Uitgelicht: Gumball 3000 Rally 2010

De Gumball Rally 2010 voer op 1 mei door Nederland. 120 exoten gierden langs horden enthousiaste toeschouwers in de Amsterdamse binnenstad. Dat maak je niet elke dag mee.
 
Op het Waterlooplein hoorde je zaterdagmiddag Mokumse marktkoopmannen nog brullen. Luttele uren later hebben hun kraampjes plaatsgemaakt voor dranghekken, reclamespandoeken en een handvol streng uitziende politieagenten. De Gumball 3000, sinds 1999 het toonaangevende automobiele speelkwartier voor nouveaux-riches, doet dit jaar Amsterdam aan. Dat betekent dat er van heinde en verre duizenden autoliefhebbers naar de hoofdstad komen om een glimp op te vangen van hevig bestickerde Lamborghini’s, Bentleys en Ferrari’s. Natuurlijk: dat soort spul kun je ook op een clubmeeting of autoshow gaan bekijken. Maar dan staan ze opgepoetst op een grasveldje, omringd door suffe folderverkopers. In dit geval rollen ze over je tenen met een stel mafketels achter het stuur, die niet te beroerd zijn om hun motoren eens flink te laten brullen en terloops hier en daar wat rubber neer te leggen.
 
Vanaf een uur of zeven verzamelen de fans zich op en rond het Amsterdamse plein. Om twee uur zijn de deelnemers uit Londen vertrokken; de aankomsttijd in Amsterdam is dan vooral afhankelijk van het aantal politiecontroles waarop ze onderweg stuiten. In de Gumball van 2007 fungeerde het Waterlooplein ook al als korte checkpoint, waar de bestuurders en bijrijders even een hapje en een drankje konden doen. Toen kwamen de eerste auto’s pas rond half elf aan, om hun weg snel weer te vervolgen. Dit jaar overnachten de Gumballers echter in Amsterdam, dus is er voor de toeschouwers alle tijd om zich aan de bolides te verlekkeren.
 
Het is nog geen negen uur als de eerste auto het plein op komt. Een KTM X-Bow met twee diepgevroren inzittenden baant zich een weg door de menigte, meldt zich bij de organisatie en legt de laatste meters naar de parkeerplaats gummend af. ‘It’s not a race, it’s a rally’, luidt de slogan waarmee de Gumball boze tongen die beweren dat het evenement niets meer is dan een ordinaire straatrace wil sussen. Dat wil niet zeggen dat er onder de deelnemers zelf geen competitief sfeertje heerst. Er zijn er altijd een paar die vooraan willen rijden.
 
De KTM blijkt een flink gat geslagen te hebben, want het duurt even voor de volgende auto’s arriveren. Uiteindelijk komt de stroom dan op gang: exotisch spul in alle soorten en maten druppelt binnen. Onder hen ook de Murciélago LP670-4 SV van de Zweedse freestyle-skiër Jon Olsson. Een speciaal op maat gemaakte dakkoffer prijkt boven de enorme achterspoiler. Normaal voor ski’s, nu om zoveel mogelijk bagage mee te zeulen voor de zeven dagen durende rit. En om extra op te vallen natuurlijk.
 
Aan de Gumball doen elk jaar tal van bekende wereldburgers mee. Naast Olsson noteren we Tony Hawk, de bekende skateboarder die komt voorrijden in een knalrode Dodge Ram SRT-10. Rapper en Pimp My Ride-presentator Xzibit verschijnt in een witte Porsche Cayenne Turbo – gepimpt, natuurlijk. De Britse acteur Idris Elba rijdt een open Bentley. We wachten nog even op David Hasselhoff, die vorig jaar met een KITT-replica meedeed, maar die blijkt deze keer alleen de startceremonie bijgewoond te hebben.

‘Deelnemen kost rond de 35.000 euro en je dient er een goed doel mee’

 
Een andere deelnemer die eruit springt, is een Amerikaanse Ferrari F430 Spider in ambulance-uitdossing, die met loeiende sirene het plein op kruipt. Naar verluidt is de bestuurder daadwerkelijk een dokter; een arts met gevoel voor humor, blijkbaar. Hij wordt gevolgd door een grote bestelbus die volledig tot muziekstudio is omgetoverd. Achter de opengeklapte achterdeuren prijkt een draaitafel en een stel enorme speakers, die de omringende gebouwen op hun grondvesten doen schudden. Na hem niet een, niet twee, maar drie Mercedessen SLR. Dat is op zichzelf al een auto die je niet elke dag ziet, maar laat staan in deze hoeveelheden. Ze zijn bovendien met felle kleuren beplakt – eentje is zelfs volledig in chroom gedoopt – en ze laten hun V8-kompressormotoren luidkeels horen. De term ‘crowd-pleaser’ dekt de lading maar net; met mobieltjes en camera’s in de aanslag stort de menigte zich nog net niet bovenop de auto’s.
 
Traditioneel stuit de Gumball-organisatie op problemen in de landen waar hun deelnemers doorheen komen. Niet alleen in de vorm van een paar extra snelheidscontroles; soms gaan de boze overheden een stuk verder om de rally te dwarsbomen. Dit jaar voert de route van Londen naar Scandinavië, waar de auto’s in Stockholm op vrachtvliegtuigen naar Boston worden gezet. Vanaf daar rijden ze via een omweg door Canada en uiteindelijk naar de finish in New York City. Duitsland – bij uitstek geschikt om je supercar uit te laten – gaf dit jaar geen toestemming aan de Gumball om van de Autobahn gebruik te maken.
 
Vroeger zouden recalcitrante deelnemers hun auto’s ontdoen van opvallende stickers, drie keer over hun schouder kijken en alsnog het gas intrappen. Dat was het underground-sfeertje, de spanning die altijd rond de rally hing. Die guerrillapraktijken zijn verleden tijd. Ook Gumball is inmiddels een merk geworden, een goedlopend bedrijf dat zich verantwoordelijk op moet stellen en niet al te veel gezichtsverlies mag lijden door te botsen met de autoriteiten.
 
Dus werden er met de staart tussen de benen bussen en trailers geregeld om de deelnemers en hun auto’s vanuit Amsterdam naar Denemarken te vervoeren. Erg flauw, en het roept de vraag op of de dagen van de Gumball niet geteld zijn. Het is immers allang niet meer sociaal wenselijk om een snelle, vieze auto te hebben; laat staan om er de hele wereld mee over te rijden en onderweg in dure clubs te feesten met appetijtelijke dames. Deelnemen kost rond de 35.000 euro en je dient er ook een goed doel mee, maar als de organisatie moet bukken voor het systeem in plaats van lak aan alles en iedereen te hebben – wat blijft er dan nog over?
 
De auto’s, natuurlijk. Braaf of asociaal, er is ergens iets te zeggen voor een evenement als de Gumball. Heb jij een dure droombak en ga je er 3.000 mijl mee toeren? Laat de liefhebbers er dan van meegenieten. Rijd langs toestromend publiek en gooi je gas open, brand je banden op en zet er filmpjes van op internet. De uitzinnige fans die zich deze zaterdagavond in Amsterdam verzameld hebben, spreken boekdelen: wij willen gave auto’s zien, en dat zal voorlopig niet veranderen. Dat de Gumball maar snel weer door ons lage landje mag bulderen.


 
Uiteraard was TopGear Magazine aanwezig bij dit supercar-feestje in Amsterdam. Nu eens niet met pen en papier, maar met een videocamera, een microfoon én onze huisacteur Edo Brunner. Mocht je ons verslag gemist hebben, klik dan snel door naar deel 1 en deel 2.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken