Twee- vs vierwielaandrijving

De meeste auto’s hebben vier wielen, maar hoeveel daarvan moeten aangedreven zijn? Het antwoord is niet vragen naar de bekende weg.

Vierwielaandrijving is net als zout. Soms mis je het als het er niet is. Bijvoorbeeld op patat of in een stukje kaas. Maar gezouten aardbeien of thee zouden niet te pruimen zijn. Duidelijke zaak, toch? Het wordt pas interessant als er discussie tussen voor- of tegenstanders ontstaat. Moet het bijvoorbeeld in drop of chocolade zitten?

Dat van die patat en kaas staat buiten kijf. Als een auto gebouwd is om buiten de gebaande paden te gaan of als je met een supersportauto ook onder minder ideale weersomstandigheden toch voluit wilt rijden, dan kun je niet om vierwielaandrijving heen. Aan de andere kant (denk aan de aardbeien) zijn er situaties denkbaar dat 4WD een vervelende toevoeging is. Een heerlijk circuitracertje zou volledig onbruikbaar worden. Het pure weggedrag verdwijnt en de massa ligt veel te hoog. Op boodschappenauto’s en compacte middenklassers is het eigenlijk ook zonde van de ruimte, het geld en het brandstofverbruik. Daar zijn we het over eens, toch? Dan nu die drop- en chocola-discussie.

Je kon onlangs in TopGear Magazine over de titanenstrijd tussen twee oppermachtige superstationwagens lezen. De achterwielaangedreven Mercedes E 63 heeft een lekker gevoel in het stuur en is heer en meester als het gaat om het oproken van de achterbanden. In bochten die zo scherp zijn dat je moet terugschakelen naar twee of drie blijkt dat de vierwielaangedreven RS6 z’n kracht beter kwijt kan aan de weg. Op nat wegdek is er geen twijfel over de winnaar. Kijk wat jij het belangrijkst vindt, en zet de winnaar op je verlanglijstje.

Wat het ook wordt, het is een feit dat sportieve vierwielaangedreven auto’s steeds beter worden. De RS6 bewijst dat een lichtere turbomotor onder de motorkap en het gebruik van aluminium in de carrosserie ervoor zorgen dat de neus minder zwaar is, waardoor onderstuur flink afneemt. De Nissan GT-R is gewichtsmatig in balans omdat de versnellingsbak achterin zit. De Ferrari FF heeft een tweede, superlichte tweeversnellingsbak waarbij de elektronica de mate van slip van de koppeling doseert. De 911 Carrera 4 is maar vijftig kilo zwaarder dan de ‘Elfer’ met alleen aandrijving op de achterwielen. In dit geval is de gewichtsverdeling beter, zodat het zwaartepunt minder ver achterin ligt. Stuk voor stuk hebben de auto’s handige hulpmiddeltjes zoals elektronische koppelverdeling en differentiëlen om de motorkrachten zowel voor/achter als links/rechts optimaal over de wielen te verdelen. Elke vorm van onder- of overstuur kan geëlimineerd worden.

Porsche en Ferrari laten het beste zien hoe het in het geval van een sportauto uitpakt. De generatie 911 die wordt aangeduid met 964 was met z’n tweewielaandrijving op z’n zachtst gezegd een uitdagende rijdersauto. De introductie van vierwielaandrijving maakte het icoon tot een haast suf autootje. Het gevoel was weg en het venijn zat ‘m nu niet meer in de staart, maar in de neus. Door de evolutie werd de Carrera 2 een stuk minder listig, wat het bestaansrecht van de ‘4’ beperkt. Dat de Carrera 4 nu dezelfde wegligging als een Carrera 2 heeft, lijkt daarvan het bewijs. Maar dat is op droog wegdek. Worden de omstandigheden vochtiger, dan is de vierwielaangedreven versie in het voordeel. In dit soort gevallen begin je te begrijpen waarom 4WD de voorkeur geniet.


Als je praat over de brute kracht van een Ferrari-V12 is het haast lachwekkend om mee te maken hoe sterk de F12 op nat wegdek afhankelijk is van de tractiecontrole. Het is typisch een mooi-weerauto, die je alleen tevoorschijn haalt als het asfalt droog is. De Ferrari FF is in die vergelijking de alleskunner. Hij heeft meer stoelen, een grotere bagageruimte en bovenal meer reserves op nat wegdek. Toen ik een FF voor een flinke tocht meenam naar wat mooie, droge bergweggetjes kreeg ik niet het idee dat het typische Ferrari-gevoel significant werd gedempt door wat kleine apparaatjes tussen de voor- en achterwielen. Dit is omdat het systeem alleen werkt als je het nodig hebt.

Door de bank genomen kun je dus stellen dat hoe meer vermogen je hebt, hoe groter de behoefte aan vierwielaandrijving wordt. Wil je dagelijks kunnen genieten van je auto, dan is 4WD handig. Ga je liever voor leuke kunstjes en een meer pure rijervaring, dan kies je achterwielaandrijving. Lager op de vermogensladder wordt de keuze een stuk lastiger. Kijk naar de BMW M135i en de M135i xDrive.

Wanneer het alternatief voorwielaandrijving is, is integrale aandrijving al bij veel minder vermogen een welkome techniek. Laten we eerlijk zijn: die voorwielaangedreven hot hatches hebben met 250 pk op de voorwielen toch echt wel het maximum van hun kunnen bereikt. Misschien zijn ze er zelfs overheen gegaan.

'Vierwielaandrijving is voorbehouden aan mensen die een caravan van een nat grasveld moeten weghalen'

Alle mooie snufjes die je op vierwielaangedreven auto’s ziet – betere gewichtsverdeling, doordachte differentiëlen, fine tuning van de stabiliteitscontrole, instelbare schokdempers en reactiestangen – bieden ook voordelen bij voor- en achterwielaangedreven auto’s. De elektronica vergroot de hoeveelheid kracht op de wielen die grip hebben en maakt korte metten met misstappen. Bovendien helpen steeds betere banden.

Dat laatste zie je ook bij auto’s die in het verleden echt niet buiten vierwielaandrijving konden: terreinwagens. De meeste kopers daarvan zien inmiddels echter wel in dat ze geen militaire alleskunner nodig hebben voor de dagelijkse kilometers. Ze zijn overgestapt op compacte SUV’s, uit economisch oogpunt meestal met alleen voorwielaandrijving. Bovendien, mensen die toch wel hun auto gebruiken in onherbergzame gebieden zouden toch al niet voor zo’n, in hun ogen, halfbakken terreinauto kiezen. Een moderne voorwielaangedreven SUV kan zich met de juiste (vierseizoenen) band heel aardig redden op glibberige plekjes.

Vierwielaandrijving is voorbehouden aan mensen die een caravan van een nat grasveld moeten weghalen of hun boottrailer na het opladen ook weer tegen de helling op willen krijgen. Hoe zit het eigenlijk met die 4×4-auto’s met elektrische aandrijving op de achterwielen? Zo komen de Peugeot 3008 en de Lexus RX aan hun extra tractie. Die motoren in de achterwielen zijn niet sterk (in het geval van de Peugeot nog geen 40 pk), maar als het glad is kunnen de banden toch al niet veel vermogen aan. Eigenlijk is het maar een halfslachtige oplossing, maar wanneer de weg glibberig is, kun je er enorm veel profijt van hebben. Dan toch maar een beetje zout in de chocolade?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws