James May’s favoriete monsters

Ook James May heeft zijn eigen favoriete monsters, net als Clarkson. (Ja, Hammond volgt later op de dag). Ben jij het met hem eens?
 
De Zil van Brezjnev
Het was een gok, het automobiele equivalent van je publiekelijk uitspreken over de voormalige Sovjet-leider zelf, middenin Moskou dan. De baas van de Zil-fabrieken, een echte ouderwetse Sovjet-kameraad met een kaal hoofd, gezeten in een gelambriseerde kamer die werd opgeluisterd door foto’s van zijn even onderdrukte als vergeten voorgangers, zei tegen me: ‘We hebben Brezjnevs Zil. Hij staat hier.’
‘Rijdt ie?’ waagde ik te vragen.
‘Maar natuurlijk.’
‘Mag ik er een rondje in maken?’
Hij staarde me aan met een kille blik. En toen, zonder zijn ogen van me af te wenden, greep hij de enorme hoorn van een vergeelde, bakeliet telefoon en blafte een paar dreigend klinkende woorden in het mondstuk. Ik vroeg me af of er aanstonds geüniformeerde mannen zouden verschijnen die me zouden verwijderen. ‘Hij staat beneden voor de deur klaar’, zei de man nadat hij had opgehangen.
 
En daar stond ie; tweeënhalve ton pure Zil, type 115, opgewreven, stationair lopend, en uitgerust met een man die een bontmuts droeg, de man die me moest laten zien hoe een en ander werkte. Het was de laatste staatsauto van Brezjnev geweest. De grote leider reed het liefst zelf, werd me verteld. De voormalige portier van de Zil-fabrieken had de auto achter weten te houden, uit nostalgische overwegingen.
 
Eerst werd ik rondgereden terwijl ik achterover leunde op de velours achterbank. Ik keek mijn ogen uit; ik verbaasde me over de bijna onoverzienbare grootte en de overduidelijk niet op het gelijkheidsbeginsel gebaseerde luxe van dit ding. De auto was groter dan de meeste huizen die we passeerden. Toen mocht ik achter het stuur gaan zitten.
 
Dat was magnifiek: de Zil 115 bleek een kruising tussen een oude Rolls-Royce Cloud en een grote dikke Amerikaanse Chrysler. De Zil heeft een gigantische V8 en geeft je het gevoel dat alleen onheilspellende gebeurtenissen je kunnen geven. Het mooiste van alles was dat ie was uitgerust met een sirene. De geest van de man zelf mag zijn vervaagd, alsook zijn slagschaduw, maar die sirene was evenzogoed nog erg effectief om de eertijdse, lege ‘Zil-baan’ in het centrum van Moskou te creëren. Elke auto zou z’n eigen sirene moeten hebben.
 
Renault Clio V6
De spirituele opvolger van de Turbo met middenmotor (zie verderop) was de Clio V6 – alweer een supermini met middenmotor van Renault. Deze Clio was het echte werk: waar normaliter de achterbank zit, zat in deze versie een 3,0-liter V6 die tot dik 245 pk werd opgewaardeerd in de latere modellen. Hij klonk als een woedende dondergod, had de draaicirkel van een klein jacht – nogal achterlijk voor een auto met achterwielaandrijving – en was zo meegaand als een puppy. Dat was allemaal erg opwindend, tot ie dan opeens naar je begon te bijten. Maar als het gaat om monsterlijke gekte – en daar gaat het hier om – is dit echt een van de gekste.
 
Peugeot 205 T16
Groep B-auto’s waren zo idioot snel dat het hele kampioenschap plotsklaps werd afgeschaft, in naam van de veiligheid. Het kampioenschap was ook de geboorteplaats van de Peugeot 205 T16-voor-op-de-openbare-weg, een 205 met middenmotor, vierwielaandrijving en 400 pk. Er werden er maar 200 van gebouwd, en alleen maar om aan de regels te voldoen – de regels die voorschreven dat alleen met omgebouwde ‘normale’ auto’s mocht worden gereden. De ‘T’ stond voor ‘Turbo’, de ‘16’ stond voor ‘16 kleppen’. Als de ware asfaltterrorist die hij was, won de T16-rallyversie in 1985 en in 1986 zowel de constructeur- als de coureurtitels. De openbare-wegversie was niks anders dan angstaanjagend. En dat is waarom TopGear zoveel van ‘m houdt.
 
Renault 5 Turbo
Een Renault 5 werd eigenlijk gebouwd van lege Orangina-blikjes en vrolijke, Franse ideeën die om een voorin liggende motor heen werden gebouwd, en met een voorwielaandrijving opgestookt. Dat geldt niet voor de oorspronkelijke, vroege Turbo uit de jaren tachtig: dat was ook weer zo’n ‘gehomologeerde’, speciale editie met een middenmotor: 160 pk, een 1,4-liter ‘Cleon’-motor en achterwielaandrijving. Als je het summum wilde van deze versie, met dodelijke specificaties uit de Groep 4-rally’s, dan bestond er de, jawel, 1.4 die 345 pk leverde – vraag niet hoe het kan maar geniet ervan. Althans, tot je crashte op topsnelheid, dan had je namelijk alleen nog maar een oud Orangina-blikje over.
 
Porsche 911 Turbo
In de late jaren zeventig was de oorspronkelijke 911 Turbo het Paard van Troje voor iedereen die politiek links geëngageerd was. De 911 selecteerde wie een echte playboy was, en wie niet. Het monopolie op die selectie hield de 911 dik tien jaar vast. De auto had een kleine wielbasis, een smalle spoorbreedte en een motor die achter de achteras hing. Daarom had ie ook helemaal geen dikke turbocharger nodig, maar die kreeg ie toch. Overstuur ontstond zowel door te sturen als door gas te geven, een heerlijke sensatie.
 
Corvette Sting Ray
In 1964 had de Corvette Sting Ray 375 pk aan vermogen op z’n achterwielen – dankzij een 5,3-liter V8, maar het zou nog een jaar duren voordat ie schijfremmen kreeg. Dat betekende dat ie je met liefde en plezier naar 250 km/u schoot, maar werkelijk geen idee had hoe ie dan nog weer eens terug moest naar 0. Of zelfs maar naar 200 km/u. (En veiligheidsgordels, nee, die had ie ook niet.)
 
Mercedes CLK GTR
Dat hele zogeheten ‘homologeren’ is natuurlijk nogal bespottelijk, maar een enkele keer betekent het daadwerkelijk dat een doorsnee auto-voor-de-openbare-weg inderdaad een vervaarlijk moordwapen-voor-op-de-openbare-weg wordt. Met een schrikbarende kluwen aan koolstofvezel splitters, vleugels en spoilers, is de Mercedes CLK GTR waarschijnlijk de meest onwaarschijnlijke auto-voor-de-openbare-weg die ooit in de showroom heeft gestaan. En dat zeggen we voordat we vertellen dat er een V12-motor met 720 pk in het midden ligt die ‘m gerust naar 345 km/u stuwt. Toen ie te koop werd aangeboden, was de GTR de duurste productieauto ter wereld: in 1999 kostte ie al zo’n 1,3 miljoen euro. Wie een beetje doorreed, kreeg er gratis een speciaal effect bij: dan werd de uitlaat zo heet dat ie in brand vloog.
 
Brabus Smart V6
Wat zou een lijst van monsterlijke auto’s zijn zonder Brabus? In 2003 bogen de Germaanse über-tuners zich over de Smart Roadster en zoals bij Brabus gebruikelijk is, werden ze helemaal gek en deden er toen nog een schepje bovenop. Ze smolten twee van Smarts drie-cilindermotoren samen zodat een V6 ontstond, verdubbelden al doende het vermogen en hebben er naar verluidt geen moment aan gedacht ook de tractiecontrole of de rammelende flipperversnelling onder handen te nemen. Waarom zou je ook? Dit is zo Duits als Duits maar kan worden. Gaat knalhard.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken