Autotest: Volvo S60 2.0T Powershift

Ze hebben zich alle mogelijk moeite getroost om van de nieuwe S60 ‘de meest dynamische Volvo ooit’ te maken. Nou, laat maar komen.
 
Waar denk je aan als je aan Volvo denkt? Tien tegen één dat veiligheid, degelijkheid en de plaatselijke notaris hoog genoteerd staan. Daar is op zich weinig mis mee – we kennen tientallen, vooral Aziatische en Amerikaanse merken die met ongekend enthousiasme hun linkerarm zouden inleveren als je ze er zo’n imago voor zou teruggeven. Aan de andere kant – het is natuurlijk wel een beetje saai, zo‘n hoeksteenfunctie. Ongeveer alsof je een enorm feest geeft en erbij vertelt: ‘En weet je wie we als DJ hebben kunnen strikken? André Rouvoet!’ Nee, dan valt de belofte van sex, drugs en veel rock & roll, zelfs al wordt hij nooit waargemaakt, toch veruit te prefereren. En daarom doet ieder merk dat (al komen er maar weinig mee weg).
 
Zo ook Volvo, met nota bene de nieuwe S60. Dat zo ongeveer 80 procent van z’n kopers ‘m niet zelf afrekent, maar betaalt in de vorm van benzinebonnetjes en bijtelling, maakt helemaal niets uit. Integendeel: nergens anders is die SD&RR-belofte belangrijker dan in het bedrijfsleven – wat je zelf niet kunt overbrengen, zeg je met je auto. Dus zet dáár als merk iets neer dat sexy is, en tel uit je winst. En dus was het een beetje flauw dat tijdens de persconferentie op de vraag ‘waarom moet een S60 opeens de Meest Dynamische Volvo Ooit zijn?’ de Zweedse Cömmunicatiemöneer niets beters wist te bedenken dan: ‘Dat was nu eenmaal de opdracht die we in 2006 kregen, toen we met de ontwikkeling begonnen’. Duh. Maar goed, veel belangrijker is de vraag: is het gelukt?
 
Nou, qua uiterlijk: ja. Hoewel de S60 van lichtjaren afstand te herkennen is als een Volvo, is ie wel degelijk spannend om te zien. Hij is, hoewel ze natuurlijk al tijden geen 850’s meer maken, veel ‘vloeiender’ dan we tot nu toe van de Zweden gewend zijn. Bekijk de rondingen aan de aflopende voorkant, met de licht uitstekende grille, de sterk aflopende daklijn en de achterkant, die er, als je vanuit bepaalde hoeken kijkt, niet eens lijkt te zijn: dynamisch, wat je zegt. Diezelfde achterkant lijkt vanuit bepaalde andere hoeken weer iets té kort te zijn, de tol die je kennelijk moet betalen voor al die sportiviteit. Wat ons betreft had hij makkelijk nog tien centimeter langer kunnen zijn en was dan nog beter in balans geweest. Maar wie zijn wij.
 
Heel subtiel, als je niet goed kijkt zie je het niet eens, loopt er een golvende lijn over de flanken van de koplampen naar de achterlichten, die net achter de voorste en achterste wielkasten weer naar beneden duikt; Audi A5, iemand? Zeg nooit dat ze niet opletten daar in Zweden. Maar het resultaat mag er zijn.
 
Dat geldt evenzeer voor het interieur. Het is onmiskenbaar Volvo, met die ‘zwevende’ middenconsole waarop alle bedien-dingen zitten. Het navigatiescherm zit niet langer apart bovenop het dashboard, maar heeft zijn eigen plek boven de console gevonden. De materialen zijn stuk voor stuk fraai – zachte kunststoffen, echt hout voor de middenconsole en mooie chroomrandjes voor dat beetje je ne sais quoi. Alles is prachtig afgewerkt; het oogt degelijk, vriendelijk en ergonomisch verantwoord en het zal je, Volvo-rijder of niet, weinig tijd kosten om je thuis te voelen in de S60. Natuurlijk helpen de stoelen daar ook weer bij, je mocht willen dat je luie televisiestoel half zo goed zat als dit meubilair. Mocht je dan ook nog over de goede smaak beschikken door dat mooie bruine leer op de stoelen te bestellen, dan zit je de komende jaren letterlijk én figuurlijk goed.
 
Op de achterbank is het niet direct een vetpot. Je zit goed, maar er zijn concurrenten die het duidelijk beter voor elkaar hebben. En qua bagageruimte moet je al helemaal niet te veel eisen hebben: 380 liter kun je kwijt en dat is in deze klasse gewoon weinig – een Audi A4, waar Volvo zich zo graag aan spiegelt, slikt gemakkelijk 100 liter meer, en ook in een 3-serie kun je 80 liter meer kwijt. Neerklappen kan de achterbank trouwens wel. De oplossing voor het ruimteprobleem is simpel en heet geduld. Eind dit jaar verschijnt de stationversie, de V60, en Volvo kennende zul je daarna weinig ruimtewensen meer hebben.
 
Er zijn voorlopig vier motoren: twee diesels en twee benzines. Turbo’s hebben ze allemaal, alleen de sterkste diesel, de D5 van 205 pk, heeft er twee. De D3 is ook een vijfcilinder, maar mist ten opzichte van zijn grote broer 400 cc motorinhoud en 40 pk. Begin volgend jaar komt er nog een extra zuinige (en belastingvriendelijke) DRIVe-versie met 115 pk. Ook later volgen andere benzines (T3 met 150 pk, T4 van 180 pk en T5 met 240 pk). De dikste benzinemotor is de T6, die standaard 304 pk koppelt aan een zestraps automaat en vierwielaandrijving. Het is een redelijk hilarisch ding; hij klinkt erg lekker, is snel (0 naar 100 in 6,5 seconden, top 250) en heeft grip te over. Erg veel gaan ze er echter niet van verkopen (zakenwereld, hè), dus daarom hebben we toch maar gekozen voor een wat representatiever versie: de 2.0T.
 
Die viercilinder is met z’n 203 pk ook bepaald geen stumper. Je kunt hem krijgen met een handmatige zesbak (dan doet hij er 7,7 tellen over om 100 km/u te bereiken), maar eigenlijk ben je gek als je de (2.500 euro extra kostende) automaat laat schieten. Die is, in tegenstelling tot de bak van de T6, voorzien van een dubbele koppeling, waardoor schakelen even ongemerkt als schokvrij en snel geschiedt.

‘Als je het vertikt om bij een noodsituatie in te grijpen, remt de auto zelf’

 
Volvo monteert gek genoeg (zeker als je je auto als ‘dynamisch’ en ‘naughty’ neerzet) geen schakelflippers achter het stuur, maar als je dan toch zo nodig zelf wilt schakelen, kan het gewoon met de pook. Niet dat we er ooit een aanleiding toe gevonden hebben – de Powershift bleek over het algemeen erg goed aan te voelen waar onze bedoeling lag.
 
De motor past perfect bij de S60. Hij is bij constante snelheden muisstil en laat bij hard accelereren een mooi scherp randje horen. Het kan natuurlijk niet op tegen die heerlijke vijfcilinder-grom (we zullen ‘m missen), maar het komt in de buurt. De volle 300 Nm trekkracht is vanaf 1.750 toeren per minuut beschikbaar, dus om power zit je nooit verlegen. Het verbruik blijft met gemiddeld 8 liter per 100 kilometer redelijk binnen de perken.
 
Is de S60 nou werkelijk zo ‘brutaal’ en sportief als Volvo je wil doen geloven? Nou nee. De vering en demping zijn inderdaad redelijk stevig (zal even wennen zijn voor de gemiddelde Volvoïst), waardoor de auto bijvoorbeeld weinig overhelt in bochten. Alleen vraagt de S60 nergens om hard door een bocht gejaagd te worden. Daarvoor is de besturing te licht en gevoelloos, zeker rond de middenstand. De Volvo stuurt verder uitstekend, daar niet van, maar sportief is gewoon iets anders.
 
Daarnaast voelt de S60 zwaar – hij is met 1.470 kilo even zwaar als een vergelijkbare A4, maar die heeft in z’n rijgedrag iets lichtvoetigs dat de S60 mist. In korte bochten en bij remmen duwt de Volvo door, waar de Audi zonder veel drama doet wat je van ‘m vraagt. De S60 mag dan de meest dynamische Volvo ooit zijn, dat moet je wel zien in relatie tot waar ze vandaan komen. Een sportievere Zweed is op dit gebied (maar dan ook alleen op dit gebied – op alle andere zitten ze akelig dichtbij) nog geen Audi, laat staan een BMW. Is dat erg? Welnee, de S60 is een heerlijk rijdende auto die, zoals je van Grote Zweden gewend bent, vooral uitblinkt op lange afstanden. De briljante stereo op 10 en baf: non-stop naar Zuid-Frankrijk.
 
De kans dat jij, je auto en de mensen die je onderweg tegenkomt die trip zullen overleven, is trouwens weer iets groter geworden. Volvo heeft namelijk weer eens een primeur op veiligheidsgebied. Naast dodehoek-verklikkers, automatische cruisecontrole (die nu ook in de file perfect schijnt te werken), hou-je-baan-hulp en oh wat zitten wij weer dicht op onze voorganger, hebben wij soms trek in een dikke prent?-preventie, hebben de Scandinaviërs iets nieuws: voetgangerbescherming.
 
Dat is een uitbreiding van City Safety, het systeem dat op de XC60 geïntroduceerd werd en geheel automatisch remt als je ergens tegenop dreigt te rijden. Enige beperking was dat dat ‘ergens’ iets groots en stilstaands moest wezen, zoals een geparkeerde auto of een middelgrote levensmiddelenzaak.
 
Dankzij een imposante hoeveelheid camera’s, radars en sensoren is het nu ook mogelijk automatisch te stoppen voor de wandelende medemens. De radar en camera detecteren deze onoplettende of anderszins suïcidale figuur en, let op: berekenen vervolgens de waarschijnlijkheid dat hij zijn weg vervolgt precies op de plek waar jij dat ook van plan was. Als jij dan niet remt volgt eerst een geluidssignaal, daarna krijg je in de voorruit een fel knipperend rood licht te zien, en als je het dan nog steeds vertikt om in te grijpen, remt de auto zelf.
 
Als je niet harder dan 35 km/u rijdt, komt de auto precies (en dan bedoelen we ook letterlijk centimeters) vóór de snode wegversperrer tot stilstand. Boven die snelheid raak je hem gegarandeerd, maar wel een stuk minder hard dan anders het geval zou zijn geweest. Verbluffend. Of het in de praktijk net zo goed werkt als in de testsituaties zullen we moeten afwachten, maar welbeschouwd hoeft het systeem maar één keer zijn werk goed te doen om jou een leven vol dankbaarheid op te leveren van de ouders van dat spelende ettertje dat weer eens zomaar achter zijn bal de straat op rende.
 
Een keerzijdetje zit er wel aan al die elektronica. Tijdens de testritten werden we diverse malen getrakteerd op allerlei geluidssignalen, terwijl we geen idee hadden wat we fout deden. De S60 meldt ook niets in een displaytje, of zo, nee: gewoon een keel opzetten en vervolgens in alle talen zwijgen. Dat gaat op den duur behoorlijk vervelen, dat gebetweet.
 
Achteraf bleek het waarschijnlijk het Lane Departure Warning System te zijn geweest; op Portugese landweggetjes waar je de eerstkomende vier bochten perfect kunt overzien, heb je wel eens de neiging ideale lijnen te gaan rijden in plaats van binnen de lijnen te blijven. Daar schijnt zo’n systeem dan weer chagrijnig van te worden. Het goede nieuws: je kunt het ook uitzetten. Het is ook meer bedoeld voor van die eindeloze poor lonesome cowboy-alsmaar rechtdoor-wegen in de VS dan voor Iberische kronkelweggetjes.
 
Wat een fijne auto, die nieuwe S60. Hij ziet er bijzonder goed uit, heeft een prachtig interieur, rijdt prima, en is snel en comfortabel tegelijk. Aardige bijkomstigheid: vergeleken met een A4 is hij dik drie mille goedkoper. Die zo luid verkondigde dynamiek en brutaliteit is natuurlijk voor 99 procent pure marketingblabla. Maar ach, als de buurman achter jou opeens een nooit-gedachte sportieve inborst vermoedt, puur omdat je een nieuwe S60 rijdt – hoe erg is dat dan helemaal?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken