoxe uiterlijk daarbij op en zie: een auto die veel omstanders een verdraaide nek bezorgd. Want omkijken doen ze. In het überhippe Londen waar we ons rondje reden, wist de i alle ogen op zich gericht. Het gekke is dat iedereen gecharmeerd lijkt van het wagentje. Bouwvakkers, modepopjes en pensionado’s, allemaal keken ze met open mond van verbazing naar de Mitsubishi.
 
In Japan is de i een zogenoemde K-auto. In die klasse zitten alle auto’s die door hun beperkte afmetingen en bescheiden vermogen meehelpen het enorme fileprobleem in de Japanse steden terug te dringen. Bovendien sluit hij naadloos aan bij de voorliefde die Japanners hebben voor pietepeuterige dingen.
 
De K-auto’s zijn niet langer dan 3,40 m en 1,48 m breed en de motoren hebben een inhoud die niet groter is dan 660 cc. Het vermogen mag niet meer dan 64 pk bedragen. Tezamen zijn de autootjes uit deze klasse goed voor de helft van de autoverkopen in Japan. In Nederland hadden we ook ooit een iets opgepept voortbrengsel van deze wet, de Daihatsu Move. Al stond voor velen die term K-auto voor iets heel anders.
 
Het zal niet verbazen dat de i vooral opvalt door zijn compactheid. Je vraagt je af hoe er ooit twee volwassenen naast elkaar in kunnen zitten, maar echt, het kan. Bovendien hoef je je niet in het zweet te werken bij het fileparkeren, je prikt ‘m er zo in. Parkeren in krappe straatjes of parkeervakken is geen enkel probleem. Met wat gymnastische escapades kun je voortaan in de smalste plekjes je auto kwijt. Die Japanners kunnen wat.
 
Klein is dus handig, maar is het ook mooi? Het uiterlijk van de i is toch wel het meest opvallende aan de auto. Niet zozeer omdat het wereldschokkend anders is dan wat we gewend zijn, maar omdat dit de lijnvoering van de toekomst is. Gewoon rechttoe-rechtaan lijnen, geen product van egotrippende ontwerpers. Vraag een stel schoolkinderen de auto van de toekomst te tekenen en ze komen met de i op de proppen. De contouren van de carrosserie zijn van de neus tot de achterklep in één lijn getrokken, een parallelle lijn loopt achter de achterdeuren in een 180-graden boog weer terug naar voren. De pronte spatborden bollen uit op de hoeken van de carrosserie, waardoor de auto iets van een krab krijgt. Belangrijker is dat dit stabiliteit en binnenruimte oplevert. Recht van voren lijkt het alsof je tegen een glazen wand opkijkt, zeker omdat de auto door zijn geringe breedte nog hoger lijkt.
 
Optisch bedrog of niet, praktisch is het wel. Twee volwassenen kunnen comfortabel achterin zitten, iets dat je zelfs van aanzienlijk grotere auto’s zoals de Mini en de Panda niet altijd kunt zeggen.
 
Maar dan. Waarom zit hier een Mitsubishi-logo op? Is dit niet gewoon de auto die Smart op de markt had moeten brengen als ForFour? Wees eerlijk: ziet de i er niet gewoon uit als een vierdeurs For-Two? Als dit autootje in Born van de band had gerold was een reddingsplan voor NedCar misschien niet eens nodig geweest. Simpelweg omdat ze volop productie konden draaien. Is de i jatwerk? Nee, het is gewoon een kans die Smart heeft laten liggen.
 
Toch zijn er wat puntjes van kritiek. Een slanke carrosserie betekent flinterdunne deurtjes. Dat geeft geen gevoel van veiligheid. Bovendien moet het interieur de futuristische stijl van de buitenkant ontberen, zowel in design als kwaliteit. Het ziet er goedkoop uit en zo voelt het ook aan. Maar het ergste is toch wel dat het zo gewoontjes is. Bedenk je wel dat dit een auto voor alle dag is, niet een of andere peperdure conceptcar. Behalve bruikbaar moet hij dus betaalbaar zijn. Als het om geld gaat, is een buitenissig interieurontwerp het eerste puntje dat wordt overgeslagen. Bovendien valt er heus wel mee te leven.
 
De turbomotor van de i ligt achterin, bijna onder de achterbank. Met de groeten van de 911. Met een beperkt eigen gewicht van 900 kilo en een vermogen van bijna 60 pk en 84 Nm voelt de auto nog best kwiek aan. De viertraps automaat schakelt vlekkeloos en snel, een verademing in vergelijking tot de flutbak in de Smart ForTwo. De besturing is lekker licht, maar niet ongevoelig. Door de prima stabiliteit en balans van het onderstel kun je vlot doorrijden. Je verbaast je sowieso over het geweldige weggedrag van dit wagentje. Hij heeft een relatief korte wielbasis, dus verkeersdrempels voel je duidelijk, maar andere oneffenheden vangt hij net zo goed op als grotere, duurdere auto’s.
 
De ruimte voor de lofzang begint op te raken. Omdat de i ontworpen is voor de Japanse markt zit het stuur aan de verkeerde kant. Om de auto dan toch een kans te gunnen in Europa, kun je alleen maar in landen waar ze links rijden terecht. Dan kom je al gauw op Groot-Brittannië uit, want om nu Malta, Cyprus of Ierland als proefmarkt te nemen, mwah. In eerste instantie krijgen de Britten driehonderd i’tjes toebedeeld, als de auto aanslaat, komen er tweehonderd bij. Mocht de vraag dan nog onverminderd groot zijn, dan ligt ongelimiteerde import in de lijn der verwachting. Als de auto in grotere aantallen geleverd kan worden, heeft dat natuurlijk een gunstige uitwerking op de prijs. Nu wordt de auto in Engeland aangeboden voor zo’n 13.500 euro, fors meer dan een vergelijkbare Peugeot 107, om maar eens een concurrent te noemen. Maar daarin kun je met goed fatsoen geen twee volwassenen achterin kwijt, om nog maar te zwijgen over die kattenluikjes die bij de vijfdeurs versie moeten doorgaan voor achterdeuren. Bovendien zit de i ook goed in zijn goodies. Climate control, elektrisch bedienbare ramen voor en achter, centrale deurvergrendeling met afstandsbediening, lichtmetaal en mistlampen vóór zijn standaard. En dan vergeten we nog de cd-speler.
 
Het verbruik is met één op twintig zeer bescheiden, de uitstoot CO2 komt niet verder dan 114 g/km. Vijfdeurs auto’s die goedkoper in het gebruik zijn zul je niet makkelijk vinden. Dus zou het een goede stap van Mitsubishi zijn om op het vasteland een linksgestuurde versie aan te bieden. Sterker nog, in Born staat een autofabriek gedeeltelijk te verstoffen, dus productie in Nederland is prima mogelijk. Zeker als binnen een paar jaar de elektrische variant op de markt komt, kon de i wel eens een populair autootje worden. Zo ziet de stadsauto van de toekomst eruit en dat is goed nieuws.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken