Autotest: Renault Scénic 1.5 dCi 110 Expression

Schoenmaker, blijf bij je leest. Als die leest dan het maken van ruimteauto’s is, dan is Renault de juiste schoenmaker.
 
Sinds er van de vorige generatie Scénic een verlengde versie als Grand Scénic door het leven gaat, zorgt Renault onbewust voor een spraakverwarring. Officieel is er nu bij de derde verschijningsvorm wederom sprake van een Scénic en een Grand Scénic. Om het onderscheid extra duidelijk te maken, wordt al snel over de ‘korte’ Scénic gesproken. Wij houden het gewoon bij Scénic.
 
De Grand Scénic stond als eerste bij de dealer toen de Scénic aan het programma werd toegevoegd. Het verschil tussen de twee gaat een stukje verder dan het verschil in lengte, al draait het daar natuurlijk vooral om. Even de getallen. De Scénic is met 4,34 meter bijna 22 centimeter korter dan de Grand Scénic terwijl het verschil in wielbasis net geen zeven centimeter bedraagt. Zoals het meestal het geval is, is de Scénic weer een stukje groter dan zijn voorganger.
 
Het is niet vreemd dat Renault zo vastklampt aan de midi-MPV. Ze zijn immers de bedenkers van dit type voertuig en blijken ondanks een afnemende belangstelling van de kopersgroep nog steeds succesvol. Aan Renault dus de taak in het segment voorop te blijven lopen. Bij de nieuwste Scénic wordt dat getracht door de rijbeleving naar een hoger niveau te tillen. Poeh, dat klinkt als uit de mond van een marketinggoeroe opgetekend. Maar het effect is niet uitgebleven. Zo blijkt de Scénic merkbaar stiller dan voorheen. In tegenstelling tot de Mégane hebben de ingrepen om het geluidsniveau terug te dringen hier wel het gewenste effect.
 
De materialen die in het interieur worden gebruikt zijn zichtbaar en voelbaar van een hoger niveau. En ja hoor, in de Scénic durft Renault met kleur te spelen. Natuurlijk zijn onpersoonlijk zwart en grijs volop verkrijgbaar, maar wie voor een warmere kleuren gaat, krijgt beige of donkerbruin, maar dan wel meteen leer – in de Privilège-uitvoering.
 
Het verschil gaat verder dan puur alleen de lengte en wielbasis. Ook de Scénic heeft boemerang-vormige achterlichten, alleen buigen deze niet over de spatborden maar over de achterklep af. Het profiel toont krachtiger door de brede D-stijl en het driehoekige achterste zijruitje, terwijl de Scénic aan de voorkant van zijn langere broer te onderscheiden is door de afwijkende bumper met aluminiumkleurige accenten. Sterker nog: de volledige bumper is anders.
 
Minder lengte betekent minder interieurvolume, al maakt dat voor de vijf inzittenden niet zo heel veel uit. De stoelen achterin kunnen worden verschoven en dan varieert de stouwruimte van 404 tot 522 liter. Wie het reservewiel niet bestelt, krijgt nog eens 33 liter onder de vloer erbij. De drie stoelen zijn niet alleen afzonderlijk verstelbaar, maar ook neer te klappen en er volledig uit te halen. Dat laatste is wel een beetje gehannes. Het resultaat in volume is enorm: 1.637 liter met neergeklapte stoelen, 1.837 liter als die thuis worden gelaten. Daarmee overtreft de Scénic de Mégane Estate die vrijwel dezelfde wielbasis heeft, maar exact even lang is als de Grand Scénic.
 
Motorisch lopen Scénic en Grand Scénic in de pas. We reden de 1.5 dCi, goed voor 110 pk: een onverwacht genoegen vanwege de trekkracht en de souplesse. De relatief compacte motor zorgt voor 180 km/u als top en gaat in 12,3 seconden naar 100 km/u. De verstevigingen aan het onderstel werpen hun vruchten af, houden de carrosserie behoorlijk op z’n plaats in bochten en geven wegoneffenheden keurig gedempt door. Renault heeft de kunst van het bouwen van ruimtewagens nog steeds in de vingers.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken