Randy Grubb: hot-rod-beeldhouwer

Voorzien van fantasie en een grote hamer heeft deze man wonderen verricht.

‘Houd Portland raar’ staat op een populaire bumpersticker in de grootste stad van de oostelijke Amerikaanse staat Oregon. Het is niet moeilijk om uit te vogelen waarom die leuze wordt gebruikt. Portland is het thuis van rarigheden als de 24-Uurs Elviskerk, de Voodoo Doughnut Shop en de World Naked Bike Ride: Portland is waarschijnlijk wereldleider in het uitventen van een eindeloze stroom bizarre zaken en ideeën.

Dus misschien is het niet meer dan logisch dat Randy Grubb zich voelde aangetrokken tot een plaats dichtbij al die malligheid. Want de voertuigen die Randy bouwt in zijn afgelegen werkplaats zouden zelfs de bepaald niet bekrompen Portlanders met stomheid slaan.

Grubb, de 52 jaar oude zoon en kleinzoon van twee zogeheten hot-rodders, is de vader van wat bekend is komen te staan als de Tank Car, vanwege het simpele feit dat het ding – 6,4 meter lang en 4.300 kilo zwaar – wordt aangedreven door een 29,5-liter motor die afkomstig is uit een M47 Patton-tank. Plus van een hele hoop andere, fantastische, oversized, unieke exotica die hij ‘automotieve beeldhouwwerken’ noemt.

Hij werd bekend toen de voormalige Amerikaanse talkshow-host Jay Leno – die een autocollectie heeft die zo uitgebreid is dat hij verschillende vliegtuighangars nodig heeft om ze op te slaan (denk aan Jay Kays, Chris Evans’ en Nick Masons collecties bijeen, en dan verdubbeld) – de enorme Tank Car kocht en ‘m aan het grote publiek liet zien. Het was geen toeval dat Jay Leno die auto kocht – Randy ontwierp en bouwde ‘m speciaal voor hem, al wist Leno daar dan weer niets van.

Als je naar zijn werk kijkt, lijkt Randy al zijn hele leven lang een professionele hot-rodder te zijn geweest, en toch is dat niet zo. Hoewel hij al sinds zijn kleutertijd stoeit met auto’s en motoren doorliep Randall – om hem even bij zijn echte naam te noemen – een opleiding tot tandarts, net zoals zijn vader en opa dat voor hem deden.

Hij was helemaal klaar om in hun voetsporen te treden tot hij op een dag iemand zag glasblazen, dat leuk vond en besloot om glasblazer te worden. Zoals je kan verwachten van iemand als meneer Grubb, zette hij niet in op het blazen van normale vazen en glazen. Hij vond een niche en begon exclusieve presse-papiers te maken in een Franse stijl, die hij heel snel kon produceren waardoor hij er forse winsten op kon maken. Dat was dus het perfecte baantje om zijn hot-rod-hobby mee te financieren.


Maar een klein dipje in de glas-business zorgde er in 2001 voor dat Randy zijn glasblaasschort aan de wilgen hing, een hamer kocht, en voltijds aan de slag ging als automotief beeldhouwer.

Verveeld door alle hot-rods op basis van Fords die hij op de diverse shows zag, besloot hij te beginnen met een blanco vel papier om eens te zien wat er dan zou ontstaan. Het antwoord: niet bar veel.

Al snel werd duidelijk dat hij, om zijn creaties tot leven te brengen, een heel andere aanpak zou moeten volgen. Nadat hij had gelezen dat Jay Leno voor veel geld een auto met een Merlin-motor had gekocht, besloot hij zonder het aan Jay te vertellen dat hij voor de talkshow-host een andere auto zou bouwen met een nog grotere motor (de Merlin is slechts voorzien van een 27,0-liter motor). Leno zou die kopen, Randy zou contanten hebben, en zo moest het gaan.

Hoe opportunistisch en onwaarschijnlijk dat plan ook mag klinken, dat is wel ongeveer hoe het uitpakte. De auto werd gebouwd (in 6.000 uur, met niet veel meer gereedschap dan een hamer en een laspistool), won een paar grote prijzen, viel Leno op, en die kocht ‘m. Eind goed, al goed.

Of liever gezegd het begin van een heel nieuw hoofdstuk in Randy’s werk en hot-rod-historie. Nu hij het geld had om te beginnen aan zijn volgende project, kwamen Randy en zijn design-partner Michael Leeds (ook al een glasspecialist die zich bezig had gehouden met het maken van custom motorfietsen), met hun tweede grote voertuig: de ook al enorme Indy Special.

Die werd eveneens aangedreven door een M47-motor, maar dit keer was het geheel geïnspireerd door de Watson-roadster Indycar uit de jaren vijftig, en niet zo zeer op het vooroorlogse race-uiterlijk van de Tank Car.

Waar Leeds de extreme illustraties en schetsen voor het ontwerp maakte en Grubb het ongebreidelde design en de enorm ingewikkelde fabricage voor zijn rekening nam, wisten de Blastolene Brothers, zoals ze zichzelf noemden (de naam kwam van Leeds’ barbecuesaus-recept), de Indy Special te verkopen voor 260.000 dollar en besloten voor de verandering maar weer eens wat heel anders te gaan doen.

Dit keer gebruikten ze Delahayes en Delages uit de jaren dertig als hun muzen, en kwamen vervolgens op de proppen met de werkelijk ongelooflijke B-702. De B staat voor Blastolene, 702 voor de capaciteit van de V12 GMC-motor – gemeten in kubieke inches.


Toen het tijd was om de B-702 te veilen (voor 342.000 euro), kregen Grubb en Leeds ‘creatieve meningsverschillen’, en dat was het einde van de Blastolene Brotherhood. Toch werd Grubb nog steeds aangetrokken door gigantische dingen – en met de wens om te innoveren (Randy wil tien compleet verschillende beeldhouwvoertuigen maken en er dan mee stoppen) – besloot hij zich kwaad te gaan maken op een 351 Peterbilt uit de jaren zestig en die aan stukken te hakken. De Blastolene Piss’d Off Pete was het resultaat.

Omdat er ook geld moest worden verdiend, besloot Randy zich toen helemaal alleen – alles wordt door hem getekend op ruitjespapier en daarna geprojecteerd op een muur om te zien hoe de vorm met een hamer in het staal moet worden gehamerd; er komt geen computer aan te pas – op de wereld van de klassieke motorhomes te storten. Dat leidde tot de geweldige Decoliner, gebaseerd op een GMC-motorhome uit 1973, compleet met een volledig functionerende brug (ja, zoals op een schip) zodat je het ding als een superjacht kunt besturen: vanaf het dak.

Randy’s volgende project, de Decoson, leidde hem naar de wereld der tweewielers. Hij besloot eens te bekijken wat hij kon betekenen voor een Harley-Davidson Sportster uit 1984. Hij gebruikte dit keer een Streamlined Henderson uit 1934 als zijn muze, en zo hamerde Grubb een heel nieuwe carrosserie, die er zowel verbazingwekkend als ietwat raadselachtig uitziet. Nu hij die techniek onder de knie had, paste hij die toe op een Honda 80-scooter en timmerde vervolgens evenzo vrolijk de Decopod, compleet met deuren en windscherm, in een prachtige traanvorm.

Zes door Piaggio Fly 150 aangedreven Deco Bi-Pods volgden, naast een half dozijn op de driewieler Piaggio MP3 gebaseerde Deco Tri-Pods, die stuk voor stuk allemaal een beetje verschillen omdat zijn uitgangspunt nou eenmaal is dat niet twee Grubb-voertuigen ooit hetzelfde mogen zijn. Nu die allemaal zijn verkocht – dik 11.000 euro voor de tweewieler, 18.500 euro voor de driewieler – houdt Randy zich bezig met het bouwen van een even uitzinnige quad op basis van een V8 voor een mede-glasartiest, Tim Cotterill, die ook wel bekend staat als de Kikkerman.

Hoewel die quad nog lang niet af is, weerhoudt dat Grubb er niet van al na te denken over zijn volgende project – en het project daarna, natuurlijk.

Als hij zijn schetsboek opent, zien we zijn plannen om een boot met drie rompen te bouwen in de Deco-stijl, en nog een stuk of honderd andere projecten. Dus hoewel hij al een en ander heeft betekend voor de hot-rod-wereld, heeft het er alle schijn van dat niet alleen Portland, maar ook de rest van de wereld erop kan vertrouwen dat Randy ons nog jaren met de nodige rariteiten zal verrassen.


Grubbs garage

Het kost Randy zo’n 6.000 uur om de definitieve vorm te slaan in zijn creaties. Dus hier zie je een paar jaar werk.

Blastolene Special/de Tank Car (foto 1)
Een 6,4 meter lang beest met een 29,5-liter V12 uit een M47-tank, gebouwd in de hoop dat Jay Leno ‘m zou kopen. Dat deed hij.

Piss’d Off Pete (foto 5)
Een Peterbilt-model 351 uit 1960, uit elkaar gehaald, opnieuw bekleed, en uitgerust met een V12-dieselmotor die goed is voor 140 decibel.

Indy Special (foto 6)
Als de Indycars uit de jaren vijftig zouden zijn gekruist met een 29,5-liter V12-tank uit dezelfde tijd, had je dit gekregen. Nu alsnog.

Decoliner (foto 7)
Neem een stoffig GMC-motorhome uit 1973. Breng glimmend metaal aan, en een nautische brug. Et voilà.

Blastolene B-702 (foto 8)
Geïnspireerd op de chique ‘Franse’ stijl uit de jaren dertig. Denk aan Delahaye of Delage, plus een leuke 11,5-liter V12.

Decoson (foto 9)
Een Harley-Davidson Sportster uit 1984, verpakt in een gestroomlijnde, aluminium schelp, gebaseerd op een Henderson uit de jaren dertig.

Deco Bi-Pod (foto 10)
Onder de glimmende, traanvormige carrosserie zit een Piaggio Fly 150-scooter. Kostte maar 11.000 euro.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken