Autotest: Skoda Fabia 1.2 TSI 77 kW Dynamic dsg

Nieuwe snuit, nieuwe motoren: de Skoda Fabia is er helemaal klaar voor.
 
Je kunt er natuurlijk van denken wat je wilt, maar nuchter bekeken heeft Skoda z’n zaakjes prima voor elkaar. Lekker grutten in de Volkswagen-magazijnen en er alle leuke dingetjes uithalen. Het spul in elkaar zetten in je eigen (relatief) lagelonenlandje waardoor je het aanzienlijk goedkoper kunt aanbieden. Het geheel overgieten met een uiterst relevant ‘doe maar gewoon, dan koop je al kwaliteit genoeg’-sausje, en klaar. Het werkt – het werkt zelfs heel goed. Bijna onmerkbaar hebben de Tsjechen een stevig marktaandeel en een trouwe schare volgelingen opgebouwd. En daar zal met deze nieuwe Fabia niets ten nadele aan veranderen; integendeel zelfs.
 
Allereerst ziet hij er namelijk weer een stuk volwassener en chiquer uit dan zijn voorganger. Het front, met de brede chroomstrip die duidelijk geïnspireerd is op de grotere modellen, staat ook de Fabia reuze elegant. Zeker in combinatie met de onlangs ingezette ‘Colorstudio’-trend (in andere woorden: de schaamteloos van Mini gejatte daken in andere kleuren dan die van de carrosserie) staat er zomaar een alleraardigst kleine hatch. Leuk, net even anders, beetje hip maar zeker niet té. Nieuw is dat je ook een Scout-versie kunt bestellen, waarbij zwarte stukken opgeplakt plastic de illusie van enige terreinvaardigheid moeten opwekken. Dat hebben we nooit begrepen, maar als sommige mensen daar nou lol in hebben – laat ze.
 
Belangrijker zijn de nieuwe motoren. Uiteraard is Skoda dolblij dat het 1.2-dieseltje dat van de Polo Bluemotion zo’n zuinigheidswonder maakt, ook in de Fabia leverbaar wordt – zij het pas in oktober. Maar ook dat andere motorische juweeltje, de 1.2 benzinemotor met directe inspuiting en turbo met daardoor 105 pk, is nu in de Fabia te krijgen. Doe daar nog zo’n overheerlijke zeventraps dsg-bak bij en je hebt een zalig veelzijdig kleintje. Als je het rustig aan doet, verbruik je hooguit een scheet en drie knikkers, je hoort de motor zo goed als niet en het comfortabele onderstel, de fijne stoelen en het allesoverheersende Volkswagen-kwaliteitsniveau, dat Skoda hier en daar ternauwernood nog een soort eigen invulling geeft, zorgen vanzelf voor het gevoel van een klasse groter.
 
Maar ook hem wat meer op z’n sodemieter geven, levert voldoening op. Het onderstel is meer dan volwassen genoeg om overweg te weten met een wat lompere behandeling en de motor vindt het gewoon lekker om de bovengrenzen van het toerenbereik op te zoeken. De besturing blijft hierbij een wat afwezige indruk maken, zo van ‘ik ben er wel, ik doe het wel, maar het kan me allemaal maar matig boeien’. Dat geeft op zich niet zo, daar zal een Fabia door zijn berijders ook zelden toe geroepen worden. Het is al heel wat dat hij het kan. Voor het serieuzere werk komt er binnenkort ook nog een 180 pk sterke RS-versie aan, die er, oh humor, ook als station zal zijn. De Fabia was al geen verkeerde auto, hij is er nu nog een stuk beter op geworden.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws