Autotest: Skoda Yeti 1.2 Active

Met de nieuwe Yeti richt Skoda zijn pijlen op de Nissan Qashqai.
Afgaande op de tweede rijindruk kon dat wel eens een schot in de roos zijn.
 
Rond de Yeti hangt net zo’n sfeertje als rond het monster van Loch Ness. Bestaat deze verschrikkelijke sneeuwman nu echt of niet? Wetenschappers en avonturiers zijn het er niet over eens, maar voor Skoda was dat geen belemmering om hun nieuwe cross-over de naam van deze mythische figuur mee te geven. Het doel: het succes van de Qashqai tot stoppen brengen. Dat is nogal een opgave, want in 2008 werden er van dat model in Nederland ruim 5.500 exemplaren verkocht. Zijn bijnaam ‘Cashcow’ komt niet zomaar uit de lucht vallen.
 
Wat heeft de Yeti dan in huis? Het onderstel is gelijk aan dat van de Octavia en is daarmee een stuk groter dan de Roomster, die op het Fabia-platform staat. Wat ze delen is het Varioflex-interieur. Als extra biedt de Yeti leuke prestaties in het terrein. Dat vindt Skoda tenminste. Onze bevindingen komen straks. Eerst richten we ons even op de splinternieuwe motor: een 1,2-liter blok voorzien van een turbo en gekoppeld aan een DSG-bak. Zoals we in de nieuwe VW Polo al ontdekten, is het een geweldige combinatie. Hij is zuinig en stil, terwijl de prestaties opmerkelijk kwiek zijn. Ondanks de geringe inhoud, heb je niet het idee vermogen tekort te komen. Met een wat zwaardere belasting (een weekeinde met de kinderen en de bagage van je vrouw op pad bijvoorbeeld) kon het wel eens andere koek zijn. Vierwielaandrijving is op de 1.2 niet leverbaar.
 
Net als elke auto in deze klasse die wat hoger op z’n wielen staat en een hoge daklijn heeft, waggelt de Yeti wat over oneffenheden, maar het comfort is verre van zompig. Hou je in bochten het gas erop, dan rolt-ie een pietsie over de lengteas. Feit is dat de Yeti een goede grip biedt en een betere wegligging dan de Qashqai. Dat is niet zo vreemd, want op snelheid is dat geen heel plezierige auto.
 
In het interieur is het een feest van herkenning. Overal tref je onderdelen van de Volkswagen-familie aan en het zit traditiegetrouw goed in elkaar. Het eerder genoemde Varioflex is Skoda-eigen, een knap staaltje binnenhuisarchitectuur. De tweede zitrij kun je neerklappen, invouwen en bovendien uitnemen. Zoals gezegd passen de Tsjechen dit ook al toe in de Roomster. In vergelijking tot zijn kleinere broer heeft de Yeti, met dank aan de lagere daklijn, twintig liter bagageruimte minder, maar dat scheelt hooguit één Dirk-tas.
 
We tipten al eerder even de terreinkwaliteiten van de Yeti aan. We mochten zelf testen of Skoda geen fabeltjes vertelde (je weet het maar nooit met een typenaam van een twijfelachtige komaf). Een parcours met nauwe paadjes, stevige hellingen en gladde weggetjes lag voor ons klaar. Van het begin tot het einde stelde de auto niet teleur. De Haldex-koppeling werkt als een sperdifferentieel, een voorziening die je bij echte terreinauto’s tegenkomt. Het abs remt elk wiel afzonderlijk, zodat het ook als hulpmiddel voor een veilige afdaling kon dienen. Je kunt gerust een heuveltje afrijden.
 
Die arme Qashqai, wat moet er van hem worden? Van een succesnummer wordt die gedegradeerd tot een reservespeler, zo verwachten we. De Yeti rijdt beter, heeft een mooier interieur en biedt bovendien een beter scala aan motoren. Met prijzen die een paar duizend euro boven die van de Skoda liggen, komt de Qashqai in een lastige positie. Voor Nissan is de Skoda Yeti inderdaad het bewijs dat de Verschrikkelijk Sneeuwman bestaat.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken