Autotest: Opel Corsa OPC

Een driehoekige middenuitlaat, semi-functionele kieuwen bij de voor- en achterwielen, en prachtige 18-inch honing­raatvelgen wekken de indruk van een heetgebakerd autootje
 
Dat de jongens van het Opel Perfomance Center in staat zijn om van een nette burgerauto een maniakale boyracer te maken bewijzen ze andermaal met de Corsa OPC. Als je een rondje om de Corsa OPC loopt, vraag je je vertwijfeld af of hij wel is afgeleid van een conventionele Corsa. De kenmerkende blauwe OPC-kleur helpt daar ook al niet aan mee – de fraai uitziende, met Recaro ontwikkelde kuipstoelen binnenin ontnemen elke associatie met de vijfenvijftigplus-dynamiek van een normale Corsa. Eigenlijk bevestigt alleen het typeplaatje op de achterklep dat het hier van origine om een Corsa gaat. Cool.
 
Opel gaat er prat op dat het onderstel van de Corsa uitgebreid getest en getuned is op de Nordschleife van de Nürburgring om tot een sportieve hot hatch te komen. Maar dat is natuurlijk marketingpraat. Het neemt niet weg dat Opel voor de persintroductie van de Corsa OPC een uit de krachten gegroeid kartcircuit had afgehuurd om het journaille een paar rondjes te laten scheuren – een dergelijke vorm van introductie doe je alleen als je er zeker van bent een verrekt goede auto gemaakt te hebben. Eentje die zijn sportieve aspiraties op zo’n bochtige baan goed kan overbrengen op de bestuurder – helemaal als dat een kritische journalist betreft die z’n dagen slijt in dit soort auto’s en, lichtelijk blasé geworden, niet meer warm wordt van zo’n hitsig stadsautootje.
 
Zo zo. Nou nou. Na slechts één rondje circuit knijp ik mijn knuisten wit op ‘tien voor twee’ en wil een rondje meer, harder en scherper. Omdat ik voel dat de Corsa OPC dat kan. Ik had verwacht dat de 192-pk sterke 1,6-liter turbomotor een tikje te ruim bemeten zou zijn voor een relatief kleine auto als deze, dat de mannen met hun Ring-ervaring er een spijkerharde auto van gemaakt zouden hebben die een beetje nerveus door de bestuurder onder controle gehouden moet worden. En nou wordt het verwarrend: dat klopt ook aardig, maar pakt heel goed uit. Bijna heel érg goed zelfs.
 
Het vermogen van 192 pk – met een koppel van 230 Nm en net als bij de Peugeot 207 RC met een overboost-functie die tijdelijk zorgt voor 266 Nm – is iets te veel van het goede voor die arme voorwielen, maar ik zou niet minder willen, snap je? Daarnaast ligt de auto tamelijk hard op de weg, tegen het oncomfortabele aan, maar ik zou het niet comfortabeler willen. Hij stuurt behoorlijk direct met als gevolg dat je echt even geconcentreerd moet bijsturen als je volgas geeft en de neus alle kanten op wil, maar ik zou het stuurgevoel niet minder direct willen. En als ik keihard rem om een bocht in te sturen, wil de achterkant met alle macht door de voorkant heen komen, maar ik vind die lichte onbalans wel prettig en spannend. Door al die voornoemde zaken communiceert de hele auto goed met je kont, rug en armen waardoor je heel prettig en actief aan het werken slaat om de Corsa OPC zo snel mogelijk en met veel gevoel over een baantje te jagen. Dat gaat heel fijn. Dat Nordschleife-praatje klinkt dan misschien als marketingtaal, maar na een kwartiertje op het circuit neem ik het wel degelijk serieus.
 
Rijden met deze snelste Corsa-telg is echt een heel leuke exercitie, al is er een aantal zaken waaraan je moet wennen. Ten eerste remt hij uiterst direct – als je al naar het rempedaal kijkt, sta je stil en hangt je passagier met zijn of haar voortanden in het dashboard. Ten tweede zitten de Recaro-stoelen heel erg comfortabel, of je nu klein of groot bent en raden wij je aan de leren uitvoering ervan te nemen. En ten derde kom je overal driehoekige vormen tegen. De uitlaat – dat sierstukje kan mooier want je ziet er vrij eenvoudig het echte spaghettisliertje doorheen – is driehoekig, de pootjes van de zijspiegels, de mistlampen, de achterklep, de zijruiten: het begrip ‘vierkante ogen krijgen’ wordt met een kantje minder uitgebreid. Waar ik niet aan kan wennen is de bovenbehuizing van de tellers. Die is gemaakt van regenpijp en detoneert binnen de verder goed en mooi afgewerkte Corsa OPC.
 
Ondanks het rijplezier snap ik iets niet: nog geen paar dagen voor deze Corsa-Erlebnis mocht ik met Peugeots 207 RC stoeien. Die is niet alleen iets zuiniger en schoner, hij heeft bijna 20 pk minder (175), weegt pakweg 20 kilo meer (1.225) en levert nagenoeg dezelfde prestaties: 0,1 seconde sneller zelfs van 0 naar 100 km/u en een topsnelheid die 5 km/u lager ligt. En er is ook nagenoeg geen prijsverschil als je de 207 naar het uitrustingsniveau tilt van de Corsa – die alleen navigatie en volledig leren bekleding als opties in de prijslijst kent. Waar blijven die extra Corsa-pk’s, of beter OPC-pk’s? Die Fransoos is nog een tikje zwaarlijviger ook en toch durft Peugeot het aan om te beweren dat je er een tiende van een seconde sneller mee bent om 100 km/u te halen. En ook al voelde de 207 RC niet zo speels aan als de Corsa OPC, hij liet zich wel serieus door bochten gooien en ging verdomd hard. Eh, Opel of Peugeot dus?
 
Oh, die twijfel. Ze beloven iets heel anders bij Peugeot, maar doen hetzelfde. Ik moet onwillekeurig denken aan een behoorlijk kakineus dametje van de roeivereniging en het tikje ordinaire dametje dat bij een nagelstudio bleek te werken. Je verwacht iets heel anders, maar je krijgt hetzelfde.

Nieuwste van TopGear

Autonieuws