Op de set van Rush

Het was een rivaliteit die een generatie definieerde. Hunt versus Lauda. McLaren versus Ferrari. TopGear reisde af naar de set van Rush, een nieuwe film die de waarheid achter de legende zal blootleggen. En eindelijk eens een Formule 1-film die de sport recht aan doet.

Niki Lauda tuurt door een helikopterraam. Zijn beeldschone vrouw Marlene pakt zijn hand vast als de wieken boven hen tot leven komen. Lauda’s ogen versmallen wanneer hij James Hunt  – zijn aartsvijand op het circuit – een groepje overenthousiaste Japanse racefans en langbenige blondines van zich af ziet slaan.

Een paar uur daarvoor was de Grote Prijs van Japan nog in volle gang. Een tweede wereldtitel lag in het verschiet, maar Lauda werd verslagen door Hunt. Met één enkel punt verschil won Hunt het F1-kampioenschap van 1976. Een overwinning die deels werd beslist door een moedig optreden van de Engelsman. Maar misschien nog wel meer door Lauda’s beslissing om de gevaarlijke regenrace te staken. Drie maanden na zijn bijna-doodervaring en crash op de Nürburgring zegt zijn coole logica dat de risico’s vandaag niet opwegen tegen de beloning. Game over. Toch, meer dan 35 jaar later wordt Lauda’s herstel én zijn beslissing om uit de Japanse Grand Prix te stappen nog steeds gezien als twee van de meest dappere daden ooit in de motorsport.

Dat dramatische helikopter-moment gebeurt tegen het einde van Ron Howard’s nieuwe film Rush. We zijn alleen niet in Fuji, maar op een landingsbaan van een voormalig W.O. II-vliegveld in Surrey. Een klein leger van mannen manoeuvreert cameraman Anthony Dod Mantle in de juiste positie achter de Bell Jet Ranger heli voor Lauda’s gepijnigde blik. Het duurt ruim dertig minuten om het shot op te lijnen, de windmachine precies de juiste rimpelingen op het water te laten maken voor sfeer en een handvol gigantische lampen om een perfecte ondergaande maart-zon na te bootsen. Het shot duurt maar drie seconden, maar spreekt boekdelen. Een bewijs dat film maken magisch kan zijn, dat spreekt, maar tegelijkertijd noeste arbeid vergt.

De meeste F1-fans kennen de naam James Hunt, en nog veel meer zijn bekend met Niki Lauda’s ongelooflijke verhaal. De twee clashten en streden als Griekse goden in het seizoen van 1976. Dit soort rivaliteit komen we vandaag de dag niet meer tegen. Heel wat drama, met net dat beetje romantiek om onweerstaanbaar te zijn. Scriptschrijver Peter Morgan en regisseur Ron Howard konden zich in elk geval niet meer inhouden. Morgan is bekend van de films The Queen, Frost/Nixon en The Last King of Scotland. Howard ken je misschien nog van Happy Days als brave borst Richie Cunningham, maar heeft zijn strepen verdiend met Backdraft, Apollo 13, The Da Vinci Code en A Beautiful Mind. Alles behalve het b-garnituur van Hollywood dus. Voor deze twee mannen is ‘het verhaal’ alles, en Hunt versus Lauda is één van de beste.

‘Het is eigenlijk gek dat het zo lang heeft geduurd’, vertelt de notoir opvliegende ex-McLaren teambaas Alastair Caldwell mij op de set. ‘Als je het seizoen van 1976 neemt en dit pitcht als een script, dan zeggen mensen: "Onzin… Maar dit alles gebeurt in één jaar, bij twee mannen die ook nog eens elkaar ergste rivalen zijn?" Ja, dat klopt.’


Ron Howard heeft zelf een Volvo. Hij geeft aan mij toe dat hij bijna niets wist over Formule 1 toen hij tekende voor Rush. ‘Maar goed, ik wist ook niets over astronauten toen ik ja zei tegen Apollo 13.’ En kijk hoe die film is geworden… we bedoelen maar. Howard gaat in hoog tempo verder met zijn bord vol kipsalade. De crew zit op een derde van de draaiperiode en hoewel Howard bekend staat als één van de aardigste mannen in Hollywood, kan hij eigenlijk geen afleiding gebruiken. ‘De film gaat over rivaliteit. Dit zijn twee totaal verschillende mannen, die zichzelf ook heel anders uiten. Hoeveel we daarvan gaan laten zien?’ De 59-jarige Amerikaan denkt diep na. ‘Ik hoop die verschillen te vertalen in de racescènes. Op een manier dat de race een verlengstuk wordt van de coureurs en wat ze daarin van zichzelf laten zien. Ik wil ervoor zorgen dat het publiek ze gaat zien als mannen van vlees en bloed, niet slechts als iconen.’

De jaren ’70 zijn nog steeds een gevaarlijk decennium in Formule 1. De nabijheid van dood beïnvloedde de levens van de rijdende legendes. Lauda was hier uniek in. Een zoon van een rijke Oostenrijkse bankiersfamilie en iemand die alles, maar dan ook álles rationaliseerde met een frigide logica. Hunt daarentegen was een paradox. Volkomen wanhopig om zoveel mogelijk mensen tevreden te stellen, tegelijkertijd mensenschuw, een loyale vriend en hij ging bij nagenoeg elke vrouw of vriendin vreemd. En laten we zeggen dat dit niet bij één slippertje bleef. Het verhaal gaat dat Hunt met meer dan 5.000 vrouwen het bed heeft gedeeld. Met z’n overall op de knieën in een pitbox, minuten voor een race. Maar bovenal een keiharde rijder die stopte voordat de F1 zijn leven kon nemen. Het moge duidelijk zijn: Rush is zóveel meer dan enkel een film over motorsport en snelle auto’s die voorbij flitsen. Sylvester Stallone’s Driven? Nee, godzijdank niet.

Het was nogal een uitdaging om de film met het juiste gewicht en gerespecteerde namen op het witte scherm te krijgen. Want Ron Howard mag dan tot de topregisseurs in Los Angeles behoren, Rush is in essentie een onafhankelijke Britse film ondersteund door verschillende kleine productiemaatschappijen. Het is zelfs Howards eerste onafhankelijke film in een carrière van meer 22 big-budget blockbusters. Het succes van de magistrale documentaire Senna maakte het wat makkelijker. Eric Felner, één van de CEO’s van het Britse Working Title, produceerde Senna en ook Rush. De Brit is een enorme Ferrari-fan die al jarenlang de wens had om een racefilm te maken. In zijn achterhoofd speelde de gehele draaiperiode dat dit genre niet heel netjes is behandeld door de filmwereld. Van motorgeluid dat in de verste verte niet overeenkomt met de auto tot simpelweg plat vermaak zonder de essentie van motorsport over te brengen. Felner: ‘Uiteraard is het belangrijk om uitverkochte zalen te hebben, maar de hardcore racefans zullen fouten niet tolereren.’

Maar weer eens een keer een racefilm proberen. Nee, dat soort gokjes zijn er niet meer bij in Hollywood. Bij een grote film heb je het dan al snel over een gokje van 200 miljoen dollar. En hoewel Rush daar een fractie van kost – tegen de 35 miljoen dollar – ziet de film er tientallen malen duurder uit.


Howard vertelt dat de film met militaire precisie was gepland. Veel van de racesequenties waren al maanden van tevoren tot op de millimeter uitgetekend. Archiefbeelden werden verknipt om de toon en kleurstelling te bepalen en de cameraman had één mantra tijdens het draaien: de camera moest constant ‘nieuwsgierig zijn’.

Als ik Howard bekijk tijdens wat scènes is het duidelijk: de man werkt snel, efficiënt en is nooit bang om te experimenteren. ‘Ik heb de cameramannen veel vrijheid gegeven. Ze mochten filmen wat hen opviel.’ Howard vertelt mij dit in Londen, een jaar na de opnames. ‘Natuurlijk zijn dingen vooropgezet en werkten we met acteurs die takes doen. Maar ik heb voorkomen dat er veel werd gerepeteerd. Soms vertelde ik de cameramannen niet eens wat ik wilde. Een beetje guerrilla-stijl soms. Ik wilde het laten aanvoelen als iets dat wordt ontdekt, in plaats van een overdreven gestileerde regisseursfilm.’

'Vrienden van Lauda willen na het zien van de film niet geloven dat hij de dialogen niet zelf heeft ingesproken'

Het resultaat barst van de energie en intensiteit. Het is tegelijkertijd een ode aan hoe idioot de auto’s en rijders van die tijd waren. Hunt racete in een McLaren M23, Lauda in de schitterende Ferrari 312 T2. Niet echt twee modellen die je als filmmaker in een middagje vindt en dan ook nog eens gaat meekrijgen om dagenlang, al dan niet wekenlang, te ‘misbruiken’. Als oplossing werden twee originele auto’s geleend voor close-ups van de twee acteurs. De Australiër Chris Hemsworth (Thor, The Avengers) speelt James Hunt en de Duitse Daniel Brühl (Inglourious Basterds, Goodbye Lenin) speelt Niki Lauda. Voor de bandenknarsende actiescènes werden een Vauxhall Lotus- en Ford-éénzitter gebruikt die foutloos werden omgebouwd tot Formule 1-auto’s uit de jaren ‘70.

Voor wat het rijden betreft, kwamen de Rush-productielieden uit bij Niki Faulkner (drie keer raden naar wie hij is vernoemd), een ervaren racecoureur en lid van de Driving Wizards, een team van precisierijders en coureurs die zich uitlenen voor films, tv en commercials. Hij vertelt: ‘Ik was thuis, de telefoon ging en daar was Ron Howard opeens aan de andere kant van de lijn. Hij wilde praten over Rush. En ik was op dat moment juist aan het zoeken naar een manier hoe ik in contact kon komen met hém! Een mooie dag.’

Samen met stuntcoördinator Franklin Henson gingen Faulkner en zijn team aan de slag en tekende elke sequentie uit. Ze gebruikten miniatuurauto’s, liepen over het circuit en zorgden er simpelweg voor dat elke minutieus onderdeel van het shot in hun hoofd zat voordat de camera’s draaiden. ‘We hebben niet één incident gehad tijdens de draaiperiode’, vertelt Faulkner.

‘Het budget liet niet toe dat we naar Kyalami of Paul Ricard konden vliegen, dus moesten we het doen met Snetterton, Brands Hatch, Donington Park en Cadwell Park. Natuurlijk zie ik wel dat het Cadwell of Snetterton is in de bios, maar het ziet er verdomde goed uit. Al zeg ik het zelf. En de meeste mensen zien het niet eens. We wilden een verhaal vertellen over twee bijzondere kerels, op de meest krachtige, innovatieve en cinematografische manier die wij konden bedenken.’ ‘Ik vroeg voor de grap aan Ron wat mijn motivatie was voor een bepaalde take’, voegt Faulkner toe. Hij was trouwens ook de stand-in voor James Hunt. ‘Hij ging er nog op in ook! Hij zei: "je vrouw heeft je verlaten voor Richard Burton en je hebt net een vluggertje gehad met een stewardess." Dus ik heb die draaidag maar wat sneller gereden.’


Niki Faulkner werkte nauw samen met Hemsworth en Brühl, de twee hoofdrolspelers. De drie brachten tijd door in een F1-simulator en volgden verschillende circuittrainingen – onder andere in Formule 3’s – zodat hun lichaamstaal in de auto zo natuurgetrouw mogelijk was. ‘Ik ben enorm trots op die twee jongens. We hebben samen oude racefilms bekeken en autoachtervolgingen. Daar viel het ons op hoe stijf Robert De Niro er uitzag in Ronin. Hij had een nepstuur in zijn handen, terwijl de stuntman naast hem zat. Ik hoorde dat hij enorm bang was tijdens de opnames, en dat zie je duidelijk. Dat wilde ik hier per se voorkomen, dat zou alles verpesten.’

Hoe goed en hoe spectaculair de racesequenties ook zijn uitgepakt, en dat zijn ze, maar het geluid, ach het geluid… orgastisch is het enige woord dat hier recht aan doet. Nee, buiten al dat spektakel is Rush vooral bijzonder door twee foutloze optredens. Hemsworth als de humeurige, losbandige en knappe Hunt. Hij moest heel wat van zijn superheld-spieren uit Thor verliezen om op een gestroomlijnde en veel lichtere coureur te lijken. Een zware opgave volgens de Aussie: ‘Ik was ondervoed en moest maandenlang extra veel trainen om dit te bereiken. Mijn vrouw zei vaak: "eet iets, alsjeblieft!" Het veranderde serieus mijn persoonlijkheid.’

Wat de coureurs betreft is hij duidelijk over zijn motivatie. ‘De dood was voor hen een donkere wolk die altijd boven ze hing, maar meestal werd genegeerd. "Ik laat dit niet binnen", zei de overleden coureur François Severt altijd. Hij had het altijd over coureurs als ridders, met een zekere soort van edelheid. Ik vond dat mooi om mee te nemen in de rol.’

Tegenover Hemsworth staat de Duitse acteur Daniel Brühl. Hij is simpelweg geniaal als Lauda. Faulkner vertelt dat hij zo lang met Brühl’s ‘Lauda’ op was getrokken dat de stuntrijder van zijn stoel viel toen hij de echte Lauda ontmoette tijdens de Britse Grand Prix op Silverstone. Scriptschrijver Peter Morgan voegt hier aan toe dat vrienden van Lauda na het zien van de film niet geloven dat Lauda de dialogen niet zelf heeft ingesproken. TopGear-oordeel: als Brühl niet voor minstens een handvol prijzen wordt genomineerd eten wij onze raceschoenen op. Als ik de acteur spreek over zijn rol valt hij moeiteloos in Lauda’s kenmerkende staccato ‘don’t fuck with me’-houding. Nog gekker: Brühl heeft voor ons gesprek uren in de make-up wagen gezeten om Lauda’s brandwonden aan te brengen. Het is angstaanjagend om een één-op-één kopie te zien van de jonge Oostenrijkse coureur.

‘Hij was enorm open tegen mij’, vertelt Brühl. ‘Hij is een complexe man en compleet anders dan iedere andere man die ik ken. Heel vastberaden, gedisciplineerd, een meesterlijke zakenman en over de gehele linie getalenteerd. Hij vloog mij naar de Grand Prix van Brazilië in zijn eigen jet – Brühl zet zijn Lauda-accent op – ‘Maar kom eerst naar Wenen en neem enkel handbagage mee! Voor het geval we elkaar niet mogen en ik je naar huis moet sturen’. Gelukkig konden we het goed met elkaar vinden. En het verraste mij dat hij al mijn vragen beantwoordde, zelfs intieme vragen.’

Brühl voegt er ten slotte nog aan toe. ‘Elke sportman draagt een zeker pantser met zich mee. Niki weet precies wat voor effect hij op mensen heeft. Hij is zo direct, mensen weten dit en hij speelt hier elke dag mee. Toch vond ik hem ongelooflijk aardig. Ik voelde dan ook een enorme verantwoordelijkheid. Zeker in Duitsland is hij nog steeds een persoon met een enorm aanzien – de jonge Duitser zet weer het accent op – "Nou, verpest het niet, oké? Het moet goed zijn…"’

Ik heb de film onlangs voor de tweede keer gezien en Brühl is meer dan goed. Net zoals Rush zelf. Eindelijk krijgt de motorsport een film die het verdient. Mis het niet.

Rush draait nu in de bioscoop.


De coureurs

Rush suggereert soms dat James Hunt en Niki Lauda elkaars bloed wel konden drinken. Dat is absoluut niet zo. Hunt was zelfs de enige coureur waar de kieskeurige en eigenwijze Lauda tijd voor vrij maakte. Maar ze gebruikten elkaar wel degelijk om scherp te blijven. Twee mannen die meer van elkaar verschillen dan deze twee ga je niet snel vinden. Hunt crashte en feestte zijn weg naar de Formule 1. Uiteindelijk won hij in 1975 de Grote Prijs van Nederland in Zandvoort met Team Hesketh, dat daarna failliet ging. Het is dat Emerson Fittipaldi op het laatste moment wegviel bij McLaren, anders had Hunt geen stoeltje in ’76 en had hij het vuur niet aan Lauda’s Ferrari-omhulde schenen kunnen leggen.

Regerend wereldkampioen Lauda gebruikte al zijn berekenende trucjes om een enorme voorsprong op te bouwen tegen de Britse womanizer Hunt. Sex: the breakfast of champions was Hunts mantra.

Ferrari zorgde er zelfs voor dat een McLaren-overwinning in Spanje nietig werd verklaard. Op de Nürburgring crashte Lauda door een mogelijk falen van de vering. Hij zat bijna een minuut vast in zijn brandende Ferrari. Niet alleen was hij ernstig verbrand, ook zijn longen waren niets meer. De laatste sacramenten zijn aan de Oostenrijker voorgelezen, maar zes weken later stond hij wonderwel aan de start in Monza en eindigde op een miraculeuze vierde plek.

Hunt zou uiteindelijk het wereldkampioenschap winnen in 1976 door een verschil van één punt. Lauda daarentegen won daarna nog twee wereldtitels en startte zijn eigen vliegmaatschappij. Hunt overleed in 1993 op zijn 45ste aan de gevolgen van een zware hartaanval. Veel te vroeg, zeer zeker, maar hij heeft in ieder geval het leven geleefd van tien man.

De auto's

Toegegeven, niemand gaat het hier ooit over eens zijn, maar we willen hier grof om wedden. De raceauto’s uit de jaren ‘70 zijn de coolste van het stel. Natuurlijk waren de exemplaren uit de jaren ‘60 mooier, maar de komst van serieuze aerodynamica, sponsoren en volle grids maakten het tot een chaotisch spektakel.

James Hunts McLaren M23 is een perfect voorbeeld van een cartooneske F1-auto uit midden jaren ‘70. De legendarische Cosworth-Ford V8 met 470 pk klinkt voor vandaag de dag bescheiden, maar je hoeft maar op YouTube te kijken naar hoe Hunt worstelt met dit beest. Dan begrijp je dat je voor de McLaren bovenmenselijke krachten moest bezitten om de M23 op de baan te houden.

In 1976 voegde McLaren een Hewland-versnellingsbak toe met zes verzetten, paste de aerodynamica wat aan en snoepte wat van het gewicht af. Naast de F1 hadden ze trouwens ook nog tijd om CanAm-auto’s te bouwen voor de VS, alsook F2 en F5000 auto’s. Niet slecht voor een team van 34 man, en daar zit de schoonmaakster bij.

Ferrari’s 312 T-serie hoort bij de meest vereerde en succesvolle raceauto’s allertijden. Dit is voornamelijk het resultaat van Ferrari’s technisch directeur in de jaren ‘60 en ‘70, Mauro Forghieri. De 312 T werd aangedreven door een 3,0-liter boxer-twaalfcilinder met 500 pk. De T staat voor de dwarse ligging van de versnellingsbak.

In 1976 was het steigerende paard dé auto om te verslaan. Lauda zou in ’77 nogmaals het kampioenschap winnen, Jody Scheckter deed dit nog eens in ’79 voor de Italianen. Toen gebeurde er niets meer tot een of andere kerel genaamd Schumacher om de hoek kwam kijken.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken