Unieke Ferrari: Thomassima III

De jaren zestig: toen hippies nog hielpen om Ferrari’s te bouwen.

Wanneer is een Ferrari geen Ferrari? Als ie een Thomassima III is. De geschiedenis van ’s werelds beroemdste autobouwer is vergeven van de fascinerende voetnoten. Enzo Ferrari’s intens diepe wens om te winnen en zijn kundige verleiding van de wereld der rijken zorgden ervoor dat de Ferrari’s die in de jaren vijftig en zestig uit de fabriek kwamen, zelden tot nooit precies hetzelfde waren.

Daarin speelde nog een factor een rol: de streek rondom Modena wemelde van de carrozziere, vaklieden, kunstenaars, en carrosseriebouwers die routineus de meest schitterende rondingen konden maken in staal, aluminium of welk materiaal ook maar voorhanden was.

En dan was er nog Tom Meade, een Californische emigrant en typische hippie wiens liefdesaffaire met Ferrari begon nadat hij een 500 TRC in een garage in Los Angeles zag staan. Toen de eigenaar hem vertelde wat het was en waar het vandaan kwam, besloot hij ogenblikkelijk daar op een dag heen te reizen. Dat was makkelijker besloten dan gedaan. Hij had namelijk maar 50 dollar – nu niet veel, maar ook toen geen kapitaal. Hij liftte dwars door de VS naar New Orleans, en praatte als brugman om een baantje te krijgen als kokshulpje op een Noors vrachtschip. Vijfendertig dagen later kwam Meade aan in Stavanger, liftte naar Engeland, kocht daar een motor, en begon samen met een vriend aan een tocht dwars door Europa.

Het duo sliep zes maanden lang op het dak van een hotel op Mallorca, waarna Meade het eindelijk tot in Italië wist te schoppen. Hij bleef een paar maanden in Rome waar hij werd voorgesteld aan de filmproducent Dino De Laurentiis, en als figurant meespeelde in de film The Best of Enemies (1961) met David Niven. Uiteindelijk kwam hij terecht in Modena, en reed daar op een Vespa.

Hoewel hij na sluitingstijd bij de Maserati-fabriek aanklopte, wist Meade toch zijn weg naar binnen te ouwehoeren en kwam daar racedirecteur Guerino Bertocchi tegen, die hem een rondleiding door de fabriek gaf.

Toen Meade in een verlaten hoekje een oude race-Maserati zag staan, wist hij Bertocchi er op de een of andere manier van te overtuigen om die aan hem te verkopen voor 400 dollar (nu niet veel, maar ook toen geen kapitaal). Het bleek een 350S te zijn die nog was gereden door de voormalige Silver Arrows-F1-coureur (en de latere Le Mans-winnaar) Hans Herrmann in de Mille Miglia van 1957, die later was uitgerust met een V12-motor en die aan veel beroemde races had meegedaan. Tegenwoordig zou een auto met zo’n geschiedenis onbetaalbaar zijn, maar in 1961 betekende zoiets nog niet zoveel. Van een plaatselijke boer mocht Meade ‘m in een schuur stallen en terwijl hij de auto restaureerde, werd Tom voorgesteld aan een vriend van Bertocchi, de carrosseriebouwer Luciano Bonacini.

Een tijdlang sliep Meade op de vloer van zijn werkplaats totdat hij toestemming van de boer kreeg om in de hooiberg te tukken. De carrosserie van Toms auto was in erbarmelijke staat zodat Bertocchi hem introduceerde bij de alleskunner Medardo Fantuzzi uit Modena, de auto-artiest die verantwoordelijk was voor de legendarische Maserati A6 GCS, de Ferrari 250 Testa Rossa en zelfs voor de auto die Meade aan het restaureren was. Fantuzzi mocht de charismatische jonge Amerikaan wel en nam hem na verloop van tijd aan als stagiaire. ‘Het was een avontuur. Niemand had het ooit over geld, als we maar konden eten en de huur konden betalen. Het draaide allemaal om auto’s, auto’s en auto’s, en verder niets’, zo keek Meade later terug.


Hij begon met het kopen en verkopen van rollende Italiaanse exotica voor en namens rijke Amerikaanse vrienden en kennissen, en er wordt gezegd dat hij twee 250 GTO’s heeft gehad toen dat nog gewoon oude sportwagens waren. Ook moet hij talloos veel andere Ferrari’s onder zijn handen en op zijn naam hebben gehad. Hij hielp ook mee met het ontwerpen en bij de bouw van de prachtige 250 Nembo Spyder bij Neri & Bonacini. Enzo Ferrari zelf ontmoette Meade op het Modena Autodrome en gaf Meade zijn goddelijke genade.

Aan het eind van de jaren zestig had Meade genoeg motoren, chassisdelen en contant geld verzameld om de ideeën in zijn hoofd uit te kunnen gaan werken. De auto’s die daaruit voortvloeiden – de Thomassima I, II, III en IV, waarvan de naam zoveel betekent als ‘het maximale van Thomas’ – zijn zeer zeldzame Ferrari’s, zelfs gemeten naar de maten van die tijd. De eerste, waarvan vrijwel geen documentatie bewaard is gebleven, werd gebouwd op het chassis van een Ferrari 250 GT, maar raakte met vele andere kunstschatten verloren toen de rivier de Arno de stad Florence overspoelde in november 1966. De Thomassima II werd gebouwd op basis van de Ferrari 330 P3/4 die in 1967 de Daytona 24-uurs-race won, waarbij Meade gebruik maakte van onderdelen van Amerikaanse muscle-cars – zodat het oorspronkelijke ontwerp sterker kon worden gemaakt.

Meade en zijn team – dat bestond uit bijbeunende Maserati- en Ferrari-techneuten – gebruikten watervast triplex om de vorm van de auto te maken. Daaronder bevond zich een spaceframe-chassis van buizen, en een 3,0-liter Ferrari V12 werd geleend van een 250 GT om achterin de auto te bouwen.

De derde auto van Meade, de Thomassima III, is de auto die je op deze foto’s ziet, een Amerikaans aandoende auto met vleugeldeuren die wordt aangedreven door een Ferrari-V12, met een uitlaat die doet denken aan een bord spaghetti. Hij werd in 1969 op de autoshow van Turijn tentoongesteld en veroorzaakte veel sensatie. Zoveel dat hij op de cover van het tijdschrift Road & Track verscheen en dat het populaire Amerikaanse actualiteitenprogramma 60 Minutes een ploeg naar Modena stuurde om een uitzending te kunnen wijden aan de man achter de auto.

‘Er waren perioden dat hij geld als water had, maar er waren ook tijden dat hij geen cent te makken had. Maar wat er ook gebeurde, er waren altijd verschillende auto’s, motoren en onderdelen die hij nooit zou verkopen’, herinnert Meades zoon zich.

Door Meades reislust bracht hij vervolgens ruim twee decennia door in Thailand en op Bali, waar hij voor een dollar of twee per dag leefde, voor hij in 1993 terugkeerde naar Californië om voor zijn zieke moeder te zorgen.

Hij werkte aan een nieuwe, geheel uit koolstofvezel opgetrokken auto die werd aangedreven door de V12 uit de Ferrari 333 SP-duurracer uit de jaren negentig toen hij vorig jaar overleed, op de leeftijd van 74 jaar. Voor Ferrari is het misschien maar een voetnoot, maar Meade laat een unieke automobiele erfenis achter.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken