Autotest: Volvo C30 1.6D Sport Drive

Volvo dreigde bij één van haar stokpaardjes, de zorg voor het milieu, de boot te missen. Hij is nu aangemeerd en heet DRIVe.
 
Volvo bemoeit zich niet alleen nadrukkelijk met de veiligheid op de weg, maar ook met alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit. De Zweden kwamen als eerste met de driewegkatalysator met lambdasonde, planten de ene boom na de andere om van alles en nog wat te compenseren en werken in, vanwege hun milieuvriendelijkheid, meermalen bekroonde fabrieken. Des te sneuer, dus, dat men het qua Nederlandse milieulabels behoorlijk laat afweten. En dat deksel krijgt Volvo met name in de leasemarkt dubbel en dwars op de neus.
 
Van steeds meer werkgevers mag je immers nog slechts auto’s met een groen label kiezen, en die zijn uitgerekend bij Volvo met een lampje te zoeken.
Waar een merk als BMW met schijnbaar gemak tientallen modellen met dat kikkerlabel aanbiedt, kun je bij Volvo alleen een groene S60 krijgen als hij op LPG of aardgas loopt – de complete benzine- en diesellijn heeft op zijn best een D-label. Bij andere modellen is het íets, maar niet veel, beter. Maar er gloort hoop.
 
Daartoe heeft Volvo iets gepresenteerd dat ze DRIVe (spreek uit ‘draaiv-ie’) noemen en we voortaan zullen schrijven als Drive – al die hoofdletters, daar krijgen we heel erg jeuk van. Een Volvo Drive-model is altijd het zuinigste model in de reeks. Dat verandert dus steeds, want elke nieuweling die zuiniger is, wordt automatisch de Drive-versie. Dat zal regelmatig gebeuren, want de Zweden zijn met de eerste reeks niet direct tot de bodem van de mogelijkheden gegaan.
 
De aanpassingen, voorlopig nog alleen aan de C30, S40 en V50, alle met de 1,6-dieselmoter van 109 pk, zijn voornamelijk van aërodynamische aard. Ze liggen iets lager (10 mm), hebben een gesloten grille en wat spoilerwerk voor, onder en achter de auto, en hebben speciale, bijna dichte wielen. Doe daarbij wat langere overbrengingsverhoudingen (en andere olie) in de versnellingsbak, banden met lagere rolweerstand en een schakelindicator. Het scheelt alles bij elkaar net een halve liter brandstof per 100 kilometer (nu 4,4 l/100 km), en dat is precies genoeg om het tot A-label te schoppen. Ingewikkelder zaken als een start-stopsysteem komen in de loop van dit jaar.
 
Het is vooralsnog weinig wereldschokkend, maar je kunt tenminste ook bij de Volvo-dealer terecht als het per se een auto met een groen hart moet zijn. Aan het rijden merk je totaal geen verschil, dus ach: wat kun je daar nou op tegen hebben? Spectaculairder wordt het als binnenkort de nieuwe generatie dieselmotoren wordt gepresenteerd, te beginnen met de nieuwe D5 in de S80: twee turbo’s, stukken krachtiger én een groen label. Maar daar hoor je binnenkort veel meer over.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken