Autotest: Vauxhall VXR8

Op een paar puntjes na is de nieuwe VXR8 helemaal geen verkeerde auto. Een geweldenaar in gezinsverpakking. Helaas niet voor ons.
 
Vertel eens zonder eerst dit verhaal te lezen: wat vind je van een Vauxhall? ‘Een Vauxhall,’ zul je zeggen, ‘wat is dat nu weer?’ Antwoorden dat het een Opel is waar ze de bliksem vanaf hebben gesloopt en er één of andere draak met een vlag in zijn klauwen voor in de plaats hebben gezet, dekt slechts ten dele de lading. Onze overzeese buren plakken hun logo ook nog wel eens op producten van een andere GM-stal, namelijk het Australische Holden. Nu bouwen de Aussies de Commodore, een kloeke sedan die ook in een snelle versie leverbaar is. En juist díe is nu ook aan de andere kant van de Noordzee leverbaar. Hij volgt de Monaro VXR8 op, een oversized coupé die nog gebaseerd was op de oude Opel Omega. Die Monaro reed zó onbehouwen dat je als grootverbruiker van banden jaarlijks een Pirelli-kalender met handtekeningen van alle modellen erop kreeg.
 
Was de Monaro VXR al een woeste krijger om te zien, de nieuwe VXR8 doet daar niet voor onder. Ondanks zijn lengte oogt hij gedrongen, fraai is hij geenszins. De achterlichten zien eruit als een lilliputter in een Hummer. Te klein in verhouding met de hoge kont waarin ze zijn opgenomen. Her en der zijn de ontwerpers iets te kwistig met plastic aan de slag geweest, speciaal rondom de voorste mistlampen. Hij ziet er ook plomp uit en showt dat de massa behoorlijk is. Het afstellen van het onderstel zal heel wat hoofdbrekens hebben gekost. Overigens zouden 20-inch velgen hem beter staan dan de standaard 19 inch. Dit lijken wel wieltjes van een bolderkar.
‘Mocht er één in je binnenspiegel opdoemen, dan is de kans maar klein dat je niet aan de kant gaat’
 
De achtervleugel is enorm en bovendien onhandig geplaatst. Een derde van je achteruitzicht wordt door het monster opgeslokt. Gek genoeg zijn de uitlaten nogal petieterig, ondanks dat er vier op een rijtje zitten. Maar toch, hier staat een auto die laat zien wat hij in huis heeft. En dat op een niet mis te verstane wijze. Mocht er één in je binnenspiegel opdoemen, dan is de kans maar klein dat je niet aan de kant gaat.
 
Maar genoeg over het subjectieve gedeelte, mocht het nog nodig zijn dan heeft dit beest voldoende in huis om je te overtuigen van zijn kunnen. Eén van de leukste verrassingen zit voorin. Het is de vierde generatie van de LS2-motor, jargon voor het hart van de Corvette en de voorgaande Monaro VXR. Dat betekent dat er dik 400 pk en een afgrijslijke hoeveelheid koppel via een handgeschakelde zesbak (automaat is een optie) en een sperdifferentieel naar de achterwielen gaan.
 
De carrosserie is gek genoeg traditioneel van snit: vier deuren en een echte kofferkont. Het interieur is sterk verbeterd en rijkelijk bedeeld met leuke uitrusting. We hebben dus een zesliter V8. We hebben 410 pk. Jaja, dat stond een paar zinnen eerder ook al, maar het is belangrijk dat je het jezelf goed inprent. Want je praat hier over een auto van nog geen 53.000 euro. Natuurlijk, dat is zonder de Nederlandse fiscale terreur, want hier te lande is hij niet te koop. Maar goed, een M3 kost in Engeland ook zoiets, terwijl je een auto krijgt die qua prestaties in de buurt van de M5 komt. De vergelijking gaat op het gebied van kwaliteit en scherpheid uiteraard volkomen mank, maar het is maar om je een idee te geven.
 
Het goede nieuws is nog niet op. De auto is voorzien van comfortabele stoelen. Ze zijn breed genoeg om een tijdje in te verkeren, maar diep genoeg om te voorkomen dat je in snelle bochten in de kaartvakken belandt. Het geborduurde logo op de rugleuning had niet gehoeven, dat was in de jaren ’80 al passé. Het dashboard is veel fraaier, zeker rondom het nieuwe Blaupunkt-audiosysteem. Als een soort van kroontje zitten daarboven drie metertjes met witte tellerbladen ingebouwd. Die passen uitstekend bij de klokken die de bestuurder voor zijn neus heeft. De voor het dashboard gebruikte materialen zijn van goed kwaliteit, elders in de auto vind je nog genoeg goedkoop plastic.
 
Het voordeel van de hogere daklijn is dat ook mensen zonder claustrofobie in de VXR8 durven te zitten. Met de Monaro was dat wel anders. Zelfs achterin kun je met goed fatsoen een paar niet al te grote volwassenen kwijt zonder ze eerst in hoofddelen te hoeven splitsen. De middelste passagier moet wel een beetje proppen, daarvoor is geen afzonderlijke kuip in de bank gemaakt. Zo op het eerste gezicht ziet het er allemaal prima uit.
‘Pas als je de V8 echt op zijn sodemieter geeft, merk je hoe snel de auto ondanks zijn 1.831 kg, vijf zitplaatsen en enorme kofferbak is’
 
Grijp het dikke, afgeplatte stuur en wek de V8 uit zijn slaap. Het geluid valt vies tegen (daarover later meer), dit in tegenstelling tot de eerste rij-indrukken. De versnellingsbak schakelt overduidelijk beter dan die van de Monaro, maar toch voelt hij nog een beetje sponzig aan. Je hoeft niet te zoeken naar de juiste plek in het schakelpatroon, soms blijft hij onderweg naar de volgende versnelling een beetje haken. Het is niet hinderlijk en gelukkig hoef je niet zo vaak te schakelen, met dank aan de gigantische motor die zo soepel is als babyelastiek. Pas als je de V8 echt op zijn sodemieter geeft, merk je hoe snel de auto ondanks zijn 1.831 kg, vijf zitplaatsen en enorme kofferbak is. En hij lijkt het met twee vingers in zijn neus te doen.
 
In Europa zijn we dol op kleine motoren die er met behulp van een turbo hoge vermogens uitpersen, maar er valt ook veel te zeggen voor zo’n lekker vette V8 met een slagvolume van een paar pakken melk en zoveel koppel dat het rubber je om de oren vliegt als je gas geeft. De VXR8 doet in ieder geval weinig moeite om zijn enorme potentieel te verbloemen. Eigenlijk zouden vier versnellingen al ruim voldoende zijn. Geloof me, gebruik het vijfde en zesde verzet als overdrive of je hebt geheid de politie aan je kont hangen.
 
Het mooiste is dat de motor twee gezichten heeft. Het ene moment jank je in z’n drie naar de 160 en ga je als een opgevoerde olifant van bocht naar bocht met achterlating van brokken bandenrubber, het andere moment doe je het lekker kalmpjes aan en is hij zo mak als een burgermanssedan. Prima combi, dunkt me. Het lijkt sowieso wel dat de motor het graag rustig aan doet, ondanks dat je op verzoek gelanceerd wordt. Bij 80 in z’n zes draait de VXR8 1.200 tpm, bij 120 is dat 2.100 tpm. Tijdens de rit haalden we een verbruik van 10,6 l/100 km. Dat zijn cijfers waar de eigenaar van een Range Rover Sport alleen maar van kan dromen.
 
Ook de vering is er een stuk op vooruit gegaan. Zeker, hij is stevig afgeveerd, maar negentig procent van de gemene hobbeltjes vangt hij prima op. De wegligging in de bochten schiet iets te kort, want als je de VXR8 echt op zijn falie geeft, duikt hij op één oor. Op het circuit rolt hij licht om zijn lengteas. Toch is de afstelling van de vering perfect voor zowel sportief als rustig rijden. Niet te stevig, want anders komt zijn bruikbaarheid als dagelijkse auto in het gedrang. Wel voelt de besturing te licht en gevoelloos aan en het koppelingspedaal biedt zo weinig weerstand dat het lijkt alsof de drukgroep kaduuk is. Maar ja, dat zijn puntjes die niet aan het licht komen als je hem alleen maar gebruikt om elke dag aan te sluiten in de file.
‘Als je belooft het niet verder te vertellen, verklappen we dat op internet instructies te vinden zijn om de ESP definitief zijn nek om te draaien. Maar dan moet je wel verstand van zaken hebben’
 
Er zijn genoeg dingen waar je je aan zou kunnen irriteren, aan de één wat meer dan aan de andere. Een voorbeeld van die kleine ergernisjes is bijvoorbeeld de handrem. Om te beginnen voelt de bekleding van de greep wat flodderig aan, maar het ergste is toch dat de ontgrendelknop bóvenop de greep zit in plaats van ervoor. Door deze constructie valt de hendel bij ontgrendelde rem wel mooi weg in de middenconsole en dient zo als handgreep, maar in de praktijk is het een bediening van niks. Ook andere delen van de bekleding zien er goedkoop uit en hebben scherpe randen. En laten dat nu net de delen zijn die je het vaakst zult aanraken. Ergernis nummer twee is het geluid, of beter het geluid dat hij niet maakt. De VXR8 is af-fabriek veel te geruisloos, voor je gevoel rijd je 30 km/u langzamer dan de snelheidsmeter aangeeft. Alsof je de radio op mute hebt staan.
 
De nummer één positie wordt echter ingenomen door de trillingen in het onderstel die op bepaalde types wegdek en vooral bij volle lading voorkomen. Niet alleen vervelend, maar ook heel vermoeiend. Het is geen reden om de hem te laten staan, maar je zou het niet verwachten van een auto die onder normale omstandigheden zo’n goede wegligging heeft.
‘Wil je alles in één keer bijbestellen plus nog eens 90 pk erbij, dan is er het ‘500’ pakket. De V8 krijgt een supercharger en braakt dan 500 pk uit’
 
De ESP is maar een vervelend ding. Als je die uitschakelt, is hij niet écht uit. Maak het iets te dol en ABS grijpt in alsof je een dreun in je gezicht krijgt. En daar zit je niet altijd op te wachten in dit pure scheurijzer. Geen idee waarom je het wel weer zou inschakelen, want General Motors houdt altijd het laatste woord door in te grijpen wanneer nodig. Bah. Als je belooft het niet verder te vertellen, verklappen we dat op internet instructies te vinden zijn om de ESP definitief zijn nek om te draaien. Maar dan moet je wel verstand van zaken hebben.
 
Aan het einde van het liedje constateren we dat de VXR8 een geweldige auto is, maar met wat onvolkomenheden die je moeilijk als ‘karakteristiek’ kunt omschrijven. De VXR8 is net zo enerverend als de oude Monaro, maar hier kun je ook nog boodschappen mee doen. Maar het lijkt wel alsof Vauxhall onze kritiekpunten heeft gehoord vóórdat ze hier op papier stonden, want voor vrijwel alles is een oplossing. Dikkere uitlaatpijpen, een strakkere versnellingsbak (een zogenoemde RipShifter) en remmen en vering ontwikkeld door Tom Walkinshaw Racing: het staat allemaal in de optielijst. Wil je alles in één keer bijbestellen plus nog eens 90 pk erbij, dan is er het ‘500’ pakket. De V8 krijgt een supercharger en braakt dan 500 pk uit. Omgerekend kost de auto dan 60.000 euro. Veel geld, maar een koopje voor zo’n geweldenaar. Maar zoals zoveel mooie dingen: hij komt niet naar Nederland. Sterker nog, hij is alleen maar rechtsgestuurd leverbaar. Hmm, dat biedt ook wel weer kansen. Als je hier te lande gaat rijden, kun je haarscherp de verbaasde gezichten in de auto rechts van je zien, vlak voordat je het gaspedaal tot de bodem trapt en je buurman in een wolk van afgesleten rubber achter laat. Lachen man!

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken