Autotest: Opel Agila 1.2 Enjoy

Zo goed als tegelijk met de nieuwe Suzuki Splash introduceert Opel de zo goed als eendere nieuwe Agila. Zoek de verschillen.
 
We zijn Opel en Suzuki innig dankbaar voor de nieuwe Agila respectievelijk Splash. Niet zozeer omdat het zulke wereldschokkend goede nieuwkomers zijn, want dat zijn ze niet. Wat ze wel zijn is het eindpunt van twee van de grootste schandvlekken op dik een eeuw auto-ontwerp: de Suzuki Wagon R+ en de vorige Opel Agila. Kennelijk heeft de Japans-Duitse combine eindelijk het enige verstandige gedaan en de ontwerper van die horrortweeling verbannen naar de plek waar hij thuishoort: aan een ketting in de schuur.
 
Nu was wat betreft de Wagon R+/oude Agila elke verandering een verbetering, maar de nieuwelingen zouden er ook zonder zo’n dramatische herkomst gewoon leuk uitzien. De binnenhuisarchitectuur van de nieuwe Agila is reuze opgewekt. De frisse kleuren die op de bovenste delen van het dashboard zijn gebruikt, de felle stoelbekleding met grote A’s, G’s (en ga zo maar door tot je Agila hebt): meteen een vrolijke boel.
 
Twee dingen die waarschijnlijk hogelijk gewaardeerd werden door de cliëntèle van de vorige Agila zijn gebleven: de relatief hoge zit en het feit dat desondanks de hoed gewoon op kan blijven.
 
Gezien de bescheiden afmetingen is het ruimteaanbod dik in orde. Zolang ze in een redelijke gezondheid verkeren, is een korte rit op de achterbank voor drie volwassenen te overleven. Opbergruimte is er genoeg en de bagageruimte is doodsimpel, met één vinger, te vergroten.
 
Van buiten zijn de verschillen tussen de twee bijzonder klein. Suzuki heeft voor een iets rondere neus gekozen en wat betreft de grille iets meer naar Audi gekeken. Opel heeft daar wat meer een lachebekje van gemaakt en monteert de achterste kentekenplaat in de bumper in plaats van op de achterklep. Eén verschil is belangrijk: wie wil dieselen moet naar Suzuki, want Opel Nederland heeft besloten dat alle diesel-strafbelastingen de Agila te duur zouden maken. Dat terwijl hij standaard over een roetfilter beschikt en qua CO2-uitstoot (net als de 1.0 benzine trouwens) exact op de magische en voor velen onhaalbare 120 g/km komt. Waar we in dit land op dit gebied mee bezig zijn? Wie het weet, mag het zeggen.
 
Die 120 g/km wordt trouwens ook gehaald door de 65 pk ‘sterke’ éénliter benzinemotor van de Agila. Uit die aanhalingstekens mag je gerust afleiden dat de prestaties niet bepaald overhouden – na een lichte lunch doe je er al merkbaar langer over om 100 km/u te bereiken dan daarvoor. De 1.2 is (met gelijke uitrusting) 700 euro duurder, maar daar krijg je ook meteen 21 uiterst welkome pk’s en 24 broodnodige Newtonmeters koppel extra bij. Nog altijd geen enkel gevaar voor de straatstenen, maar je komt er een stuk beter mee vooruit.
 
Voor de rest is er maar weinig aan te merken op de nieuwe Agila. Hij is ruim, stuurt en schakelt oké, en rijdt gewoon prima. Het is in geen enkel opzicht een uitblinker, maar je kunt in deze klasse wel degelijk een hoop slechtere keuzes maken. En als beëindiger van de oude-Agila-straatbeeldvervuiling is zijn waarde zelfs enorm.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken