Autotest: Renault Grand Modus 1.2 TCE

Renault heeft de Modus vernieuwd en een nieuwe carrosserievariant uitgebracht – de Grand Modus. We gingen rond Nice een blokje met `m om.
 
Voordat je over het rijden gaat lezen, moet je eerst weten dat we verbaasd zijn. Niet over het uiterlijk van de vernieuwde Modus, want dat is best aardig en wat minder oubollig dan dat van zijn voorganger. Nee, we verwonderen ons over de modelstrategie van Renault. Zo is de vernieuwde Modus niet alleen gefacelift (nieuwe grille, frisse voorbumper, andere koplampunits en achterlichten), maar is ook de wielbasis met 8,2 centimeter vergroot. Tegelijkertijd introduceert Renault de Grand Modus – een Modus die weer zestien centimeter langer is dan de vernieuwde Modus. Kortom: Renault maakt één van z’n kleinere modellen langer en introduceert gelijktijdig een nog langere versie van datzelfde model. Vreemd toch, of ligt dat aan ons?
 
Maar gelukkig wel lekker, want de Grand Modus rijdt prima. Hij heeft dankzij zijn lange wielbasis dezelfde, over het asfalt uitgestrekte ‘houding’ als de Nissan Note en de Skoda Roomster. Dat is hartstikke goed, want daardoor is het weggedrag van de Grand Modus uitstekend – bijna vermakelijk.
 
Zelfs de besturing van de Fransman is in orde en voelt wat minder ongevoelig aan dan sturen in een Clio. Enige nadeel is dat je tijdens het rijden last hebt van een soms bekende Renault-kwaal: de matige zitpositie. In de (Grand) Modus zit je namelijk een beetje voorover gekanteld achter het stuur – alsof je op het punt staat om uit een kruiwagen gegooid te worden. Over kantelen gesproken: bij het zien van de Grand Modus vermoed je dat-ie door z’n hoogte erg veel helt en duikt tijdens het rijden. Gelukkig valt dat in de praktijk erg mee, de Renault rijdt namelijk vrij strak over de soms ruwe slingerweggetjes rondom Nice.
 
Datgene waar we nog het meest over te spreken zijn, is de 1,2-liter TCE-(Turbo Control Efficiency)motor. Deze fijne krachtbron is gebaseerd op de turboloze motor die ook in de nieuwe Twingo is te vinden. In de Modus perst de 1.2-met-turbo er 100 pk uit, wat ons betreft genoeg voor zowel de Modus als de Grand Modus. Het kleine motortje maakt namelijk gemakkelijk toeren en is nog best sterk en ontzettend soepel voor een viercilinder met de inhoud van een melkpak. Leuk is ook dat de motor best een aardig geluid maakt als je ‘m in z’n nekvel pakt.
 
Verder niets dan lof over de vernieuwde Modus en de nieuwe carrosserievariant. Het multifunctionele interieur is in orde – maar achterin wel wat laag door het (optionele) schuifdak – en het dashboard is lekker overzichtelijk en barst gelukkig niet van de knoppen.
 
Het enige waar we een beetje mee in onze maag zitten is het imago van de Modus. Ik bedoel maar: als we er één zien rijden, verscholen tussen de vrachtwagens, dan zitten er oude mensen in. Geen hippe gezinnen met artistieke kinderen. En tja, wie zegt dat imago niet telt?

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws