Autotest: Peugeot 4007

Peugeot mengt zich in de strijd om de midi-SUV-rijder. De 4007, te koop vanaf het voorjaar van 2008, is zo’n auto. Maar is het wel een Peugeot?
 
Peugeot, het vriendelijke ranse merk van frikken en vaders, bouwt samen met Mitsubishi in het verre Mizushima, te Japan, de 4007. De auto is voorzien, aldus Peugeot, van geheel nieuwe remmen, ophanging, stuurbekrachtiging, wielen en wat al niet. Het is, kortom, een echte Mitsubishi met voorop een echte Franse leeuw geplakt. Niks erg, samenwerkingsverbanden: je raakt eraan gewend (zie ook de Citroën C-Crosser, die van binnen hetzelfde is als deze ‘Peugeot’). Doch waarom zou een aspirant SUV-rijder in dit geval kiezen voor de Peugeot 4007 en niet voor een willekeurig ander merk en type, zoals bijvoorbeeld de Mitsubishi Outlander?
 
Dat is meteen de hamvraag wat betreft de 4007. Laten we daarom eerst even kijken naar zijn individuele kwaliteiten.
‘De achterkant is een ander verhaal: die lijkt zowel letterlijk als figuurlijk nergens op. Plastic domineert, de lampen bollen als puisten naar buiten, het is net een Kangoo op stelten.’
 
Uit de verte, als je door je wimpers kijkt, heeft de voorkant van de 4007 wel wat weg van een Porsche Cayenne, of een Volkswagen Touareg. Althans: als je slechte ogen hebt, die vol slaap zitten, en als je je bril bent vergeten, en tegen de zon inkijkt. Of zoiets. Het is heus niet lelijk, al moet je ervan houden, in zekere zin heeft het wel iets. Hij kijkt je, door zijn redelijke maten, ook niet super-agressief aan als voornoemde moordmachines; het is een leeuw in de luiers. De achterkant is een ander verhaal: die lijkt zowel letterlijk als figuurlijk nergens op. Plastic domineert, de lampen bollen als puisten naar buiten, het is net een Kangoo op stelten.
 
De binnenkant? Peugeot zelf is er al niet bijster enthousiast over: ‘Sober met een dynamisch tintje’. Sober dat klopt, saai ook. Rustgevend is wellicht het hoogste compliment. Mooi dus niet, en goedkopig weer wel. Het is een interieur, kortom, dat zelfs de grootste plastic-fan doet rillen. Peugeot spreekt over het gebruik van zachte materialen, en op het dashboard zelf is dat inderdaad zo, maar zacht is in dit geval helaas geen esthetische kwestie.
 
De deurpanelen zijn het ergst: van dat harde, krasserige plastic waar de DDR in zijn geheel uit was opgetrokken. Overigens is het dashboard redelijk overzichtelijk, want er zijn bijzonder weinig knoppen aanwezig. Dat is goed. Wel helt het stuur naar onze smaak iets te veel naar achteren, waardoor je of alleen de bovenkant, of alleen de onderkant tegelijkertijd kunt vasthouden. Dat kan persoonlijk zijn. Het interieur voorziet in zeer veel vakjes, dat zeker. Misschien wel een of twee te veel: waar had je nou je parkeerschijf gelaten? In de deur? In het handschoenenkastje? In het vakje bovenop het dashboard waar je eigenlijk de navigatie verwachtte? Ergens in het midden, onder? In een van de zo veel bekerhouders, dan?
 
Rijdt ‘ie lekker? Nou, dat rijden is het probleem niet. De motor is een, volgens Peugeot, ‘nieuwe’ 2.2 HDiF met roetfilter die 156 pk levert. Gemaakt in samenwerking met Ford, overigens. Met die pk’s lijkt de auto niet meer dan redelijk bedeeld, maar het koppel van 380 Nm mag er zijn. De 4007 zou dus heerlijk rijden – als ‘ie tenminste wat soepeler zou schakelen. De bak is niet zozeer stug, maar luistert erg nauw: je moet de pook werkelijk de versnelling in persen. Fijn is zeker dat de olie maar eens in de 20.000 km hoeft te worden ververst met dank aan het tweedelige carter.
 
Menig Peugeot-rijder zal verlekkerd naar deze auto kijken: het is voor de kleine-Peugeot-rijder een ambitie, en voor het groeiende gezin uiterst handig. Een kleine 500 liter laad je zo in de bak, of je kunt er twee kinderen in kwijt (Peugeot noemt het een ‘5+2’).
‘Geloof ons: de volgende generatie zal een stuk beter zijn. Kijk maar naar Mitsubishi.’
 
Dan breekt dat zaterdagmoment aan. Dat moment waarop de kinderen naar het voetballen zijn gebracht en mama ‘op cursus’ is, en papa besluit ‘een stukje bos te pakken’ alvorens de wasstraat te bezoeken. Dan laat de Peugeot zien wat ‘ie pas echt goed kan. Hij is goed geveerd, geeft geen krimp en door het koppel rijdt hij in z’n drie vlot over het ruige bosweggetje. Jammer is dat er standaard geen automaat op de 4007 zit. De grootte van de auto, het koppel en de gebruiksmogelijkheden vragen daar eigenlijk wel om. De overigens mooie stoelen geven redelijk steun, al zijn ze wat hard aan de billen; de auto helt niet meer over dan je van een type als dit kunt verwachten – al zijn er concurrenten als de Seat Altea Freetrack die het beter doen. Door het bos, over kinderkopjes en over een stuk gras: de vierwielaandrijving doet zijn werk prachtig. Die aandrijving kent drie standen: tweewiel, vierwiel-als-het-nodig-is, en permanente vierwiel. Dat werkt allemaal met een soepele knop, en feilloos. Erg fijn. Over knoppen gesproken is het jammer dat de standaard airconditioning niet deelbaar is; sinds vrijwel iedere auto met de temperatuurbeheersing is uitgerust, horen we steeds vaker over ruzies die ontstaan naar aanleiding van de temperatuur – analoog aan de ruzies die vroeger ontstonden over een geopend of gesloten raampje.
 
Uiteindelijk vinden we de 4007 tam, wat te tam misschien, maar een sufferd is het evenmin. Een aardige en beloftevolle start van Peugeot in het SUV-segment, al komt die rijkelijk laat. Geloof ons: de volgende generatie zal een stuk beter zijn. Kijk maar naar Mitsubishi.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken