Autotest: Renault Laguna 2.0 DCi 150 Dynamique

Hoewel we maar even in de Laguna hebben gereden, kunnen we zonder meer stellen dat de nieuwe Laguna vele malen beter is dan de oude. Dat was ook hard nodig.
 
Niets is vervelender voor een autofabrikant – en dan drukken we ons zacht uit – als je een model hebt waaraan het stempel ‘beroerd’ kleeft. Dat was het geval met de Laguna serie II, de vorige Laguna. Vanaf de lancering van dat best vooruitstrevend vormgegeven model, toentertijd althans, hing de Laguna II ergens bovenaan op de ranglijst van de internationale pechstatistieken. Na zo’n beetje elke rit had je kortsluiting of verloor je onderweg een paar onderdelen. Bij de facelift voor modeljaar 2005 heeft Renault waarschijnlijk alles uit de kast getrokken om de serie II nog enige betrouwbaarheid mee te geven en dat is gelukt: van beroerd naar tamelijk beroerd.
 
We hebben nog nooit een fabrikant horen roepen onze huppeldepup is inderdaad bagger, maar Renault geeft wel toe geen gelukkige hand te hebben gehad met de vorige Laguna. Een tweede zeperd met een Laguna betekent het einde van de Laguna en zwaar weer voor Renault. Dus heeft Renault er werkelijk alles aan gedaan een degelijke, betrouwbare nieuwe Laguna te lanceren. We hebben nog geen persconferentie bijgewoond waar de nadruk zo op kwaliteit werd gelegd. Ga er even voor zitten.
 
De nieuwe Laguna is getest in Rusland, Maleisië, Australië, Argentinië en natuurlijk in Frankrijk. Sneeuw, ijs, zand, water, droogte, hitte, stokbrood, het zou allemaal geen probleem voor de Laguna moeten zijn. Daarnaast worden we volledig op de hoogte gebracht van de testprocedures die de motoren urenlang in het lab ondergaan. Bijna alle chips zijn opnieuw gebakken, hetgeen rijk wordt geïllustreerd. De garantie is opgepept en geldt voor twee jaar ongeacht het aantal kilometers of drie jaren met een maximum van 150.000 kilometer. Dat is royaal en wordt vooralsnog alleen overtroffen door Kia, Hyundai en Jaguar.
‘Zand over de oude Laguna – die is over een jaar uit ons straatbeeld verdwenen, leuk voor Roemenen en Bulgaren. De nieuwe Laguna wacht’
 
Daarnaast beweert Renault dat de productie van de Laguna enorm milieuvriendelijk is. De auto zelf zou ook zo’n ecologisch wonder zijn dat je hem na drie jaar zo ongeveer gewoon kunt opeten.
 
Zand over de oude Laguna – die is over een jaar uit ons straatbeeld verdwenen, leuk voor Roemenen en Bulgaren. De nieuwe Laguna wacht. Het eerste dat me opvalt, is dat Renault, in zijn inspanningen een behoorlijke auto te bouwen, is vergeten ook iets nieuws te ontwerpen. De koets ziet er wel wat anders uit, heel Laguna ook, maar echt schokkend is het bepaald niet. Ik zie wat vleugjes C5 en Dacia Logan – geen goed teken – en hij oogt erg steriel, mede doordat hij optisch nogal hoog op z’n wielen staat. Persoonlijk zou ik de opvolger van een zeperd een heel ander uiterlijk geven zodat enige gelijkenis en associatie louter op toeval kan berusten. Nou ja, de concurrenten behoren ook niet tot de meest flamboyante auto’s die ik kan noemen.
 
Binnenin ziet het er goed afgewerkt en ergonomisch uit. Bovenop het dashboard zijn fraaie kunststoffen gebruikt, onderop is het wat meer bezuinigen geweest – daar kom je nog wat van die keiharde kantinestoelenplastics tegen. Een fraai paneel over de volle breedte van het dashboard mondt uit in de eenvoudig af te lezen klokken en tellers, alle bedieningselementen zitten waar je ze verwacht. Met uitzondering van de cruise control: het knopje daarvoor zit in de middenconsole, daar waar je normaal je blikje Fanta zet.
 
Een handrem ontbreekt, dat is in de Laguna een knop. De zit is goed, goed verstelbaar ook en achterin is de ruimte meer dan voldoende. Het als optie leverbare navigatiesysteem is met een iDrive-achtige constructie te bedienen, maar deze joystick heeft daarbij een riedel knopjes die de bediening er niet eenvoudig op maken. Een touchscreen is handiger.
 
De nieuwe Laguna rijdt bijzonder prettig. Je voelt, en daar moet je van houden, dat het een Franse auto is: soepel geveerd en een niet al te directe besturing, maar in dit geval niet te soepel en te indirect. Eigenlijk is de Laguna best stevig geveerd, ligt hij best strak op de weg. Zo stuurt hij ook, alleen daar waar je te veel stugheid zou verwachten, voelt de Laguna juist soepel. Je kunt er niet als een plank mee door een bocht maar dat heeft als voordeel dat je nekwervels ook op hun plaats blijven als je iets te voortvarend over een verkeersdrempel rijdt. Enige zompigheid of gevoelig voor deining is de Laguna vreemd.
 
De tweeliter dieselmotor met 150 pk rijdt uitstekend. Dat het een diesel is, is nauwelijks merkbaar. Hij maakt geen herrie, je hebt altijd voldoende vermogen ter beschikking, vlot rijden is geen enkel probleem en een paar kilometer in de 170-pk sterke tweeliter benzine-uitvoering leerde ons dat de diesel meer rijplezier lijkt te bieden. Volgend jaar brengt Renault ook een 210-pk sterke viercilinder benzineversie op de markt (GT), een zescilinder diesel (circa 230 pk) en een zescilinder benzine (245 pk). Samen met de Estate, voorheen Grand Tour genaamd, is het Laguna-aanbod daarmee compleet.
 
De Laguna rijdt niet zo strak als een Mondeo, maar wel goed. Hij oogt niet zo chique als een 407, maar niet onaardig. Hij voelt niet zo degelijk als een Passat, maar vertrouwenwekkend genoeg. Wij zeggen: mooi voor Renault.
 
Toch zouden wij je deze Laguna helemaal niet aanraden. Niet omdat we hem niet vertrouwen, de voortekenen zijn immers goed en je maakt ons niet wijs dat Renault z’n lesje niet heeft geleerd. We zouden je gek genoeg een andere Laguna aanraden. De Coupé. Een onwaarschijnlijk fraai ontwerp, de eerste foto’s van het conceptmodel zijn net vrijgegeven. Waarom hebben ze daar niet twee extra deuren aan toegevoegd?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws